In de draaiboeken van de Vlaamse overheid zijn verschillende maatregelen opgelijst die scholen moeten implementeren om de start van het nieuwe schooljaar veilig te laten verlopen. Zo zijn leerlingen en personeelsleden in het secundair onderwijs bij de start in code geel verplicht om in de klas een mondmasker te dragen, met uitzondering van de pauzes en het sporten. Leerlingen uit het basisonderwijs hoeven geen mondmasker te dragen, ook al zijn ze ouder dan 12 jaar. Het personeel in het basisonderwijs moet een mondmasker dragen als de afstand niet gegarandeerd kan worden. Bij contact met kleuters is een mondmasker niet verplicht. Ook moeten leerkrachten geen afstand houden bij kleuters, maar wel bij leerlingen in het basisonderwijs. Onderling moeten ze geen afstand houden, wat wel het geval is bij de leerlingen in het secundair onderwijs. Klasbubbels, of klassen, mogen onderling contact hebben in het kleuter- en basisonderwijs. In het secundair moeten de klasbubbels uit elkaar blijven. In het basisonderwijs kunnen extra-murosactiviteiten (activiteiten van één of meer schooldagen, die plaatsvinden buiten de schoolmuren, nvdr) in code geel doorgaan, maar in het secundair onderwijs niet. Ook worden zo weinig mogelijk niet-essentiële derden binnengelaten op school. Die beslissing is een streep door de rekening van scholen, omdat heel wat activiteiten niet kunnen doorgaan die normaal geld in het laatje brengen. Verder wordt scholen aangeraden "minstens 2 à 3 keer het klaslokaal gedurende minimaal 15 minuten te verluchten". De lokalen moeten ook permanent geventileerd worden via ventilatieroosters of een mechanisch ventilatiesysteem. Het gebruik van systemen zoals een ventilator of mobiele airco wordt afgeraden. En uiteraard gelden de basisregels rond (hand)hygiëne, maar bij de heropstart in mei hebben de scholen daar al een expertise rond opgebouwd. Nu veiligheid en gezondheid door de coronacrisis extra in de belangstelling staan, komt een probleem dat al jaren aansleept opnieuw bovendrijven: de verouderde infrastructuur. Die heeft volgens Raymonda Verdyck, af­gevaardigd bestuurder van het GO! -onderwijs, zijn limieten bereikt. "Er zijn de voorbije legislaturen meer middelen bijgekomen, maar die waren onvoldoende om de grote inhaalbeweging te maken die nodig is", verklaart ze. Het probleem is volgens Verdyck tweeledig. Enerzijds is er een verouderd patrimonium en anderzijds stijgt het aantal leerlingen al jaren sterker dan de demografische groei. "Daardoor worden we al jaren geconfronteerd met capaciteitsproblemen", klinkt het. "We krijgen leerlingen letterlijk niet meer in scholen geplaatst. We moeten leerlingen weigeren en dat snijdt natuurlijk in ons hart. Bovendien wordt de vrije keuze niet meer gegarandeerd en daar krijgen we steeds meer vragen over." "Twee legislaturen geleden zijn we begonnen aan een inhaalbeweging in het basisonderwijs. Die leerlingen schuiven nu door naar het secundair onderwijs waardoor het probleem ook verschuift", aldus Verdyck. "De voorbije regeringen hebben al heel wat inspanningen gedaan door extra middelen te investeren maar die zijn onvoldoende voor de noden die er zijn." (Belga)

In de draaiboeken van de Vlaamse overheid zijn verschillende maatregelen opgelijst die scholen moeten implementeren om de start van het nieuwe schooljaar veilig te laten verlopen. Zo zijn leerlingen en personeelsleden in het secundair onderwijs bij de start in code geel verplicht om in de klas een mondmasker te dragen, met uitzondering van de pauzes en het sporten. Leerlingen uit het basisonderwijs hoeven geen mondmasker te dragen, ook al zijn ze ouder dan 12 jaar. Het personeel in het basisonderwijs moet een mondmasker dragen als de afstand niet gegarandeerd kan worden. Bij contact met kleuters is een mondmasker niet verplicht. Ook moeten leerkrachten geen afstand houden bij kleuters, maar wel bij leerlingen in het basisonderwijs. Onderling moeten ze geen afstand houden, wat wel het geval is bij de leerlingen in het secundair onderwijs. Klasbubbels, of klassen, mogen onderling contact hebben in het kleuter- en basisonderwijs. In het secundair moeten de klasbubbels uit elkaar blijven. In het basisonderwijs kunnen extra-murosactiviteiten (activiteiten van één of meer schooldagen, die plaatsvinden buiten de schoolmuren, nvdr) in code geel doorgaan, maar in het secundair onderwijs niet. Ook worden zo weinig mogelijk niet-essentiële derden binnengelaten op school. Die beslissing is een streep door de rekening van scholen, omdat heel wat activiteiten niet kunnen doorgaan die normaal geld in het laatje brengen. Verder wordt scholen aangeraden "minstens 2 à 3 keer het klaslokaal gedurende minimaal 15 minuten te verluchten". De lokalen moeten ook permanent geventileerd worden via ventilatieroosters of een mechanisch ventilatiesysteem. Het gebruik van systemen zoals een ventilator of mobiele airco wordt afgeraden. En uiteraard gelden de basisregels rond (hand)hygiëne, maar bij de heropstart in mei hebben de scholen daar al een expertise rond opgebouwd. Nu veiligheid en gezondheid door de coronacrisis extra in de belangstelling staan, komt een probleem dat al jaren aansleept opnieuw bovendrijven: de verouderde infrastructuur. Die heeft volgens Raymonda Verdyck, af­gevaardigd bestuurder van het GO! -onderwijs, zijn limieten bereikt. "Er zijn de voorbije legislaturen meer middelen bijgekomen, maar die waren onvoldoende om de grote inhaalbeweging te maken die nodig is", verklaart ze. Het probleem is volgens Verdyck tweeledig. Enerzijds is er een verouderd patrimonium en anderzijds stijgt het aantal leerlingen al jaren sterker dan de demografische groei. "Daardoor worden we al jaren geconfronteerd met capaciteitsproblemen", klinkt het. "We krijgen leerlingen letterlijk niet meer in scholen geplaatst. We moeten leerlingen weigeren en dat snijdt natuurlijk in ons hart. Bovendien wordt de vrije keuze niet meer gegarandeerd en daar krijgen we steeds meer vragen over." "Twee legislaturen geleden zijn we begonnen aan een inhaalbeweging in het basisonderwijs. Die leerlingen schuiven nu door naar het secundair onderwijs waardoor het probleem ook verschuift", aldus Verdyck. "De voorbije regeringen hebben al heel wat inspanningen gedaan door extra middelen te investeren maar die zijn onvoldoende voor de noden die er zijn." (Belga)