Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen zijn kinderen of jongeren die alleen zijn aangekomen in ons land. Zij raakten in hun thuisland of onderweg hun ouders of andere familie kwijt. België telt ongeveer 450 vrijwillige voogden voor deze kinderen. Uit gesprekken met die voogden, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en andere betrokkenen blijkt dat deze kinderen op heel wat hindernissen stuiten wanneer zij aankomen in ons land. Volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen heeft dit ernstige gevolgen en moet dat dus beter. Zo krijgt slechts één op de drie van deze jongeren een vrijwillige voogd. Dat is problematisch want die helpt normaal gezien bij het vinden van onderdak en een school. "Die begeleiding loopt veel moeizamer dan zou moeten", zegt Charlotte Vandycke, directeur van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Dat de bevoegdheden verdeeld zijn over de Vlaamse en federale regering zou ook niet helpen. De regeling van een voogd is niet het enige probleem. "Er zijn ook te weinig aangepaste opvangplaatsen en de jongeren moeten te vaak verhuizen, van school veranderen en opnieuw beginnen. Gespecialiseerde hulp is schaars voor deze getraumatiseerde jongeren, waardoor sommigen zelfmoordpogingen ondernemen. Sommige jongeren verdwijnen zelfs compleet van de radar", aldus Vandycke. Daarnaast pleit de organisatie ook voor toegankelijke vrijetijdsbesteding, een individueel aangepast leertraject en ondersteuning bij de procedure voor gezinshereniging. (Belga)

Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen zijn kinderen of jongeren die alleen zijn aangekomen in ons land. Zij raakten in hun thuisland of onderweg hun ouders of andere familie kwijt. België telt ongeveer 450 vrijwillige voogden voor deze kinderen. Uit gesprekken met die voogden, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en andere betrokkenen blijkt dat deze kinderen op heel wat hindernissen stuiten wanneer zij aankomen in ons land. Volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen heeft dit ernstige gevolgen en moet dat dus beter. Zo krijgt slechts één op de drie van deze jongeren een vrijwillige voogd. Dat is problematisch want die helpt normaal gezien bij het vinden van onderdak en een school. "Die begeleiding loopt veel moeizamer dan zou moeten", zegt Charlotte Vandycke, directeur van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Dat de bevoegdheden verdeeld zijn over de Vlaamse en federale regering zou ook niet helpen. De regeling van een voogd is niet het enige probleem. "Er zijn ook te weinig aangepaste opvangplaatsen en de jongeren moeten te vaak verhuizen, van school veranderen en opnieuw beginnen. Gespecialiseerde hulp is schaars voor deze getraumatiseerde jongeren, waardoor sommigen zelfmoordpogingen ondernemen. Sommige jongeren verdwijnen zelfs compleet van de radar", aldus Vandycke. Daarnaast pleit de organisatie ook voor toegankelijke vrijetijdsbesteding, een individueel aangepast leertraject en ondersteuning bij de procedure voor gezinshereniging. (Belga)