Museum Middelheim in Antwerpen is een beeldenpark, beroemd voor zijn collectie van Auguste Rodin en Rik Wouters tot Juan Muñoz en Anthony Gormley. Maar liefst tachtig procent van de sculpturen zit echter in een depot: het gaat om zo'n 1.500 kwetsbare stukken op een totaal van 1.850. Daarom besliste Middelheim om van het bestaande gesloten depot een Collectiepaviljoen te maken. Vijftig fragiele sculpturen, maquettes en installaties zijn daar vanaf nu, in wisselende opstelling, te bewonderen: van Medardo Rosso, Alberto Giacometti en Käthe Kollwitz tot Thomas Schütte, Berlinde De Bruyckere en Christo.
...

Museum Middelheim in Antwerpen is een beeldenpark, beroemd voor zijn collectie van Auguste Rodin en Rik Wouters tot Juan Muñoz en Anthony Gormley. Maar liefst tachtig procent van de sculpturen zit echter in een depot: het gaat om zo'n 1.500 kwetsbare stukken op een totaal van 1.850. Daarom besliste Middelheim om van het bestaande gesloten depot een Collectiepaviljoen te maken. Vijftig fragiele sculpturen, maquettes en installaties zijn daar vanaf nu, in wisselende opstelling, te bewonderen: van Medardo Rosso, Alberto Giacometti en Käthe Kollwitz tot Thomas Schütte, Berlinde De Bruyckere en Christo.Om die vijftig werken in optimale omstandigheden te kunnen tonen werd het bestaande depot van Stéphane Beel uit 1990 aangepakt door RADAR architecten. Het sobere bakstenen gebouw, dat veel bezoekers niet eens opviel, kreeg een veel opener uitzicht met lage, grote ramen en een ruime doorgang, plus opbergkastjes en sanitair.Het Collectiepaviljoen heeft niet de bedoeling een museum in het park te zijn. Het is een open depot, waar de sculpturen en maquettes op metalen rekken geplaatst staan. Enerzijds is er industriële 'feel', anderzijds werd het paviljoen met veel smaak en zin voor het detail omgebouwd. Een noodzakelijke aanvulling voor de collectie in open lucht.'Al van bij de oprichting van Middelheim in 1950 werden er kwetsbare werken aangekocht', vertelt museumdirecteur Sara Weyns. 'Van meet af aan was het de bedoeling een zo ruim mogelijk overzicht te geven van de moderne beeldhouwkunst in Europa.' Initiatiefnemer, de toenmalige Antwerpse burgemeester Lode Craeybeckx, werd bij de selectie geassisteerd door gerenommeerde beeldhouwers als Osip Zadkine en Henry Moore. Op die manier kwamen bijvoorbeeld beelden van de toen weinig bekende Medardo Rosso in de collectie terecht. Ze werden aangekocht op de Biënnale van Venetië in 1950.Omstreden beslissing'Nader onderzoek heeft uitgewezen dat onze 'Femme à la Voilette' het originele en allereerste model in gips is dat Rosso in 1895 maakte', zegt Veerle Meul, hoofd collecties. 'Wat dit werk gevoelig in waarde doet stijgen.' Van Medardo Rosso wordt in het vernieuwde paviljoen het volledige Middelheim-bezit getoond: vijf sculpturen. Rosso's werk heeft er een plaats gekregen omdat de kunstenaar intussen, meer nog dan Rodin, beschouwd wordt als dé pionier van de moderne beeldhouwkunst wegens zijn impressionistische aanpak.'Maar we wilden niet een louter kunsthistorisch overzicht bieden', verduidelijkt Sara Weyns. 'Daarom hebben we een 'collectieparlement' opgericht waarin uiteenlopende stemmen vertegenwoordigd waren: behalve onze museummedewerkers, ook bezoekers, kunstcollectioneurs, gidsen, kunstenaars en museumcollega's uit binnen- en buitenland. Zo kregen we een brede waaier aan opinies en smaken. En er werden diverse criteria gebruikt. 'Het beeld 'Piëta' van Käthe Kollwitz werd gekozen om zijn historische betekenis: de Piëta verwijst naar het grote verdriet van Kollwitz voor het verlies van haar zoon in de Eerste Wereldoorlog. Later werd het beeld op groot formaat in Berlijn geplaatst als gedenkteken voor àlle slachtoffers van oorlog en tirannie. Dat was een omstreden beslissing.'Hedendaagse discussiesOok de maatschappelijke waarde kan meespelen: een wat androgyn vrouwenhoofd uit 1927 van de weinig bekende Charles Despiau kan het debat rond genderfluïditeit aanzwengelen. 'Nest' (2006) van Patricia Piccinini is dan weer een heuse publiekslieveling. De 'Groep Congolese vrouwen' uit 1953 van Floris Jespers werd gekozen omdat die sculptuur - een eenzijdig beeld van de kolonisator - de discussie over kolonialisme kan stimuleren. 'Volgend jaar brengen we trouwens een tentoonstelling met hedendaagse Afrikaanse kunstenaars', zegt Sara Weyns. 'Dan zullen we zeker rond de erfenis van het kolonialisme werken.'Die aanpak leidt tot een zeer divers en aantrekkelijk beeld van de collectie. Zo staat in een mooi ensemble de menselijke figuur centraal - met Rodin, Arturo Martini en Paul Van Hoeydonck - en achteraan in het paviljoen krijgt de installatie 'Résidence Terrestre' van Michel François alle ruimte. Die installatie - met verwijzingen naar armoede en de consumptiemaatschappij - was nooit meer getoond sinds 1997 en werd nu in samenspraak met François opnieuw opgebouwd en geactualiseerd. Intense samenwerking met kunstenaars is een aanpak waarop het museum volop wil inzetten.