Het verslag is van de hand van ene Hans-Martin Lennings, die indertijd lid was van de paramilitaire Sturmabteilung (SA). Daarin staat te lezen dat hij indertijd de Nederlandse communist Marinus van der Lubbe, die later werd geëxecuteerd door de nazi's, de nacht van de brand naar de Reichstag reed. Toen de getuige en zijn collega's met van der Lubbe aan de Reichstag aankwamen, schrijft Lennings, merkte hij "een vreemde brandgeur op en waren er rookwolken die door de kamer opzwollen". De nazi's wezen van der Lubben aan als dader van de brand en executeerden hem. Maar na de val van het nazi-regime werden vraagtekens geplaatst bij de schuld van de Nederlander. De nazi's grepen de brand en de mogelijke communistische zondebok aan om zichzelf volmachten toe te eigenen die in de feiten de grondwet buitenspel zetten en het pad effenden voor de dictatuur van Adolf Hitler. Officieel blijft het echter een mysterie wie de brand echt heeft aangestoken. Lennings verklaart in zijn verslag dat hij en zijn collega's later protesteerden tegen de arrestatie van van der Lubbe. "Omdat we er van overtuigd waren dat van der Lubbe onmogelijk de brandstichter kon zijn geweest. De Reichstag brandde al toen we hem daar afzetten". Het hof in Hannover bevestigde de authenticiteit van het document. (Belga)