Zelden is het stil wanneer VOORUIT-voorzitter Conner Rousseau, al dan niet met 'basketsloefkes' aan, passeert. Onlangs was hij bij gastheer Gert Verhulst te gast in het populaire VT4-programma 'Gert Late Night'. Toen Gert het onderwerp migratie aansneed en Conner de vraag stelde of migranten die 'bewust' geen Nederlands willen leren, zouden moeten terugkeren, was het antwoord van Conner - na wat aandringen van Gert - bevestigend. Deze wel erg krasse taal ontlokte felle reacties in de publieke opinie. Dit vraagt om enige reflectie en sensibilisering, waartoe ik in deze tekst een aanzet wil geven.

Onbekend maakt onbemind

In feite was de kwestie die Gert opwierp zonder voorwerp. De overgrote meerderheid van de vluchtelingen die in Vlaanderen een veilige haven hebben gevonden, is bereid Nederlands te leren. Wie gemigreerd is uit een land buiten de EU en zich duurzaam in het Vlaamse Gewest wil vestigen, heeft zelfs de wettelijke plicht om Nederlands te leren, meer bepaald tot op het niveau A2 van het ERK, het Europees Referentiekader voor talen. Dit is een heel basaal niveau, maar vaak leren mensen nog jaren verder.

Nieuwkomers uit een EU-land zijn niet aan de inburgeringsplicht onderworpen, maar velen leren wel Nederlands. Dit staat in schril contrast tot de leefwereld van expats die zich binnen hun elitaire bubbel wel kunnen behelpen met het Engels, de mondiale lingua franca. Er zijn ook Belgen die in het Vlaamse Gewest wonen, maar het niet de moeite vinden om zich zelfs maar noties eigen te maken van het Nederlands, toch de taal van een kleine 60 procent van hun landgenoten. Om maar te zeggen, het is unfair dat net vluchtelingen met de vinger worden gewezen. Het is te gemakkelijk een oordeel te vellen over mensen die men niet kent.

Een persoonlijk verhaal

Ik heb de eer en het grote genoegen nu al bijna twintig jaar met vluchtelingen, nieuwkomers en Franstalige Belgen te mogen werken bij hun professionele taalverwerving van het Nederlands: werkzoekenden in een context van opleiding of werkplekleren, maar ook werknemers. De eerste zes jaar werkte ik als 'taaldocent' in een Antwerps bouwopleidingscentrum voor vluchtelingen en mensen met een migratie-achtergrond. Nu werk ik als 'taalcoach' bij VDAB, meer bepaald bij de dienst NODW - Nederlands bij bedrijven - waarvan de laatste zeven jaar met Vlaams-Brabant als werkterrein.

Die jarenlange ervaring heeft me een dieper inzicht gegeven in taalverwervingsprocessen. In de eerste plaats is het altijd een persoonlijk verhaal. Een hoof vol zorgen, soms trauma's en praktische bekommernissen vormen een obstakel. Ook leeftijd, gezondheid en leervermogen spelen een grote rol. Niet iedereen heeft dezelfde schoolse vaardigheden en er zijn grote verschillen in de snelheid waarmee mensen leren.

Een fijnmazig systeem

Het NT2-onderwijs (Nederlands als tweede taal) in Vlaanderen speelt op deze verschillen in. Ook hier verwijst men telkens naar het ERK, zoals u ziet in deze grafische voorstelling. Bij de Universitaire Talencentra kunnen mensen in bijzonder intensieve trajecten op korte tijd een hoog niveau bereiken. Zo kan men na een stoomcursus van zes maanden het 'nearly native speaker' niveau bereiken, dat niet zo veraf staat van het taalgebruik van een moedertaalspreker. Voor de meeste nieuwkomers is deze formule te hoog gegrepen. De grootste groep gaat naar een CVO, een Centrum voor Volwassenenonderwijs. Ook de NT2-leertrajecten binnen een CVO zijn gedifferentieerd, met versnelde, vertraagde of 'normale' modules. Het verplichte basisniveau A2 vergt in een CVO meestal 240 uren les, maar om tot meer sociale en professionele zelfredzaamheid te komen, is een nog veel grotere tijdsinvestering nodig. Zeker als men les volgt in een CBE (Centrum voor Basiseducatie) waar NT2-leerlingen het verplichte A2 'minimum minimorum' bereiken in twee jaar. In een CBE kunnen 'alfa cursisten' eerst een alfabetiseringstraject doorlopen om dan uiteindelijk na vier jaar en bijna duizend lesuren het A2-attest te bekomen.

