De briljante topdokter Steven Laureys, best een blitse verschijning in zijn jeans en T-shirt, is dagelijks met zijn GIGA Consciousness Research Centre and Coma Science Group, een team van dertig zorgverleners en ingenieurs, in de weer om de werking van het brein te begrijpen - en dan vooral door het noodlot beschadigde hersenen.
...

De briljante topdokter Steven Laureys, best een blitse verschijning in zijn jeans en T-shirt, is dagelijks met zijn GIGA Consciousness Research Centre and Coma Science Group, een team van dertig zorgverleners en ingenieurs, in de weer om de werking van het brein te begrijpen - en dan vooral door het noodlot beschadigde hersenen. Comapatiënten uit de hele wereld worden naar Luik gebracht. Steven Laureys en zijn team onderwerpen ze een weeklang aan gesofistikeerde tests en onderzoeken. De bedoeling is zo goed mogelijk na te gaan wat die vaak als vegetatief bestempelde patiënten (Laureys heeft een hekel aan de term) nog kunnen voelen, waarnemen, of zich herinneren. Bij wie niet meer kan communiceren en bewegen als gevolg van een coma is het aartsmoeilijk om uit te maken of er nog vormen van bewustzijn aanwezig zijn. En op grond daarvan, of er nog kans is op een gedeeltelijk herstel. Laureys neemt ons mee naar een jongeman die vier jaar geleden een auto-ongeluk heeft gehad. De jongen, bijna volledig verlamd, heeft waarschijnlijk alleen nog reflexen maar geen doelbewuste reacties meer. Af en toe volgt en knippert hij met de ogen, sommige dingen brengen hem aan het lachen, maar allicht is er hooguit sprake van wat de dokter 'minimaal bewustzijn' noemt. Dat laatste, zo toonde Laureys aan, betekent dat de patiënt wel nog bepaalde emoties kan ervaren. 'Hun emotienetwerken in het brein zullen bijvoorbeeld oplichten als ze hun eigen naam horen of pijn ervaren', vertelt hij wanneer we terugkeren naar zijn ruime kantoor. Maar de kansen op verder herstel zijn na jaren van minimaal bewustzijn vaak klein. Steven Laureys: Preventie is hier het allerbelangrijkste. Vandaar mijn herhaalde oproep - want elk van ons kan morgen in dat bed liggen na een ongeluk, een hartstilstand of een hersenbloeding - om een juridische vertrouwenspersoon aan te wijzen. Een vriend of je huisdokter, aan wie jij uitlegt wat voor jou een menswaardig bestaan is, en die dan het recht heeft om in jouw plaats beslissingen te nemen. Daarnaast kun je een negatieve wilsverklaring opstellen, het vroegere levenstestament, waarin je zegt welke onderzoeken en behandelingen voor jou in geval van wilsonbekwaamheid niet meer hoeven. Dat vind ik moeilijker, omdat je niet alle mogelijke scenario's kunt voorspellen. Het is beter om je fundamentele waarden in verband met leven en dood uit te leggen aan iemand die je goed kent. Als er dan geen redelijke hoop meer is om te herstellen tot een niveau van levenskwaliteit dat voor jou aanvaardbaar was geweest, kunnen artsen op grond van therapeutische hardnekkigheid de behandeling stopzetten en je laten gaan. Laureys: Juridische inmenging is altijd verschrikkelijk. Rechters doen weliswaar hun best, maar ze zijn natuurlijk geen experts. En advocaten, dat is toch een categorie apart. Ik kan niet zeggen dat ik er goede ervaringen mee heb wanneer ik als expert in dit soort processen word opgeroepen. Ik begrijp niet dat die mensen 's avonds kunnen slapen. Als onderzoeker probeer je de waarheid zo dicht mogelijk te benaderen. Een advocaat niet. Die wil helemaal niet weten hoe de dingen in elkaar zitten. Zelfs als