Je moet maar even rondkijken en je ziet wat een slechte ruimtelijke ordening teweegbrengt in Vlaanderen: verrommeling en de trage teloorgang van natuur en landschap. Het nieuwe compromis over de betonstop zal daar niets aan veranderen. De Vlaams regering heeft de regie niet in handen en net dat is tekenend voor haar onsamenhangend en vrijblijvend beleid.

De Vlaamse regering verbiedt nu dat er in de woonreservegebieden wordt gebouwd. Grondeigenaars krijgen een stevige vergoeding van de gemeenten als die grond omgezet wordt in natuurgebied of landbouwgrond. Als een gemeente vindt dat het gebied goed gelegen is, dan kan ze beslissen om er toch nog op te laten bouwen. Voor de andere zones, verwacht de Vlaamse Regering dat de lokale besturen op eigen houtje de bestemming veranderen en dus zelf de dure planschade betalen. Kortom, de burgemeester die ervoor kiest om open ruimte te bewaren moet hiervoor diep in de portemonnee tasten. Vraag is: wie zal dat doen?

Wanneer een gemeenten toch niet zelf tot herbestemming overgaat zal de Vlaamse Regering het doen in 2040. Laat ons elkaar recht in de ogen kijken. Als er één rode draad loopt door de Vlaamse ruimtelijke ordening dan is het toch wel dat uitstel eigenlijk afstel betekent.

Historisch getalm

Ooit klonk het allemaal zeer rooskleurig. Minister-president Bourgeois stelde zich in 2016 tot doel dat Vlaanderen radicaal de kaart moest trekken van een doordachte ruimtelijke ordening die de open ruimte beschermt, de wagen opzij duwt en ons helpt om de emissies te verlagen. Vier jaar later bleek dat praten in de lucht. Van de 22.500 hectare open ruimte die tegen 2040 nog onder beton mag verdwijnen is tussen 2016 en nu al 37 procent opgesoupeerd.

Nieuw akkoord over betonstop zal teloorgang van natuur en landschap niet tegenhouden.

Twee symbooldossiers - het instrumentendecreet en het decreet woonuitbreidingsgebieden - typeren het getalm, loze beloftes en onwerkbare compromissen omgezet in juridisch broddelwerk.

Het instrumentendecreet struikelde over een hoop negatieve adviezen en kwam finaal ten val voor de verkiezingen. Minister Zuhal Demir (N-VA) probeerde het nog te reanimeren vorig jaar. Opnieuw regende het kritiek in het Vlaams parlement waar alle experten het decreet met de grond gelijk maakten. De luidste proteststem hoorden we bij de burgemeesters. Zij zaten plots met de gebakken peren: open ruimte behouden kon alleen maar aan de verkoopswaarde van gronden en niet aan de geïndexeerde aankoopprijs. De regeling kost gemeenten dus handenvol geld. Het was als het ware een cadeautje voor iedereen die ooit goedkoop grond kocht en nu aan een fikse meerwaarde kon verkopen met een herbestemming. Projectontwikkelaars passeren langs de kassa ten nadele van de belastingbetaler.

Het blunderparcours over de rafelranden waar eventueel kan gebouwd worden, de zogeheten woonresevergebieden, oogt al even pijnlijk. Vlaanderen telt 57.500 hectare teveel waarop gebouwd mag worden. Als dat daadwerkelijk gebeurt, wordt Vlaanderen één grote stenen woestenij. Daarom besliste de Vlaamse Regering om werk te maken van de betonstop die nu verveld is tot een bouwshift. In 2012 engageerde ze zich om op zijn minst de woonreservegebieden, een fractie van die 57.500 ha, te vrijwaren van beton. Acht jaar later staat de Vlaamse Regering nog geen stap verder. Want door met het voorstel dat nu voorligt, zullen we er ook niet geraken.

Open Vlaams landschap wordt schaarser terwijl ruimtevreters als bebouwing en verstedelijking duchtig hun gang gaan. Elke dag verdwijnt meer dan 10 voetbalvelden onder het beton. Om te voorkomen dat natuurgebieden daar verder het slachtoffer van zijn, moet Vlaanderen radicaal anders omspringen met haar ruimtelijke ordening.