Sociale hefboom

Er wordt dus van nieuwkomers buiten de EU -de meeste vluchtelingen- een inspanning verwacht. En terecht, want wie beweert dat het aanleren van de maatschappelijke 'lingua franca' geen prioriteit hoeft te zijn, vergist zich schromelijk. Beeld je maar eens in wat het is om in een land te leven waar je voor elk officieel document of bij elke officiële instantie een vertaalapp of een tolk nodig hebt, niet weet wat opschriften betekenen, enkel toegang hebt tot slechtbetaalde jobs, geen opleidingen kan volgen enz. Deze week hielp ik een cursist met de theorie voor het examen rijbewijs B. Zinnen als 'Je moet binnen de bebouwde kom de rijstrook volgen die het best aan je bestemming beantwoordt op rijbanen met tweerichtingsverkeer met ten minste twee rijstroken in elke rijrichting' zijn geen sinecure voor een anderstalige. Dergelijke parels van volzinnen vind je ook in allerhande officiële cursussen, zoals het VCA-veiligheidsattest, een grote troef voor wie in de sectoren petrochemie en bouw wil werken.

Ook werkzoekenden die met hun digitale VDAB-dossier 'Mijn Loopbaan' willen werken, kunnen dat niet adequaat zonder een goede kennis van het Nederlands.

Kennis van het Nederlands is dus een maatschappelijke noodzaak voor nieuwkomers. Positief gesteld fungeert het Nederlands als sociale hefboom en 'geeft het mensen kansen. De verhalen van mensen die als jonge vluchteling naar hier zijn gekomen en nu zelf les geven, zijn hartverwarmend. Taal speelde hierin een cruciale rol. Vaak volgden minderjarige nieuwkomers eerst OKAN (Onthaalklas anderstalige nieuwkomers) taalbaden, om de anderen te kunnen bijbenen. Ik word ook blij wanneer ik in firma's of in onze VDAB-opleidingen zie hoe mensen uit Iran, Afghanistan, Nigeria, Tibet en vele andere landen met elkaar en anderen kunnen communiceren dankzij een gedeelde taal, die verschillen overstijgt en mensen verbindt. Ik gebruik hiervoor graag de metafoor van Nederlands als cement binnen de Vlaamse samenleving.

'Eddedagedon?'

Communicatie is evenwel nooit eenrichtingsverkeer. Niet alleen nieuwkomers gaan een engagement aan, ook moedertaalsprekers kunnen een stap in hun richting doen. In dat verband herinner ik me een anekdote uit mijn Antwerpse periode, toen iemand uit de opleiding metselen stage deed bij een bouwfirma. Men meldde vanuit de firma dat de stage moeilijk verliep door gebrekkige taalbeheersing, wat me verwonderde. Toen ik belde, klonk "Menier, a versto gin vloms", aan de telefoon. Waarop ik de dag erna naar de werf ging, om daar vast te stellen dat mijn cursist de enige was die Algemeen Nederlands sprak. Zijn collega's waren overtuigde beoefenaars van de wereldtaal 'Algemeen Antwerps'.