ik een advocaat een zaak hoor bepleiten in een richting die ik onderschrijf, stoort het me dat hij alleen maar die elementen gebruikt die hem goed uitkomen. Advocaten zullen ook met allerhande procedures de zaak nog meer op de spits drijven, al dan niet met de steun van lobbyisten en actiegroepen. Dan wordt het extreem moeilijk om nog de juiste beslissing te nemen. Bovendien is wel het laatste wat zo'n patiënt had gewenst dat haar echtgenoot en haar moeder met getrokken messen in de rechtbank tegenover elkaar staan. Laureys: Als de patiënt een aantal jaren na zijn coma, zoals bij de patiënt die we hebben gezien, nog altijd slechts minimaal bij bewustzijn is, dan zeker niet. Het gaat hier niet zoals in Hollywoodfilms. Maar we hebben ook patiënten die ons verrassen. Zeker na een hersentrauma of een hersenbloeding, waarbij slechts stukken van het brein beschadigd zijn en de intacte hemisfeer soms de taken van de kapotte hemisfeer overneemt. Al blijven er doorgaans ernstige handicaps. Slechts een minderheid kan opnieuw autonoom leven, de grote meerderheid blijft zwaar hulpbehoevend. Na een hartstilstand, daarentegen, is de toestand vaak heel slecht omdat het hele brein is aangetast. En je kunt geen nieuw brein transplanteren. Laureys: Hoe komt het dat we kunnen denken en voelen? Op die vraag hebben we geen antwoord. Maar dat is nog geen reden om het onderwerp links te laten liggen. Als neuroloog zie ik bovendien elke dag hoe belangrijk ons brein is. Een hersentrauma beïnvloedt wie je bent, hoe je denkt en wat je voelt. Dé grote vraag is hoe je die subjectieve, persoonlijke ervaringen biologisch kunt verklaren. Wie vandaag zegt dat hij dat kan, is een leugenaar of een idioot. We weten niet eens hoeveel we niet weten. Laureys: We hebben heel lang gedacht dat ons hart ons belangrijkste orgaan was. Niet voor niets geven we elkaar met Valentijn hartjes, terwijl we elkaar natuurlijk beter hersentjes zouden geven. De hartchirurgen die de eerste harttransplantaties uitvoerden, hebben in alle opzichten pionierswerk verricht. Zij ondervonden grote problemen met de kerk, die het des duivels vond om aan het hart van mensen te gaan prutsen. Nu nog zie je op het internet broodjeaapverhalen opduiken van mensen die niet alleen een nieuw hart maar tegelijk ook een nieuwe ziel zouden hebben gekregen. Na de harttransplantatie was de persoon in kwestie zogezegd opeens dol op Kellogg's met frambozensmaak, net als de overleden donor. Onzin natuurlijk. De realiteit is dat je elk deel van je lichaam kunt veranderen zonder dat je zelf fundamenteel verandert, behálve je brein. Laureys: Om te beginnen dat er een grote schemerzone is tussen bewust en onbewust. Ik zie hier dagelijks bij mijn comapatiënten dat er vijftig tinten van bewustzijn zijn. Ook hebben we veel te lang gedacht dat wij de enige levende wezens met een bewustzijn zijn. De grote monotheïstische godsdiensten hebben daarin een bepalende rol gespeeld. Hier in Luik, en dat was een grote doorbraak, zijn we er ook in geslaagd in het brein de zogenaamde bewustzijnsnetwerken te lokaliseren. In de jaren 1990 zeiden veel collega's: bewustzijn zit overal in je hersenen. Wij hebben ontdekt dat er twee bewustzijnsnetwerken zijn, gesitueerd in bepaalde delen van het brein. Een intern bewustzijnsnetwerk, waarmee je je bewust bent van jezelf en je innerlijke wereld, en een extern bewustzijnsnetwerk, waarmee je hoort, ziet, voelt - je waarneming van de omgeving. Laureys: Er is een Waals voorstel van decreet