Hoewel hun aantal stijgt, is er een 'structureel gebrek aan middelen voor een aangepast onthaal en begeleiding', hekelen de ngo's.

In 2020 telde de dienst Voogdij van de FOD Justitie 600 à 700 niet-begeleide minderjarigen in heel België, maar volgens de betrokken organisaties is dat sowieso een onderschatting omdat de meeste kinderen die op straat moeten leven niet gedetecteerd worden.

In de eerste helft van dit jaar begeleide SOS Jeunes/Quartier libre AMO al 475 kinderen, bijna evenveel als er in heel 2020 geholpen werden.

De kinderen die geholpen worden, worden bovendien steeds jonger, klinkt het. De noden van al deze jongeren zijn dezelfde: een slaapplek, voedsel, kledij, medische zorg en een veilige omgeving. Maar de oplossingen die nu bestaan zijn wat betreft de vier betrokken ngo's 'tijdelijk en onaangepast'.

'Bij de groep die uit angst of wantrouwen niet bij de overheid gerapporteerd wil worden, is de situatie kritiek', zegt Geraldine Julien van SOS Jeunes. 'Zij kunnen nergens terecht en zijn totaal op zichzelf toegewezen, zonder oplossingen of alternatieven.'

In juni werden 25 slaapplekken gecreëerd voor minderjarigen, maar voor Mehdi Kassou, woordvoerder van het Burgerplatform voor vluchtelingen, is het 'niet normaal dat een humanitaire organisatie eigen middelen en bedden moet vrijmaken om de lacunes te vullen van een beleid dat tekortschiet. In de zes weken na de opening van de slaapplaatsen moesten we 163 kinderen afwijzen omdat alles vol zat en moesten we met lede ogen toezien hoe deze kinderen terugkeerden naar de straat of onaangepaste kraakpanden.'

Voor de vier ngo's moeten deze kinderen en jongeren, onafhankelijk van hun administratieve statuut, als minderjarigen behandeld worden, zodat hun fundamentele rechten gerespecteerd worden en ze gepast geholpen kunnen worden.

Hoewel hun aantal stijgt, is er een 'structureel gebrek aan middelen voor een aangepast onthaal en begeleiding', hekelen de ngo's.In 2020 telde de dienst Voogdij van de FOD Justitie 600 à 700 niet-begeleide minderjarigen in heel België, maar volgens de betrokken organisaties is dat sowieso een onderschatting omdat de meeste kinderen die op straat moeten leven niet gedetecteerd worden. In de eerste helft van dit jaar begeleide SOS Jeunes/Quartier libre AMO al 475 kinderen, bijna evenveel als er in heel 2020 geholpen werden. De kinderen die geholpen worden, worden bovendien steeds jonger, klinkt het. De noden van al deze jongeren zijn dezelfde: een slaapplek, voedsel, kledij, medische zorg en een veilige omgeving. Maar de oplossingen die nu bestaan zijn wat betreft de vier betrokken ngo's 'tijdelijk en onaangepast'. 'Bij de groep die uit angst of wantrouwen niet bij de overheid gerapporteerd wil worden, is de situatie kritiek', zegt Geraldine Julien van SOS Jeunes. 'Zij kunnen nergens terecht en zijn totaal op zichzelf toegewezen, zonder oplossingen of alternatieven.'In juni werden 25 slaapplekken gecreëerd voor minderjarigen, maar voor Mehdi Kassou, woordvoerder van het Burgerplatform voor vluchtelingen, is het 'niet normaal dat een humanitaire organisatie eigen middelen en bedden moet vrijmaken om de lacunes te vullen van een beleid dat tekortschiet. In de zes weken na de opening van de slaapplaatsen moesten we 163 kinderen afwijzen omdat alles vol zat en moesten we met lede ogen toezien hoe deze kinderen terugkeerden naar de straat of onaangepaste kraakpanden.' Voor de vier ngo's moeten deze kinderen en jongeren, onafhankelijk van hun administratieve statuut, als minderjarigen behandeld worden, zodat hun fundamentele rechten gerespecteerd worden en ze gepast geholpen kunnen worden.