Je moet maar even rondkijken en je ziet wat een slechte ruimtelijke ordening teweegbrengt in Vlaanderen: verrommeling en de trage teloorgang van natuur en landschap. Het nieuwe compromis over de betonstop zal daar niets aan veranderen. De Vlaams regering heeft de regie niet in handen en net dat is tekenend voor haar onsamenhangend en vrijblijvend beleid. De Vlaamse regering verbiedt nu dat er in de woonreservegebieden wordt gebouwd. Grondeigenaars krijgen een stevige vergoeding van de gemeenten als die grond omgezet wordt in natuurgebied of landbouwgrond. Als een gemeente vindt dat het gebied goed gelegen is, dan kan ze beslissen om er toch nog op te laten bouwen. Voor de andere zones, verwacht de Vlaamse Regering dat de lokale besturen op eigen houtje de bestemming veranderen en dus zelf de dure planschade betalen. Kortom, de burgemeester die ervoor kiest om open ruimte te bewaren moet hiervoor diep in de portemonnee tasten. Vraag is: wie zal dat doen? Wanneer een gemeenten toch niet zelf tot herbestemming overgaat zal de Vlaamse Regering het doen in 2040. Laat ons elkaar recht in de ogen kijken. Als er één rode draad loopt door de Vlaamse ruimtelijke ordening dan is het toch wel dat uitstel eigenlijk afstel betekent.Ooit klonk het allemaal zeer rooskleurig. Minister-president Bourgeois stelde zich in 2016 tot doel dat Vlaanderen radicaal de kaart moest trekken van een doordachte ruimtelijke ordening die de open ruimte beschermt, de wagen opzij duwt en ons helpt om de emissies te verlagen. Vier jaar later bleek dat praten in de lucht. Van de 22.500 hectare open ruimte die tegen 2040 nog onder beton mag verdwijnen is tussen 2016 en nu al 37 procent opgesoupeerd.Twee symbooldossiers - het instrumentendecreet en het decreet woonuitbreidingsgebieden - typeren het getalm, loze beloftes en onwerkbare compromissen omgezet in juridisch broddelwerk.Het instrumentendecreet struikelde over een hoop negatieve adviezen en kwam finaal ten val voor de verkiezingen. Minister Zuhal Demir (N-VA) probeerde het nog te reanimeren vorig jaar. Opnieuw regende het kritiek in het Vlaams parlement waar alle experten het decreet met de grond gelijk maakten. De luidste proteststem hoorden we bij de burgemeesters. Zij zaten plots met de gebakken peren: open ruimte behouden kon alleen maar aan de verkoopswaarde van gronden en niet aan de geïndexeerde aankoopprijs. De regeling kost gemeenten dus handenvol geld. Het was als het ware een cadeautje voor iedereen die ooit goedkoop grond kocht en nu aan een fikse meerwaarde kon verkopen met een herbestemming. Projectontwikkelaars passeren langs de kassa ten nadele van de belastingbetaler.Het blunderparcours over de rafelranden waar eventueel kan gebouwd worden, de zogeheten woonresevergebieden, oogt al even pijnlijk. Vlaanderen telt 57.500 hectare teveel waarop gebouwd mag worden. Als dat daadwerkelijk gebeurt, wordt Vlaanderen één grote stenen woestenij. Daarom besliste de Vlaamse Regering om werk te maken van de betonstop die nu verveld is tot een bouwshift. In 2012 engageerde ze zich om op zijn minst de woonreservegebieden, een fractie van die 57.500 ha, te vrijwaren van beton. Acht jaar later staat de Vlaamse Regering nog geen stap verder. Want door met het voorstel dat nu voorligt, zullen we er ook niet geraken.Open Vlaams landschap wordt schaarser terwijl ruimtevreters als bebouwing en verstedelijking duchtig hun gang gaan. Elke dag verdwijnt meer dan 10 voetbalvelden onder het beton. Om te voorkomen dat natuurgebieden daar verder het slachtoffer van zijn, moet Vlaanderen radicaal anders omspringen met haar ruimtelijke ordening.