Een gouden tip: pas in een gesprek met anderstaligen je spreektempo aan, zo zal je automatisch beter articuleren, meer AN spreken en bewuster omgaan met woordkeuze en zinsbouw. We spreken allemaal wel een mondje Frans en Engels, maar wanneer mensen snel spreken, al dan niet met een regionaal accent, wordt het moeilijk hen te begrijpen. Wie al eens naar de interviews op 'Match of the day' kijkt, weet wat ik bedoel. Spelers die het Engels niet als moedertaal hebben, zijn goed te begrijpen, bij de Engelse voetballers gaat de ondertiteling aan.

Waarom zouden we dan van mensen die zich de moeite hebben getroost onze taal te leren, verwachten dat ze zouden weten dat 'eddedagedon' hetzelfde betekent als 'heb je dat gedaan'?

Klare taal

Ook de overheid heeft een rol te spelen. Niet zoals in Nederland, waar mensen die al in een sociaal precaire situatie verkeren, een half fortuin dienen te besteden aan het aanleren van het Nederlands, dat dan nog eens wordt getest via een bindend staatsexamen. Wel door in te zetten op toegankelijk onderwijs NT2 met een voldoende ruim aanbod.

Communicatie vanuit de overheid gebeurt best in 'klare taal', heerlijk helder Nederlands dat meer toegankelijk is voor de vele anderstaligen in onze samenleving. Overheidsexamens mogen geen verkapte taalexamens zijn. Ik heb al talig sterke profielen begeleid die ook inhoudelijk de juiste competenties hadden, maar die door wat ik als 'vormfetisjisme' omschrijf, niet slaagden in het Selor-examen. Jammer, zo komt veel talent niet op de juiste plaats terecht.

Het is positief dat zoveel mensen Nederlands leren, maar tegelijk noopt dit tot een meer functionele benadering van taal, waarbij de boodschap primeert op de vorm. Teveel talent gaat nu verloren en dat kunnen we ons als samenleving niet veroorloven.

Digi-taal

Ook een andere taal wint aan belang. Wie anno 2020 onvoldoende digitale vaardigheden heeft of in het slechtste geval digibeet is, krijgt het alsmaar moeilijker, zeker nu de covid19-crisis de digitalisering van de samenleving heeft versneld. Digital first is meer dan ooit het nieuwe normaal.

Gert Verwilt is kernlid van Vlinks.

