In 2018 maakte de federale regering het mogelijk voor mensen om in hun vrije tijd tot 6.000 euro per jaar onbelast bij te verdienen. De maatregel werd vooral ingevoerd met het oog op (sport)verenigingswerk, maar ook diensten van burger aan burger en activiteiten in de deeleconomie werden erin opgenomen. In april van dit jaar vernietigde het Grondwettelijk Hof de regeling echter omdat het die discriminerend vond, waardoor onbelast bijverdienen vanaf 2021 in principe niet meer mogelijk is. De regering werkte wel nog een regeling uit voor verenigingswerk in de sportclubs. Het plafond van 6.000 euro aan bijverdiensten per jaar blijft behouden, maar om tegemoet te komen aan de opmerkingen van het Grondwettelijk Hof vervalt de volledige fiscale vrijstelling van die inkomsten. In plaats daarvan komt er een sociale bijdrage van 10 procent voor de verenigingen, en een fiscale heffing van 10 procent, te betalen door de verenigingswerker. De voorwaarde om minstens voor vier vijfden aan de slag te zijn, vervalt. Daarnaast mogen verenigingswerkers nog maximaal 50 uren verenigingswerk per maand uitvoeren, gemiddeld genomen op kwartaalbasis, en worden er extra beschermingen ingebouwd. Het gaat onder meer om regels rond het uurrooster, gewaarborgde rustpauzes en een kader voor een beperkte opzegtermijn en -vergoeding. (Belga)

In 2018 maakte de federale regering het mogelijk voor mensen om in hun vrije tijd tot 6.000 euro per jaar onbelast bij te verdienen. De maatregel werd vooral ingevoerd met het oog op (sport)verenigingswerk, maar ook diensten van burger aan burger en activiteiten in de deeleconomie werden erin opgenomen. In april van dit jaar vernietigde het Grondwettelijk Hof de regeling echter omdat het die discriminerend vond, waardoor onbelast bijverdienen vanaf 2021 in principe niet meer mogelijk is. De regering werkte wel nog een regeling uit voor verenigingswerk in de sportclubs. Het plafond van 6.000 euro aan bijverdiensten per jaar blijft behouden, maar om tegemoet te komen aan de opmerkingen van het Grondwettelijk Hof vervalt de volledige fiscale vrijstelling van die inkomsten. In plaats daarvan komt er een sociale bijdrage van 10 procent voor de verenigingen, en een fiscale heffing van 10 procent, te betalen door de verenigingswerker. De voorwaarde om minstens voor vier vijfden aan de slag te zijn, vervalt. Daarnaast mogen verenigingswerkers nog maximaal 50 uren verenigingswerk per maand uitvoeren, gemiddeld genomen op kwartaalbasis, en worden er extra beschermingen ingebouwd. Het gaat onder meer om regels rond het uurrooster, gewaarborgde rustpauzes en een kader voor een beperkte opzegtermijn en -vergoeding. (Belga)