"Het is onmogelijk om de toestroom van zaken met het huidige aantal rechters te behandelen binnen de termijnen die voorheen konden aangehouden worden", zegt voorzitster Van den Bossche. "We hebben alle wettelijke mogelijkheden benut maar deze lossen het probleem niet op. We zien ons dan ook genoodzaakt om tijdelijk een aantal maatregelen te nemen, om de instroom van nieuwe zaken en de behandeling van vastgestelde en nog vast te stellen zaken in goede banen te leiden." Daarbij wordt voorrang gegeven aan de kort gedingen, aan de faillisementszaken, de gerechtelijke reorganisaties, de schikkingen, de ondernemingen in moeilijkheden en de collectieve vorderingen. "De zaken die vastgesteld zijn voor pleidooien in de andere kamers, kunnen slechts behandeld worden in de mate dat er een rechter beschikbaar is", gaat de voorzitster verder. "In de inleidingskamer zal de vaststellingswijze worden aangepast om niemand de valse hoop te geven dat zijn of haar zaak binnen een jaar zal worden behandeld. In de pleitkamers kunnen we op dit ogenblik geen vaststellingen op vaste datum verlenen. Alle zaken die in februari 2019 worden ingeleid voor de inleidingskamer zullen eenzelfde vaststellingsdatum krijgen in februari 2021; de zaken die ingeleid worden in maart 2019 zullen eenzelfde vaststellingsdatum krijgen in maart 2021, enzovoort. Van zodra de personeelsbezetting het toelaat zullen deze zaken worden vastgesteld in een pleitkamer op een zitting waarop ze effectief kunnen worden gepleit." (Belga)