Zelden is het stil wanneer VOORUIT-voorzitter Conner Rousseau, al dan niet met 'basketsloefkes' aan, passeert. Onlangs was hij bij gastheer Gert Verhulst te gast in het populaire VT4-programma 'Gert Late Night'. Toen Gert het onderwerp migratie aansneed en Conner de vraag stelde of migranten die 'bewust' geen Nederlands willen leren, zouden moeten terugkeren, was het antwoord van Conner - na wat aandringen van Gert - bevestigend. Deze wel erg krasse taal ontlokte felle reacties in de publieke opinie. Dit vraagt om enige reflectie en sensibilisering, waartoe ik in deze tekst een aanzet wil geven.In feite was de kwestie die Gert opwierp zonder voorwerp. De overgrote meerderheid van de vluchtelingen die in Vlaanderen een veilige haven hebben gevonden, is bereid Nederlands te leren. Wie gemigreerd is uit een land buiten de EU en zich duurzaam in het Vlaamse Gewest wil vestigen, heeft zelfs de wettelijke plicht om Nederlands te leren, meer bepaald tot op het niveau A2 van het ERK, het Europees Referentiekader voor talen. Dit is een heel basaal niveau, maar vaak leren mensen nog jaren verder. Nieuwkomers uit een EU-land zijn niet aan de inburgeringsplicht onderworpen, maar velen leren wel Nederlands. Dit staat in schril contrast tot de leefwereld van expats die zich binnen hun elitaire bubbel wel kunnen behelpen met het Engels, de mondiale lingua franca. Er zijn ook Belgen die in het Vlaamse Gewest wonen, maar het niet de moeite vinden om zich zelfs maar noties eigen te maken van het Nederlands, toch de taal van een kleine 60 procent van hun landgenoten. Om maar te zeggen, het is unfair dat net vluchtelingen met de vinger worden gewezen. Het is te gemakkelijk een oordeel te vellen over mensen die men niet kent.Ik heb de eer en het grote genoegen nu al bijna twintig jaar met vluchtelingen, nieuwkomers en Franstalige Belgen te mogen werken bij hun professionele taalverwerving van het Nederlands: werkzoekenden in een context van opleiding of werkplekleren, maar ook werknemers. De eerste zes jaar werkte ik als 'taaldocent' in een Antwerps bouwopleidingscentrum voor vluchtelingen en mensen met een migratie-achtergrond. Nu werk ik als 'taalcoach' bij VDAB, meer bepaald bij de dienst NODW - Nederlands bij bedrijven - waarvan de laatste zeven jaar met Vlaams-Brabant als werkterrein. Die jarenlange ervaring heeft me een dieper inzicht gegeven in taalverwervingsprocessen. In de eerste plaats is het altijd een persoonlijk verhaal. Een hoof vol zorgen, soms trauma's en praktische bekommernissen vormen een obstakel. Ook leeftijd, gezondheid en leervermogen spelen een grote rol. Niet iedereen heeft dezelfde schoolse vaardigheden en er zijn grote verschillen in de snelheid waarmee mensen leren.Het NT2-onderwijs (Nederlands als tweede taal) in Vlaanderen speelt op deze verschillen in. Ook hier verwijst men telkens naar het ERK, zoals u ziet in deze grafische voorstelling. Bij de Universitaire Talencentra kunnen mensen in bijzonder intensieve trajecten op korte tijd een hoog niveau bereiken. Zo kan men na een stoomcursus van zes maanden het 'nearly native speaker' niveau bereiken, dat niet zo veraf staat van het taalgebruik van een moedertaalspreker. Voor de meeste nieuwkomers is deze formule te hoog gegrepen. De grootste groep gaat naar een CVO, een Centrum voor Volwassenenonderwijs. Ook de NT2-leertrajecten binnen een CVO zijn gedifferentieerd, met versnelde, vertraagde of 'normale' modules. Het verplichte basisniveau A2 vergt in een CVO meestal 240 uren les, maar om tot meer sociale en professionele zelfredzaamheid te komen, is een nog veel grotere tijdsinvestering nodig. Zeker als men les volgt in een CBE (Centrum voor Basiseducatie) waar NT2-leerlingen het verplichte A2 'minimum minimorum' bereiken in twee jaar. In een CBE kunnen 'alfa cursisten' eerst een alfabetiseringstraject doorlopen om dan uiteindelijk na vier jaar en bijna duizend lesuren het A2-attest te bekomen. Er wordt dus van nieuwkomers buiten de EU -de meeste vluchtelingen- een inspanning verwacht. En terecht, want wie beweert dat het aanleren van de maatschappelijke 'lingua franca' geen prioriteit hoeft te zijn, vergist zich schromelijk. Beeld je maar eens in wat het is om in een land te leven waar je voor elk officieel document of bij elke officiële instantie een vertaalapp of een tolk nodig hebt, niet weet wat