waarin dieren eindelijk een juridisch statuut krijgen, als levende wezen begiftigd met gevoelens. Ook op federaal niveau is er een voorstel van twee vrouwelijke senatoren tot herziening van de Grondwet in die zin. Die voorstellen stuiten op heel wat kritiek. Ik vind het net een van dé grote revoluties in de bio-ethiek dat we afstappen van die mateloos arrogante idee dat wij de enige levende wezens met bewustzijn zouden zijn. Ook dieren hebben emoties en bewustzijn, daarvoor is er overvloedig wetenschappelijk bewijs. Natuurlijk, mijn kanariepiet zal geen academische verhandeling schrijven, maar het is fout om te stellen dat dieren alleen reflexen en instincten hebben. Op grond van die enorme misvatting zijn we dieren als objecten gaan beschouwen. Juridisch vallen dieren in België nu onder de noemer 'roerende goederen'. Te gek om los te lopen. In 2013 al heb ik in Cambridge met een aantal vooraanstaande collega's, onder wie Stephen Hawking, de zogenaamde 'Cambridge Declaration on Consciousness' ondertekend, waarin staat dat dieren bewustzijn hebben. Zelf heb ik jarenlang rattenhersenen geopereerd. Ik weet ook dat dierenproeven soms noodzakelijk zijn. Maar ik voelde me daar heel slecht bij en ben blij dat ik dat niet meer hoef te doen. Laureys: Dat je niet kunt volhouden dat de hersenen van mensen en dieren fundamenteel anders zijn. En toch blijven sommigen dat proberen. Ik denk dat ik goed geplaatst ben om te zeggen dat het niet zo is, hoewel dierenbreinen soms fascinerend van de onze kunnen verschillen. Ik heb een vriend die octopussen bestudeert. Hun geheugen en brein zit helemaal tot in hun poten. Maar dieren voelen dus pijn. En net zoals we vandaag gechoqueerd terugkijken op slavernij of kinderarbeid, zullen we over zoveel jaar zeggen: hoe is het mogelijk dat we ooit dieren in de industriële landbouw op zulke schaal hebben mishandeld. Pure foltering is het. Ik probeer vegetariër te zijn met mijn vrouw en kinderen, maar ik ben er nog niet helemaal. Laureys: Zoals James Bond zegt: never say never. Maar als wetenschapper ben je een kind van je tijd en ben je sterk afhankelijk van de bestaande technologie. Galileo was een uitmuntend wetenschapper dankzij zijn verbeterde telescopen, waarmee hij ver en precies kon kijken. Onze telescopen zijn de scanners die inzoomen op het brein. Maar die zijn nog altijd frustrerend beperkt. Het brein is een orgaan met duizenden miljarden connecties. Ik zou een machine willen die mij in hoge resolutie op de milliseconde na vertelt wat er in die duizenden synapsen gebeurt. En die bestaat niet. De PET-scan, het EEG en de fMRI-scan, laten ons toe om te kijken in een levend brein en beelden te maken van de hersenen tijdens het lezen, praten, schaken of bewegen. Maar het blijven heel vage beelden. Laureys: Het brein is uitermate gecompliceerd, maar je kunt de plasticiteit of de ontwikkeling van de hersenen wel beïnvloeden. En dat doen we ook, met medicijnen, met elektrische stimulatie van buitenaf of met elektrodes die we diep in het brein plaatsen. Bij de behandeling van de ziekte van Parkinson is dat nu al aanvaard, net als bij een reeks psychiatrische aandoeningen. Laureys: Wetenschap kan de sleutel vormen tot de hemel en tot de hel. Met radioactiviteit kun je Hiroshima veroorzaken, maar ook radiotherapie beoefenen. Als ik als onderzoeker alleen nog onderzoek mag doen dat niet mogelijk controversieel is of in verkeerde handen kan vallen, kan ik er evengoed mee stoppen. Wetenschap was vroeger