Kinderen die aan de lagere school beginnen met een taalachterstand, lopen vaak ook achterstand op andere gebieden op. Ongelijk aan de start is vaak ook ongelijk aan de eindmeet, meent Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts. Nu de leerplichtleeftijd verlaagd is naar vijf jaar, moeten alle kinderen naar de derde kleuterklas. En dat is een opportuniteit om met een screening de taalachterstand bij alle kinderen tijdig te detecteren én te remediëren. "Alleen zo geven we kinderen met een taalachterstand echt dezelfde kansen als de andere kinderen", verklaarde Weyts eerder al. De zogenoemde KOALA-test moet tussen 10 oktober en 30 november plaatsvinden. De scholen kunnen zelf het moment kiezen en er bijvoorbeeld ook voor kiezen om de oudste kleuters medio oktober en de jongste kleuters pas eind november te testen. De data zijn gekozen zodat de kinderen na de zomervakantie de tijd hebben om in te lopen, maar er ook nog voldoende tijd overblijft in het schooljaar om leerlingen met een taalachterstand bij te spijkeren. Blijkt de achterstand op het einde van de kleuterklas alsnog te groot, dan kan de klassenraad adviseren om de overstap naar de lagere school uit te stellen. Als ouders dat advies naast zich neerleggen, dan krijgt het kind in het eerste leerjaar een taalintegratietraject opgelegd. In beginsel gaat het dan om een taalbadklas, of een volwaardig alternatief. Voor de taalintegratietrajecten die volgen op de taalscreening ontvangen scholen voor gewoon basisonderwijs in het schooljaar 2021-2022 12 miljoen euro, onder de vorm van zorgpunten. De verdeling van deze middelen gebeurt op basis van het aantal 4-jarige kleuters met een thuistaal die niet Nederlands is. Voorts zijn er vanaf 1 september nieuwe toelatingsvoorwaarden voor het gewone lager onderwijs. Van 5-jarige kleuters wordt tijdens het voorgaande schooljaar ten minste 290 halve dagen aanwezigheid verwacht met het oog op de toelating tot het gewoon lager onderwijs in het schooljaar 2021-2022. (Belga)

Kinderen die aan de lagere school beginnen met een taalachterstand, lopen vaak ook achterstand op andere gebieden op. Ongelijk aan de start is vaak ook ongelijk aan de eindmeet, meent Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts. Nu de leerplichtleeftijd verlaagd is naar vijf jaar, moeten alle kinderen naar de derde kleuterklas. En dat is een opportuniteit om met een screening de taalachterstand bij alle kinderen tijdig te detecteren én te remediëren. "Alleen zo geven we kinderen met een taalachterstand echt dezelfde kansen als de andere kinderen", verklaarde Weyts eerder al. De zogenoemde KOALA-test moet tussen 10 oktober en 30 november plaatsvinden. De scholen kunnen zelf het moment kiezen en er bijvoorbeeld ook voor kiezen om de oudste kleuters medio oktober en de jongste kleuters pas eind november te testen. De data zijn gekozen zodat de kinderen na de zomervakantie de tijd hebben om in te lopen, maar er ook nog voldoende tijd overblijft in het schooljaar om leerlingen met een taalachterstand bij te spijkeren. Blijkt de achterstand op het einde van de kleuterklas alsnog te groot, dan kan de klassenraad adviseren om de overstap naar de lagere school uit te stellen. Als ouders dat advies naast zich neerleggen, dan krijgt het kind in het eerste leerjaar een taalintegratietraject opgelegd. In beginsel gaat het dan om een taalbadklas, of een volwaardig alternatief. Voor de taalintegratietrajecten die volgen op de taalscreening ontvangen scholen voor gewoon basisonderwijs in het schooljaar 2021-2022 12 miljoen euro, onder de vorm van zorgpunten. De verdeling van deze middelen gebeurt op basis van het aantal 4-jarige kleuters met een thuistaal die niet Nederlands is. Voorts zijn er vanaf 1 september nieuwe toelatingsvoorwaarden voor het gewone lager onderwijs. Van 5-jarige kleuters wordt tijdens het voorgaande schooljaar ten minste 290 halve dagen aanwezigheid verwacht met het oog op de toelating tot het gewoon lager onderwijs in het schooljaar 2021-2022. (Belga)