opschriften betekenen, enkel toegang hebt tot slechtbetaalde jobs, geen opleidingen kan volgen enz. Deze week hielp ik een cursist met de theorie voor het examen rijbewijs B. Zinnen als 'Je moet binnen de bebouwde kom de rijstrook volgen die het best aan je bestemming beantwoordt op rijbanen met tweerichtingsverkeer met ten minste twee rijstroken in elke rijrichting' zijn geen sinecure voor een anderstalige. Dergelijke parels van volzinnen vind je ook in allerhande officiële cursussen, zoals het VCA-veiligheidsattest, een grote troef voor wie in de sectoren petrochemie en bouw wil werken. Ook werkzoekenden die met hun digitale VDAB-dossier 'Mijn Loopbaan' willen werken, kunnen dat niet adequaat zonder een goede kennis van het Nederlands. Kennis van het Nederlands is dus een maatschappelijke noodzaak voor nieuwkomers. Positief gesteld fungeert het Nederlands als sociale hefboom en 'geeft het mensen kansen. De verhalen van mensen die als jonge vluchteling naar hier zijn gekomen en nu zelf les geven, zijn hartverwarmend. Taal speelde hierin een cruciale rol. Vaak volgden minderjarige nieuwkomers eerst OKAN (Onthaalklas anderstalige nieuwkomers) taalbaden, om de anderen te kunnen bijbenen. Ik word ook blij wanneer ik in firma's of in onze VDAB-opleidingen zie hoe mensen uit Iran, Afghanistan, Nigeria, Tibet en vele andere landen met elkaar en anderen kunnen communiceren dankzij een gedeelde taal, die verschillen overstijgt en mensen verbindt. Ik gebruik hiervoor graag de metafoor van Nederlands als cement binnen de Vlaamse samenleving.Communicatie is evenwel nooit eenrichtingsverkeer. Niet alleen nieuwkomers gaan een engagement aan, ook moedertaalsprekers kunnen een stap in hun richting doen. In dat verband herinner ik me een anekdote uit mijn Antwerpse periode, toen iemand uit de opleiding metselen stage deed bij een bouwfirma. Men meldde vanuit de firma dat de stage moeilijk verliep door gebrekkige taalbeheersing, wat me verwonderde. Toen ik belde, klonk "Menier, a versto gin vloms", aan de telefoon. Waarop ik de dag erna naar de werf ging, om daar vast te stellen dat mijn cursist de enige was die Algemeen Nederlands sprak. Zijn collega's waren overtuigde beoefenaars van de wereldtaal 'Algemeen Antwerps'. Een gouden tip: pas in een gesprek met anderstaligen je spreektempo aan, zo zal je automatisch beter articuleren, meer AN spreken en bewuster omgaan met woordkeuze en zinsbouw. We spreken allemaal wel een mondje Frans en Engels, maar wanneer mensen snel spreken, al dan niet met een regionaal accent, wordt het moeilijk hen te begrijpen. Wie al eens naar de interviews op 'Match of the day' kijkt, weet wat ik bedoel. Spelers die het Engels niet als moedertaal hebben, zijn goed te begrijpen, bij de Engelse voetballers gaat de ondertiteling aan. Waarom zouden we dan van mensen die zich de moeite hebben getroost onze taal te leren, verwachten dat ze zouden weten dat 'eddedagedon' hetzelfde betekent als 'heb je dat gedaan'?Ook de overheid heeft een rol te spelen. Niet zoals in Nederland, waar mensen die al in een sociaal precaire situatie verkeren, een half fortuin dienen te besteden aan het aanleren van het Nederlands, dat dan nog eens wordt getest via een bindend staatsexamen. Wel door in te zetten op toegankelijk onderwijs NT2 met een voldoende ruim aanbod. Communicatie vanuit de overheid gebeurt best in 'klare taal', heerlijk helder Nederlands dat meer toegankelijk is voor de vele anderstaligen in onze samenleving. Overheidsexamens mogen geen verkapte taalexamens zijn. Ik heb al talig sterke profielen begeleid die ook inhoudelijk de juiste competenties hadden, maar die door wat ik als 'vormfetisjisme' omschrijf, niet slaagden in het Selor-examen. Jammer, zo komt veel talent niet op de juiste plaats terecht.Het is positief dat zoveel mensen Nederlands leren, maar tegelijk noopt dit tot een meer functionele benadering van taal, waarbij de boodschap primeert op de vorm. Teveel talent gaat nu verloren en dat kunnen we ons als samenleving niet veroorloven. Ook een andere taal wint aan belang. Wie anno 2020 onvoldoende digitale vaardigheden heeft of in het slechtste geval digibeet is, krijgt het alsmaar moeilijker, zeker nu de covid19-crisis de digitalisering van de samenleving heeft versneld. Digital first is meer dan ooit het nieuwe normaal. Gert Verwilt is kernlid van Vlinks.