een luxehobby van de rijken, vandaag is het een beroep geworden. Mensen zoals ik worden betaald om onderzoek te doen. Het gevolg is dat er zeker in Europa en België veel te vaak op veilig wordt gespeeld. Dat heeft te maken met het absurde financieringssysteem waarbij je vooraf al moet kunnen meedelen wat je bevindingen zullen zijn. Dat is een fundamenteel probleem. Laureys: Vertrouwen. Iedereen weet wie de goede onderzoekers zijn. Alleen vertrouwen stelt ons in staat om high risk projects te doen en doorbraken te forceren. Ik zeg dat ook tegen de mensen in de Europese Commissie, die wetenschappelijk onderzoek financieren. Maar zij worden betaald om die papierfabriek in stand te houden, dus dat maakt weinig indruk. Als gevolg daarvan gedragen wetenschappers zich als halve prostituees. We schrijven projectaanvragen op zó'n manier op, met de juiste trefwoorden en met wat we zogenaamd denken te gaan aantreffen, dat ze de grootste kans maken op funding. We spelen allemaal mee in dat slechte toneelstuk. Want grote ontdekkingen gebeuren heel vaak, als niet per toeval, dan toch in elk geval niet gepland. Denk aan de ontdekking van de penicilline of de chemotherapie. Daarbij komt nog dat wij als samenleving bespottelijk weinig in onderwijs en wetenschappelijk onderzoek investeren. Zelfs de kerels van Standard Luik hier, die niet bepaald goed spelen op dit moment, verdienen een veelvoud van onze onderzoekers. Mijn ingenieurs gebruiken dezelfde mathematische kansberekeningen als de banken. Als ze hier blijven, is dat uit idealisme want ze verdienen slechts een fractie van de mensen in de banksector. Laureys: In Amerika heb je wat ze noemen fund the person, not the project: je steunt een wetenschapper en zijn of haar team. Daardoor is er veel meer ruimte voor ambitie en crazy ideas. Dat is ook eigen aan de Amerikaanse cultuur. Een beetje kinderachtig, naïef dromen. Maar intussen heeft geen enkele Europeaan ooit een voet op de maan gezet. Laureys: Mijn collega's zeiden: ga jij echt je carrière op het spel zetten met een zweverig onderzoek naar meditatie bij boeddhistische monniken? (lacht) Maar ik ben in vaste dienst, dus ik kan me wat meer veroorloven. Dankzij een monnik als Matthieu Ricard, de persoonlijke vertaler van de dalai lama, die een week bij ons thuis verbleef, heb ik het effect van meditatie op het brein kunnen bestuderen. Die boeddhistische monniken zijn natuurlijk gedroomde studieobjecten, want het zijn topatleten van de geest. Maar momenteel onderzoeken we in Europees verband wat er gebeurt als je mensen zoals u en ik aan meditatieprogramma's blootstelt. Op grond van wat we nu al weten, is het fair om te stellen dat meditatie helpt om je aandacht en emoties te controleren en om stress en pijn te reduceren. Ik zie tijdens mijn consultaties heel veel spanningshoofdpijn, chronische angst en slaapstoornissen. Patiënten verwachten vaak dat artsen dan snel een pilletje geven. Maar veel te veel Belgen slikken antidepressiva en angstremmers. Ik schrijf ze ook voor, hoor, maar alleen als het echt moet en in combinatie met een niet-farmacologische behandeling zoals psychotherapie, maar ook dingen zoals hypnose, sofrologie of meditatie. Laureys: Het is geen kwestie van geloof. Wij hebben vastgesteld dat het brein onder hypnose echt anders functioneert: met de PET-scan en fMRI zien we dat er een andere doorbloeding is. Gebieden die belangrijk zijn voor je bewustzijn van je externe wereld worden tijdens hypnose minder actief. Je interne