Een van de basisprincipes van het strafprocesrecht is het geheim van het onderzoek. Dat maakt het volgens de procureur-generaal onmogelijk om het zogenaamde recht op transparantie in te voegen. "Dit zou betekenen dat een in een strafzaak betrokken persoon meteen verwittigd zou worden dat zijn persoonsgegevens verwerkt worden en dat er dus een onderzoek loopt. Bijna de verwittiging aan de inbreker dat men hem aan het filmen is, of de drugsbaron dat zijn telefoon wordt afgeluisterd en er een huiszoeking volgt." Hij stelt voor om de rechten van elke verhoorde persoon aan te vullen met een kennisgeving over de verwerking van zijn persoonsgegevens. "Dat berokkent geen schade aan het lopend strafonderzoek vermits het verhoor op zich het gebruik van de persoonsgegevens van de verhoorde persoon impliceert." Wat het recht op toegang betreft, kunnen de bestaande procedures van inzage en het mogen nemen van een afschrift van een strafdossier aangewend worden, mits enkele aanvullingen. Wat de rechten tot "rectificatie", "wissen van gegevens", "verbod op verwerking" of "verwerkingsbeperking" betreft, is de toestand veel moeilijker. "De meeste van deze rechten staan volkomen haaks op het strafprocesrecht. Ze kunnen evenwel ondervangen worden door een procedure van aanvullend onderzoek. Dergelijke procedure heb je sowieso nodig om de correctheid van de gegevens die gebruikt worden in het strafonderzoek of van de regelmatigheid ervan te betwisten." Probleem: de procedure van aanvullend onderzoek bestaat enkel bij het gerechtelijk onderzoek, niet bij het opsporingsonderzoek. Als verdachte of slachtoffer kan je wel aanvullend onderzoek aan de procureur des Konings vragen maar hij is niet verplicht om daarop in te gaan of om erop te antwoorden. "Het invoegen van een procedure van aanvullend onderzoek in het opsporingsonderzoek is gelet op de gegevensbeschermingswet onvermijdelijk", zegt de procureur-generaal. Want buiten het recht van toegang is de uitoefening van de gegevensbeschermingsrechten uitgesloten tijdens de fase van het opsporingsonderzoek. Aan de wetgever om hiermee aan de slag te gaan. (Belga)

Een van de basisprincipes van het strafprocesrecht is het geheim van het onderzoek. Dat maakt het volgens de procureur-generaal onmogelijk om het zogenaamde recht op transparantie in te voegen. "Dit zou betekenen dat een in een strafzaak betrokken persoon meteen verwittigd zou worden dat zijn persoonsgegevens verwerkt worden en dat er dus een onderzoek loopt. Bijna de verwittiging aan de inbreker dat men hem aan het filmen is, of de drugsbaron dat zijn telefoon wordt afgeluisterd en er een huiszoeking volgt." Hij stelt voor om de rechten van elke verhoorde persoon aan te vullen met een kennisgeving over de verwerking van zijn persoonsgegevens. "Dat berokkent geen schade aan het lopend strafonderzoek vermits het verhoor op zich het gebruik van de persoonsgegevens van de verhoorde persoon impliceert." Wat het recht op toegang betreft, kunnen de bestaande procedures van inzage en het mogen nemen van een afschrift van een strafdossier aangewend worden, mits enkele aanvullingen. Wat de rechten tot "rectificatie", "wissen van gegevens", "verbod op verwerking" of "verwerkingsbeperking" betreft, is de toestand veel moeilijker. "De meeste van deze rechten staan volkomen haaks op het strafprocesrecht. Ze kunnen evenwel ondervangen worden door een procedure van aanvullend onderzoek. Dergelijke procedure heb je sowieso nodig om de correctheid van de gegevens die gebruikt worden in het strafonderzoek of van de regelmatigheid ervan te betwisten." Probleem: de procedure van aanvullend onderzoek bestaat enkel bij het gerechtelijk onderzoek, niet bij het opsporingsonderzoek. Als verdachte of slachtoffer kan je wel aanvullend onderzoek aan de procureur des Konings vragen maar hij is niet verplicht om daarop in te gaan of om erop te antwoorden. "Het invoegen van een procedure van aanvullend onderzoek in het opsporingsonderzoek is gelet op de gegevensbeschermingswet onvermijdelijk", zegt de procureur-generaal. Want buiten het recht van toegang is de uitoefening van de gegevensbeschermingsrechten uitgesloten tijdens de fase van het opsporingsonderzoek. Aan de wetgever om hiermee aan de slag te gaan. (Belga)