Via motorneuren sturen onze hersenen onze spieren aan als we willen bewegen. Motorneuren zijn zenuwcellen met lange uitlopers die vanuit onze hersenen en ruggengraat al onze spieren bereiken. Ter hoogte van de 'neuromusculaire junctie' wordt het zenuwsignaal omgezet in een signaal dat de spier doet samentrekken. Bij de zenuwaandoening ALS valt deze communicatie tussen het zenuwstelsel en de spieren weg, doordat de motorneuronen gaandeweg hun contact met de spieren verliezen. Leuvense onderzoekers hebben nu een model ontwikkeld om die signaaloverdracht in een labo te kunnen bestuderen. "We kweken menselijke motorneuronen en spiercellen afgeleid van stamcellen, en groeien beiden aan verschillende kanten van een microfluïdische chip", legt onderzoekster Katarina Stoklund Dittlau uit. "De uitlopers van de motorneuronen worden gestimuleerd om door de minuscule kanaaltjes van de chip te groeien tot bij de spiercellen, waar ze vervolgens mee interageren, en net zoals in ons lichaam contact mee maken." De onderzoekers stelden vast dat gekweekte motorneuronen, uit huidcellen van ALS-patiënten, niet allen veel minder 'overstaken' door de kanaaltjes van de chip, maar ook minder verbindingen maakten met de spiercellen. Professor Ludo Van Den Bosch, die het onderzoek leidde, ziet een bevestiging van het grote potentieel van deze aanpak. "We zijn niet de eersten die humane neuromusculaire juncties 'kweken' in het lab, maar wel de eersten die het doen aan de hand van commercieel beschikbare microfluidic chambers en met een relatief eenvoudige methode. Hiermee kunnen we niet alleen problemen bij ALS onderzoeken, maar ook bij andere neuromusculaire aandoeningen." (Belga)

Via motorneuren sturen onze hersenen onze spieren aan als we willen bewegen. Motorneuren zijn zenuwcellen met lange uitlopers die vanuit onze hersenen en ruggengraat al onze spieren bereiken. Ter hoogte van de 'neuromusculaire junctie' wordt het zenuwsignaal omgezet in een signaal dat de spier doet samentrekken. Bij de zenuwaandoening ALS valt deze communicatie tussen het zenuwstelsel en de spieren weg, doordat de motorneuronen gaandeweg hun contact met de spieren verliezen. Leuvense onderzoekers hebben nu een model ontwikkeld om die signaaloverdracht in een labo te kunnen bestuderen. "We kweken menselijke motorneuronen en spiercellen afgeleid van stamcellen, en groeien beiden aan verschillende kanten van een microfluïdische chip", legt onderzoekster Katarina Stoklund Dittlau uit. "De uitlopers van de motorneuronen worden gestimuleerd om door de minuscule kanaaltjes van de chip te groeien tot bij de spiercellen, waar ze vervolgens mee interageren, en net zoals in ons lichaam contact mee maken." De onderzoekers stelden vast dat gekweekte motorneuronen, uit huidcellen van ALS-patiënten, niet allen veel minder 'overstaken' door de kanaaltjes van de chip, maar ook minder verbindingen maakten met de spiercellen. Professor Ludo Van Den Bosch, die het onderzoek leidde, ziet een bevestiging van het grote potentieel van deze aanpak. "We zijn niet de eersten die humane neuromusculaire juncties 'kweken' in het lab, maar wel de eersten die het doen aan de hand van commercieel beschikbare microfluidic chambers en met een relatief eenvoudige methode. Hiermee kunnen we niet alleen problemen bij ALS onderzoeken, maar ook bij andere neuromusculaire aandoeningen." (Belga)