bewustzijnsnetwerk is dan net weer heel actief en beïnvloedt de pijncircuits. Dokter Marie-Elisabeth Faymonville - opnieuw een vrouw, we moeten meer luisteren naar vrouwen - heeft in Luik hypnose in het operatiekwartier geïntroduceerd. Meer dan 10.000 patiënten, onder wie wijlen koningin Fabiola, hebben hier een chirurgische ingreep ondergaan onder hypnose en zonder anesthesie. De chirurg snijdt (lacht) en de patiënt ligt over zijn favoriete vakantiebestemming te praten. Laureys: We hebben nu al smart textiles die onze hartslag, onze bloeddruk en ons suikergehalte meten. Meer en meer zullen patiënten daardoor zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen. Maar wat hij wil, is brain-computer interfaces bij gezonde mensen inplanten en zo een soort übermensch creëren, omdat de bandbreedte van het menselijke brein zogezegd te traag is. Maar niemand begrijpt op dit moment hoe het geheugen en hoe intelligentie werkt. Het is belachelijk simpel om blinden te laten zien, doven te laten horen of verlamden te laten lopen, in vergelijking met wat hij beoogt, namelijk onze biologische intelligentie upgraden met digitale intelligentie. Ons brein is immers niet digitaal. Simpele toepassingen op de grens tussen biologie en technologie, met name in de game-industrie of in andere sectoren waar veel geld te verdienen valt, zullen we snel zien opduiken. We worden allemaal een beetje RoboCops. Maar raken aan de essentie van het menselijke brein is niet voor morgen. Ik ben er niet per definitie tegen, maar ik heb de indruk dat iemand als Elon Musk moeite heeft om de menselijke sterfelijkheid te aanvaarden. Terwijl onsterfelijkheid mij een vloek lijkt. Ik span me liever in om zieke breinen te helpen dan om een superbrein te creëren. Laureys: Ik vind die stelling aanmatigend. Een echte wetenschapper poneert niet zulke grote, onwrikbare waarheden. Volgens mij legt Swaab soms te weinig wetenschappelijke nieuwsgierigheid en onzekerheid aan de dag. We weten als hersenwetenschappers op dit moment gewoon te weinig over de werking van het bewustzijn om zinnige dingen over de vrije wil te kunnen zeggen. Wat hij zegt, is dus geen wetenschappelijke bewering maar een persoonlijke mening of een geloofsovertuiging. Hij praat als een priester, lijkt mij. Laureys: Net zoals pseudowetenschappelijke boeken over leven na de dood bestsellers zijn. Dat betekent op zich niets. En nogmaals: met de huidige kennis kun je de claim van Dick Swaab onmogelijk hardmaken. Bovendien kun je ook geen maatschappij organiseren zonder het concept van vrije wil en verantwoordelijkheid voor je eigen daden. Dan kun je Marc Dutroux niet meer bestraffen en je kinderen niet meer opvoeden. Laureys: Ik geloof wel dat het juridische systeem nieuwe inzichten in de hersenwetenschappen in aanmerking moet nemen. Ik word soms gevraagd om hersenscans te duiden in de rechtbank. Je moet daar heel omzichtig mee omgaan. Stel dat ik uw fMRI-scan heb, en zie dat er indicaties zijn die wijzen op psychopathie, wat doe ik daar dan mee? Er is sowieso niet één gebiedje, niet één stof of één gen in de hersenen die van iemand een psychopaat of een pedofiel maakt. Het zijn complexe netwerken en interacties. Maar als iemand die een pompoen van een tumor in de prefrontale kwab heeft, of die aan epilepsie of bepaalde slaapaandoeningen lijdt, een moord pleegt, moet je daar rekening mee houden. Het grote probleem met ons rechtssysteem is dat je toerekeningsvatbaar bent of niet, daartussen is er niets.