Het proces rond de zaak-Tine Nys moest voor de uitvoerende arts Joris Van Hove overgedaan worden voor een burgerlijke rechtbank in Oost-Vlaanderen. De beroepsrechters moeten zich uitspreken of de euthanasie conform de wet is gebeurd en of de arts burgerrechtelijk verantwoordelijk kan gesteld worden. Van Hove kan mogelijk veroordeeld worden tot het betalen van een schadevergoeding.

Op het veelbesproken euthanasieproces in Gent in 2020 sprak een volksjury de drie artsen vrij die betrokken waren bij de euthanasie van Tine Nys in 2010. De familie trok daarop naar het Hof van Cassatie. Die oordeelde in september vorig jaar dat er fouten zijn gemaakt en dat er een nieuw proces moest komen voor Joris Van Hove, de arts die Tine Nys de dodelijke inspuiting gaf. Zijn vrijspraak was volgens het hof onvoldoende gemotiveerd.

De 38-jarige Tine Nys kreeg op 27 april 2010 euthanasie op basis van psychisch lijden. Het onderzoek startte nadat één van de zussen van de vrouw klacht met burgerlijke partijstelling had ingediend. De raadkamer in Dendermonde oordeelde in 2016 om de drie betrokken artsen buiten vervolging te stellen, maar de burgerlijke partij ging daartegen in beroep.

Het parket-generaal vroeg daarna de verwijzing en de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling besloot uiteindelijk eind 2018 om de drie artsen te verwijzen naar het Gentse hof van assisen voor vergiftiging. Het was de eerste keer dat artsen zich daarvoor moesten verantwoorden sinds de inwerkingtreding van de euthanasiewet in 2002. Het hof van assisen sprak de drie artsen vrij.

Het openbaar ministerie besliste om geen eis tot cassatie in te stellen, wat betekende dat de strafrechtelijke vrijspraak van de artsen niet meer ongedaan kan worden gemaakt.

De burgerlijke partij, de familie van Tine Nys, had wel cassatieberoep aangetekend. Dat betekent dat het deze keer een burgerrechtelijke zaak wordt, in plaats van een strafrechtelijke. Van Hove riskeert geen levenslange gevangenisstraf en kan enkel veroordeeld worden tot het betalen van een schadevergoeding.

Het proces rond de zaak-Tine Nys moest voor de uitvoerende arts Joris Van Hove overgedaan worden voor een burgerlijke rechtbank in Oost-Vlaanderen. De beroepsrechters moeten zich uitspreken of de euthanasie conform de wet is gebeurd en of de arts burgerrechtelijk verantwoordelijk kan gesteld worden. Van Hove kan mogelijk veroordeeld worden tot het betalen van een schadevergoeding.Op het veelbesproken euthanasieproces in Gent in 2020 sprak een volksjury de drie artsen vrij die betrokken waren bij de euthanasie van Tine Nys in 2010. De familie trok daarop naar het Hof van Cassatie. Die oordeelde in september vorig jaar dat er fouten zijn gemaakt en dat er een nieuw proces moest komen voor Joris Van Hove, de arts die Tine Nys de dodelijke inspuiting gaf. Zijn vrijspraak was volgens het hof onvoldoende gemotiveerd. De 38-jarige Tine Nys kreeg op 27 april 2010 euthanasie op basis van psychisch lijden. Het onderzoek startte nadat één van de zussen van de vrouw klacht met burgerlijke partijstelling had ingediend. De raadkamer in Dendermonde oordeelde in 2016 om de drie betrokken artsen buiten vervolging te stellen, maar de burgerlijke partij ging daartegen in beroep. Het parket-generaal vroeg daarna de verwijzing en de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling besloot uiteindelijk eind 2018 om de drie artsen te verwijzen naar het Gentse hof van assisen voor vergiftiging. Het was de eerste keer dat artsen zich daarvoor moesten verantwoorden sinds de inwerkingtreding van de euthanasiewet in 2002. Het hof van assisen sprak de drie artsen vrij. Het openbaar ministerie besliste om geen eis tot cassatie in te stellen, wat betekende dat de strafrechtelijke vrijspraak van de artsen niet meer ongedaan kan worden gemaakt. De burgerlijke partij, de familie van Tine Nys, had wel cassatieberoep aangetekend. Dat betekent dat het deze keer een burgerrechtelijke zaak wordt, in plaats van een strafrechtelijke. Van Hove riskeert geen levenslange gevangenisstraf en kan enkel veroordeeld worden tot het betalen van een schadevergoeding.