Een minderjarige asielzoeker uit Guinee belandde via mensenhandel in Nederland. De betrokkene vroeg daar asiel aan, maar dat verzoek werd in 2018 afgewezen. Volgens de Nederlandse rechtbank voorziet het Nederlandse recht dan de verplichting om het grondgebied te verlaten, zonder dat daarbij gecontroleerd wordt of er in het land van herkomst adequate opvang aanwezig is. Maar in dit geval had de minderjarige uit Guinee bijvoorbeeld geen weet van familie in Guinee. Hij kende zijn ouders niet en had ook geen weet van andere familieleden. In het geval van de minderjarige uit Guinee was het zo dat hij niet wist waar zijn ouders waren en kende hij ook geen andere familieleden. Volgens het Hof van Justitie bepalen een Europese richtlijn en het Handvest van de grondrechten dat lidstaten niet-begeleide minderjarigen enkel mogen terugsturen als er voor de betrokkene "adequate opvang" beschikbaar is. Lidstaten mogen ook niet zomaar wachten tot de betrokkene meerderjarig is om het terugkeerbesluit uit te voeren. "Opschorting of uitstel van de uitvoering van het terugkeerbesluit is slechts gerechtvaardigd indien de situatie in de staat van terugkeer na de vaststelling van dat besluit zodanig is gewijzigd, dat de lidstaat niet meer kan garanderen dat de minderjarige wordt teruggestuurd naar een familielid dan wel een aangewezen voogd of naar adequate opvangfaciliteiten", luidt het. Het Hof wijst er ook op dat lidstaten in bepaalde schrijnende gevallen of om humanitaire of andere redenen aan een illegaal op hun grondgebied verblijvende derdelander een verblijfsvergunning of andere vorm van toestemming voor verblijf kunnen geven. (Belga)

Een minderjarige asielzoeker uit Guinee belandde via mensenhandel in Nederland. De betrokkene vroeg daar asiel aan, maar dat verzoek werd in 2018 afgewezen. Volgens de Nederlandse rechtbank voorziet het Nederlandse recht dan de verplichting om het grondgebied te verlaten, zonder dat daarbij gecontroleerd wordt of er in het land van herkomst adequate opvang aanwezig is. Maar in dit geval had de minderjarige uit Guinee bijvoorbeeld geen weet van familie in Guinee. Hij kende zijn ouders niet en had ook geen weet van andere familieleden. In het geval van de minderjarige uit Guinee was het zo dat hij niet wist waar zijn ouders waren en kende hij ook geen andere familieleden. Volgens het Hof van Justitie bepalen een Europese richtlijn en het Handvest van de grondrechten dat lidstaten niet-begeleide minderjarigen enkel mogen terugsturen als er voor de betrokkene "adequate opvang" beschikbaar is. Lidstaten mogen ook niet zomaar wachten tot de betrokkene meerderjarig is om het terugkeerbesluit uit te voeren. "Opschorting of uitstel van de uitvoering van het terugkeerbesluit is slechts gerechtvaardigd indien de situatie in de staat van terugkeer na de vaststelling van dat besluit zodanig is gewijzigd, dat de lidstaat niet meer kan garanderen dat de minderjarige wordt teruggestuurd naar een familielid dan wel een aangewezen voogd of naar adequate opvangfaciliteiten", luidt het. Het Hof wijst er ook op dat lidstaten in bepaalde schrijnende gevallen of om humanitaire of andere redenen aan een illegaal op hun grondgebied verblijvende derdelander een verblijfsvergunning of andere vorm van toestemming voor verblijf kunnen geven. (Belga)