We moeten de rede en de verlichting niet te veel vertrouwen. Dat stelt Rik Torfs (KU Leuven) deze week in een interview in Knack. Torfs interviewde N-VA-voorzitter Bart De Wever naar aanleiding van een nieuwe vertaling van het werk van de Engelse filosoof Edmund Burke. Die Burke wordt door zijn scherpe kritiek op de verlichting alom beschouwd als de aartsvader van het conservatisme.

Torfs schrijft: 'Burke vreesde dat een doorgedreven verlichtingsdenken tot een totalitair, onverdraagzaam handelen zou leiden. Daarin had hij gelijk. Hij schreef in 1790. De terechtstelling van Lodewijk XVI (1793) en het schrikbewind van Robespierre (1793-'94) moesten nog komen.'

Neen Rik Torfs, niet de rede, maar een teveel aan emoties is gevaarlijk in de politiek.

Met zijn kritiek plaatst Torfs zich in een lange traditie van religieus geïnspireerde denkers die grote twijfels hebben bij de verlichting. Zij vrezen dat een samenleving die alle vertrouwen stelt in de rede, en de ervaring en het gevoel buitenspel zet, zichzelf dreigt te verslinden. Maar het bloedvergieten van de Franse Revolutie was niet het gevolg van te veel rationaliteit. Integendeel, het pad naar de guillotine werd geplaveid met hoog oplaaiende emoties.

Toen in 1789 de Franse Revolutie uitbrak, werd zij geleid door liberale intellectuelen. Hoewel die intellectuelen tot de elite behoorden, verfoeiden zij de wereld zoals die was. In hun ogen was Frankrijk een inefficiënt geleid land waar armoede, onwetendheid en onderdrukking welig tierden. Maar ondanks hun afkeer voor het heden, hadden die revolutionairen een tomeloos vertrouwen in de toekomst. Het waren verlichtingsdenkers die geloofden dat de economie, het onderwijs en de overheid verbeterd konden worden als ze op wetenschappelijke wijze hervormd zouden worden. De rationaliteit, zo geloofden ze, zou de Fransen rijker, ontwikkelder én gelukkiger maken.

Die liberale Revolutie maakte haar beloftes niet waar. In 1789 had het volk zich tegen het oude regime gekeerd omdat er een hongersnood was uitgebroken. Maar de Revolutionairen slaagden er niet in de buiken te vullen. Meer nog: met hun moderne, wetenschappelijke aanpak verergerden ze de crisis. Zo had de liberalisering van de graanhandel tot speculatie, hogere prijzen en nog meer honger geleid.

Onder druk van zulke rampen ontspoorde de Revolutie. Naar onze normen was zij altijd hondsbrutaal geweest: al in het prille begin werden er afgehakte hoofden zingend door de straten van Parijs gedragen. Maar de eerste fase, geleid door de verlichtingsdenkers, verliep relatief vredevol. In september 1792, drie jaar na het uitbreken van de Revolutie, veranderde dat definitief. Die maand werden 1500 gevangenen als beesten afgeslacht. In januari belandde koning Lodewijk XVI na een schijnproces onder de guillotine en het volgende anderhalf jaar ondergingen duizenden anderen hetzelfde lot. Ondertussen werd er in de Vendee - de streek waar Nantes ligt - een vergeten burgeroorlog uitgevochten, waarbij honderdduizenden doden vielen. De revolutionaire generaals die de campagnes leidden, schepten op over hoe ze vrouwen en kinderen uitroeiden.

De verlichtingsdenkers waren echter niet de voornaamste verantwoordelijken voor de slachtpartijen. Omdat zij er niet in geslaagd waren om de hongersnood op te lossen, had een generatie radicalere figuren de macht overgenomen. Maar die radicalen waren veel meer beïnvloed door de romantiek. Het waren mannen (en een paar vrouwen) die sceptisch stonden tegenover de rede en veel meer vertrouwden op emoties.

Zo zei de vooraanstaande revolutionair Georges Danton: 'Wetten kun je misschien op bedaarde wijze maken, maar een oorlog moet je toch met enig enthousiasme voeren.' Diezelfde Danton had tijdens een van de vele hysterische vergaderingen een tegenstander toegeschreeuwd dat hij zijn 'hersens zou opeten en zijn schedel zou volschijten'.

De extremistische Jacques Hébert vond het volk 'puur en zuiver'. De machtigen waren dan weer 'bloedzuigers' wiens 'gezicht hij zou breken'. Een andere bekende redenaar noemde de Revolutie 'een heilige oorlog... want vrije mensen zijn goden op aarde'.

Er waren de dramatische schilderijen van Jacques-Louis David, die met veel pathos de moord op de stokebrand Jean-Paul Marat afbeeldde.

© Jacques-Louis David

Hét revolutionaire lied bij uitstek was de Marseillaise, dat in 1792 gecomponeerd werd toen Frankrijk bevangen raakte door de angst voor een militaire nederlaag. Daar klinkt het:

Als onze jonge helden vallen

Zal de aarde er nieuwe voortbrengen

Heilige liefde voor ons vaderland

Leid, en ondersteun onze wraakzuchtige wapens!

De al vermelde Marat verwoordde de nieuwe ingesteldheid het meest treffend: 'De meest vurige emoties mogen niet ondergeschikt gemaakt worden aan de rede.'

Klinkt dit als de retoriek van mensen die de verlichting vereren? Zijn dit uitspraken van bedaarde rationalisten die met hun kille verstand de werkelijkheid te lijf gaan? Tijdens de ergste slachtpartijen had het vertrouwen in de wetenschap plaats gemaakt voor een geloof in de natuur, de zuiverheid van het volk en de helende kracht van het gevoel.

De guillotine was geen logisch eindpunt van de verlichting. De slachtpartijen van de Franse Revolutie waren, in tegenstelling tot wat nog steeds gedacht wordt, niet het gevolg van te veel ratio maar van te veel gevoelens. Emoties pookten het revolutionaire vuur op. Dat vuur versterkte de gevoelens nog en daardoor escaleerden de slachtpartijen. Dat bijna alle romantische revolutionairen zelf onder de guillotine aan hun einde kwamen, moet tot nadenken stemmen voor zij die al te graag de emoties bespelen.

Jelle Dehaen is freelance journalist. Hij schreef De schaduw van Caesar en werkt aan een boek over de Franse Revolutie.

© Houtekiet