'In mijn hart zal ik altijd dokter blijven, maar mijn diplomatieke leven is belangrijker geworden', vertelt Hans Kluge in zijn kantoor in de Deens hoofdstad Kopenhagen. 'Die diplomatie zal ik in dit huis ook nodig hebben om enkele zaken aan te pakken. We hebben binnen de WHO bijvoorbeeld een groot probleem qua pestgedrag onder het personeel. Dat is mede een gevolg van de vele verschillende culturen en nationaliteiten. Ik wil in de privésector gaan kijken of we daar iets kunnen leren. Onze buur in Kopenhagen is een farmaceutische multinational. Die heeft meer nationaliteiten onder zijn personeel en toch geen klachten over pestgedrag. Hoe pakt die dat aan? Daarom was een van mijn eerste benoemingen ook de aanwerving van een organisation development manager. Hij moet ons leren open te communiceren Wij zijn een te gesloten organisatie.

Wij moeten een voorbeeld zijn voor onze leden en dat zijn we nog niet.

Functioneert de WHO goed genoeg?

Kluge: Er gebeurt hier veel goed werk, maar er zijn benchmarks nodig. Er zijn goede en minder goede teams. Ik wil dat de WHO digitaal werkt, maar hoe kan ik de lidstaten daarvan overtuigen als we hier op het regionale hoofdkantoor nog alles met papier doen? Wij moeten een voorbeeld zijn voor onze leden en dat zijn we nog niet.

Het lijkt wel of u een ingeslapen organisatie erft?

Kluge: (lange stilte) Er is veel potentieel aanwezig, maar we moeten van goed naar groots. Het kan bijvoorbeeld niet dat de technische functies, de mensen in het veld, in dienst van de administratie moeten werken. Dat creëert te veel bureaucratie. Het moet andersom: de administratie moet in dienst van de technici werken.

Kan de WHO nog de beste mensen aantrekken?

Kluge: Nee, terwijl dat wel zo zou moeten zijn. Welke andere organisatie heeft zo'n nobel mandaat?