'Mocht ik erin geloven, ik zou zeggen dat de sterren verkeerd staan', schreef een vriend me onlangs. Hij had het niet alleen over de vele mensen in onze omgeving die zich door moeilijke tijden heen worstelen, maar ook over de massieve onzekerheid die onze contreien dezer dagen in de greep houdt. De grote conflicten aan de rand van Europa, de karrenvrachten vluchtelingen die dag na dag binnenstromen, jonge jongens die naar verre streken trekken om er zogenaamde vijanden te onthoofden en - niet in het minst - de constante dreiging van terroristische aanvallen. Niet alleen zijn de vette jaren voorbij, de magere jaren ...

'Mocht ik erin geloven, ik zou zeggen dat de sterren verkeerd staan', schreef een vriend me onlangs. Hij had het niet alleen over de vele mensen in onze omgeving die zich door moeilijke tijden heen worstelen, maar ook over de massieve onzekerheid die onze contreien dezer dagen in de greep houdt. De grote conflicten aan de rand van Europa, de karrenvrachten vluchtelingen die dag na dag binnenstromen, jonge jongens die naar verre streken trekken om er zogenaamde vijanden te onthoofden en - niet in het minst - de constante dreiging van terroristische aanvallen. Niet alleen zijn de vette jaren voorbij, de magere jaren blijken ook nog eens bijzonder ontregelend te zijn. Alsof we geen vaste grond meer onder onze voeten hebben.Steeds meer doet die sfeer me denken aan de woelige jaren tachtig. 'Reagan, Gorbatsjov: twee raketten in mijn hof', zongen we op de speelplaats. De dreiging van een atoombom die de halve wereld zou vernietigen, hing als een loodzware schaduw over onze toekomst. Zoals Doe Maar zong: 'En als de bom valt, dan lig ik in mijn nette pak, diploma's en mijn cheques op zak, mijn polis en mijn woordenschat. Onder de flatgebouwen van de stad naast jou.' Sting deed er in Russians nog een theatraal schepje bovenop: 'How can I save my little boy from Oppenheimer's deadly toy?' En alsof dat nog niet genoeg was, werden we ook dag na dag gewaarschuwd voor de Bende van Nijvel, het gat in de ozonlaag en die vreselijke zure regen. Zelfs de grootste optimisten onder ons waren ervan overtuigd dat niets ooit nog hetzelfde zou zijn.Net als vandaag dus. De feiten liegen er weer niet om. Liefst 25 miljoen ontheemden leven er vandaag in de landen rond Europa. Zelfs als maar een fractie van hen ons uiteindelijk bereikt, zullen de demografische gevolgen enorm zijn: de samenleving zal onvermijdelijke verkleuren en daardoor zullen de machtsverhoudingen verschuiven. Maar veel beangstigender is dat zelfs de nuchterste analisten ervan uitgaan dat er op het Europese continent nog grote terroristische aanslagen zullen volgen. Wellicht ook in België. In het stadscentrum, op de metro, in een luxehotel of op een redactie: nergens is een mens anno 2015 nog veilig. Het lijkt er dus weer eens op dat het nooit meer hetzelfde zal zijn. Nu weten we ondertussen dat de dreigingen uit de jaren tachtig vanzelf zijn overgewaaid - weet iemand trouwens wat er van de zure regen is geworden? - maar toch is het moeilijk te geloven dat dat ook nu weer het geval zal zijn. Misschien kunnen we daar maar beter niet te veel van uitgaan en proberen te leven met die nieuwe samenleving van ons. Inclusief onveiligheid en gebrek aan zekerheden. Niet dat zoiets eenvoudig is: mensen willen altijd weten waar ze aan toe zijn. 'Ik heb heimwee naar de tijd dat we nog houvast hadden', hoorde ik vorige week iemand zeggen. 'Nu zijn er alleen nog strohalmen.' Maar misschien lijkt dat maar zo. Meer en meer raak ik ervan overtuigd dat periodes waarin we weten waar we aan toe zijn de grote uitzonderingen vormen in de geschiedenis. Misschien hoog tijd dus om toch maar met verandering en onzekerheid te leren omgaan.