Eindeloos heb ik me al geërgerd aan kunstenaars en schrijvers die dachten dat de tragiek van hun eigen leven voldoende was om grote kunst op te leveren. Aan jonge debutanten die - soms op vraag van een uitgeverij - in hun kindertijd waren gaan woelen, op zoek naar een anekdote of trauma waar misschien een roman uit te melken viel. Maar ook aan gereputeerde schrijvers die denken dat alles wat zij aanraken in literatuur verandert. Helaas zijn kranten en bladen maar wat blij met eender welk kopij waar zo'n grote, literaire...

Eindeloos heb ik me al geërgerd aan kunstenaars en schrijvers die dachten dat de tragiek van hun eigen leven voldoende was om grote kunst op te leveren. Aan jonge debutanten die - soms op vraag van een uitgeverij - in hun kindertijd waren gaan woelen, op zoek naar een anekdote of trauma waar misschien een roman uit te melken viel. Maar ook aan gereputeerde schrijvers die denken dat alles wat zij aanraken in literatuur verandert. Helaas zijn kranten en bladen maar wat blij met eender welk kopij waar zo'n grote, literaire naam onder staat - ook al gaat het over een bezoek aan de kapper. Maar nu weet ik hoe het voelt. Onlangs is mijn beste vriendin gestorven. Dat was een klap, en ik ben nog maar net aan het uitzoeken hoe het voelt om iemand zo te missen. Wat daarbij heeft geholpen, was dat ik anderhalve maand eerder de bijzonderste jongen was tegengekomen die ik ooit had ontmoet. Hij was zo slim en intelligent dat ik eventjes met de gedachte speelde om hem voor te stellen als mijn opvolger op deze bladzijde, voor wanneer ik het wekelijkse afwerken van culturo's beu raakte. U zou hem ook hebben gemogen: hij vindt veel meer dingen goed dan ik, en kan daar diepzinniger over schrijven. Maar wat hem helemaal geweldig maakte, was dat hij mij ook leuk vond. Heel leuk, zelfs. Helaas, ondertussen is hij erachter dat hij zich daarin vergist heeft en ben ik weer alleen. Wel héél alleen, deze keer. Het fiasco dat mijn liefdesleven altijd al is geweest, komt aardig samen met de dood van mijn vriendin. ('Jij hebt geen lief nodig, Peter. Jij hebt mij al', zou zij hebben gezegd.) Terwijl ik me enkele maanden geleden nog zat af te vragen of ik naar een psycholoog moest dan wel een cabaretvoorstelling moest schrijven over dat fiasco, dacht ik nu - heel even maar - echte literatuur in handen te hebben. Niets rauws of inktzwarts, maar met de omweg van de ironie wilde ik wel iets zeggen over verlies en pijn en hartenleed. De dagboekvorm sprak mij wel aan. Heel even dacht ik dat, dus. Héél even. Want het is natuurlijk nonsens. Er zijn veel interessantere levens dan die van Vlaamse jongens uit de middenklasse. Levens die het verdienen om verteld te worden. Als er steeds minder fictie wordt gelezen, is dat zonder de minste twijfel deels omdat niemand zit te wachten op de navelstaarderij van veel auteurs. Ik zal dus de komende weken geen Moleskine volkrabbelen met donkere gedachten, maar werken aan een TED-talk: hoe jezelf ervan te overtuigen dat je leven niet bijzonder is, en dat er al helemaal geen literatuur in zit.