België telt talloze organisaties die bevoegd zijn voor bepaalde aspecten van de mensenrechten, denk maar aan het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, de Comités P en I of Unia. Maar een nationaal instituut dat toeziet op de naleving van àlle mensenrechten, bestaat tot nog toe niet.

Onder meer het federaal migratiecentrum Myria en Unia riepen de federale regering al op om zo'n instituut op te richten, en ook de Verenigde Naties raadden ons land al aan dat te doen.

Het wetsvoorstel voor de oprichting van de hand van parlementsleden van CD&V, MR en cdH is gebaseerd op een eerder wetsontwerp van CD&V-ministers Kris Peeters en Koen Geens. Het voorstel rondde vrijdag de kaap van de Kamercommissie en moet nu nog plenair worden gestemd. Enkel N-VA stemde vrijdag tegen.

De Liga voor Mensenrechten ijvert al jarenlang voor de oprichting van een nationaal mensenrechteninstituut en reageert dan ook erg tevreden op de stemming. 'Ons land werd al ettelijke keren op de vingers getikt door de VN en de Raad van Europa omdat we nog geen 'A-status' instituut hadden', zegt voorzitter Kati Verstrepen in een persbericht. 'De oprichting ervan staat sinds 2003 in ieder regeerakkoord', zo klinkt het nog. 'De Liga voor Mensenrechten is verheugd dat het er eindelijk van zal komen.'

Tegelijkertijd wordt wel benadrukt dat er nog veel werk aan de winkel is. Want voorlopig zal de instelling enkel bevoegd zijn voor federale aangelegenheden. 'Nu moeten de onderhandelingen starten om de regio's te laten toetreden tot het instituut. De Liga roept de partijen dan ook op om nu de politieke verantwoordelijkheid te nemen hiermee vooruit te gaan', zegt Verstrepen.

Ook vraagt de Liga duidelijkheid rond de adviesbevoegdheid van het instituut. Zo moet duidelijk worden over welke onderwerpen het instituut advies mag verlenen, en in welke fase van het wetgevend proces dat moet gebeuren. Ten slotte wil de Liga voor Mensenrechten dat ook het middenveld betrokken wordt bij de werking van de 'federale instelling voor de rechten van de mens'.

De 'federale instelling voor de rechten van de mens' zal bevoegd zijn voor alle federale bevoegdheden die nog niet door de andere mensenrechtenorganisaties worden behandeld. In de toekomst kan het centrum wel geïnterfederaliseerd worden, waardoor het ook de aangelegenheden waarvoor de gewesten en gemeenschappen bevoegd zijn kan bestrijken. In de huidige legislatuur was daar niet genoeg tijd meer voor, onder meer omdat daar een samenwerkingsakkoord voor nodig is. Het mensenrechtinstituut zal onder meer adviezen en rapporten kunnen afleveren, en problemen aandragen bij het Grondwettelijk Hof, de Raad van State of gewone rechtbanken.

Individuele klachten behandelen kan niet, iets wat vooral de Franstalige oppositiepartijen Ecolo, PS en cdH betreurden. Het mensenrechtinstituut zou bestaan uit een raad van bestuur met twaalf leden uit de academische wereld, het maatschappelijk middenveld, de sociale partners en het gerecht. Daarnaast voorziet het ontwerp in een overlegraad samengesteld uit alle sectorale instanties, die minstens vier keer per jaar samenkomt.

'Verkiezingscadeau'

Zoals gezegd stemde N-VA dus als enige tegen. Volgens de Vlaams-nationalisten is het een duur en nutteloos 'verkiezingscadeau'.

Nochtans stond de oprichting van een nationaal mensenrechteninstituut wel in het regeerakkoord van de regering-Michel, waar ook N-VA tot voor kort deel van uitmaakte. 'Onze partij gaat niet akkoord met de oprichting van nog maar eens een bijkomende instelling, met nieuwe directiezitjes, eigen administratie en budget. Het Belgische landschap is al verzadigd met zulke instanties', zegt N-VA-Kamerlid Rita Bellens.

Volgens haar kost het instituut in 2020 alleen al bijna 600.000 euro. Het mensenrechteninstituut is niet alleen duur, maar ook 'onnuttig', vindt N-VA. 'Dit is niet meer of minder dan de creatie van een tweede, nog uitgebreider Unia. Het is vandaag al niet meer duidelijk voor de burger bij wie hij zich moet melden met zijn grieven. Met dit voorstel zegt de ontslagnemende regering eigenlijk dat het voor hen gemakkelijker is om nog maar iets bij te creëren dan de bestaande janboel te hervormen', meent Bellens.

'Onze voormalige coalitiegenoten blijken meer interesse te hebben in de creatie van bijkomende directiepostjes, die ze uiteraard vanuit het parlement zelf mogen benoemen.' Volgens N-VA was het beter geweest om de bestaande instellingen samen te smelten en te vereenvoudigen.