Frankrijk ligt plat. De vakbonden protesteren er massaal tegen de pensioenplannen van president Macron. Die wil snoeien in de 42 (!) wettelijke pensioenstelsels. Langer werken is nodig om de pensioenen morgen te kunnen betalen. In een ultieme poging om het gemor te stoppen heeft Macron vorige week zijn eigen presidentieel pensioen fors naar beneden herzien. Niets van dat soort massale protesten in België. De Warmste Week wakkerde de solidariteit van jong én oud aan, alsof er bij ons absoluut geen probleem is.

Dat was de voorbije weken even anders bij onze Noorderburen. Het rooskleurige beeld van een land dat op begrotingsvlak zijn zaakjes op orde heeft (met een begrotingsoverschot van 1,5% bbp en een schuldgraad van 52% bbp) werd er ernstig bijgesteld door een lijvig vergrijzingsrapport van het Centraal Planbureau met de niets aan de verbeelding overlatende titel "Zorgen om morgen".

Volgens de auteurs is de budgettaire houdbaarheid van de vergrijzing in gevaar. Het "houdbaarheidssaldo" bedraagt er thans -1,6% van het bbp. Kort door de bocht: het begrotingsoverschot moet eigenlijk opgesoupeerd worden om wettelijk pensioen en ziekteverzekering overeind te houden op hetzelfde niveau. Zonder bijsturingen in het beleid is het huidige systeem onhoudbaar zonder terug zwaar in het rood te gaan of de belastingen te verhogen. Zo zou de schuldgraad tegen 2060 terug oplopen naar 100% bbp, en 157% in 2080!

Fijntjes wordt er op gewezen dat de analyse plaatsvindt tegen een "decor van pensioen- en klimaatakkoorden en lage rentes." Het rapport lokte in Nederland een boeiend en interessant publiek debat uit over hoe de welvaartsstaat de volgende decennia kan in stand gehouden worden. Wat een verschil met België waar het jaarlijks rapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing slechts op apathie onthaald wordt.

De ongerustheid van de Nederlanders is nochtans een urgente wake up call voor ons. Nederland staat er namelijk véél beter voor. Zo bouwden ze de afgelopen decennia een extra pensioenpijler van 1600 miljard euro sterk uit. Ze beschikken over een flexibele en uiterst productieve arbeidsmarkt met een werkzaamheidsgraad van 78,5% (België: 68%). Onze productiviteit was jarenlang een van onze grootste troeven en compenseerde onze hoge loonkost. Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing moeten we - zelfs met een vooropgestelde jaarlijkse productiviteitsgroei van 1% - in 2040 een extra budgettaire kost van de vergrijzing op bijkomend 3,8% van het bbp (omgerekend ca. 17 miljard euro) behappen. Dit is bijzonder optimistisch gezien de Nationale Raad voor de Productiviteit én de Nationale Bank vorige week alarm sloegen over de wegkwijnende productiviteitsgroei in Europa en nog sterker in België. Terwijl de NV België flirt met een 100% bbp schuldgraad en een begrotingstekort van 2,3% bbp torst, hebben de Nederlanders vandaag een overschot van 1,5% en een schuldgraad van 52%.

Je kan nochtans niet zeggen dat België stil heeft gezeten de afgelopen jaren. Hervormingen in de ziekteverzekering werden door de vorige regering op de rails gezet. Er kwam een nieuw kader voor de verhoging van de pensioenleeftijd dat op verdere uitvoering wacht. Maar drie jaar regeringen in lopende zaken tijdens het voorbije decenium, dan ben je te veel achter de feiten aan het aanhollen. Dat zal de Nederlanders niet overkomen. Ze maakten destijds een Deltaplan tegen het oprukkende water. Ze hebben nu een gedragen Klimaatplan en een nieuw Pensioenplan komt er ongetwijfeld. Zijn wij klaar om de perfecte storm te trotseren?

Belangrijke keuzes dringen zich op als we daar ja op willen antwoorden. Wanneer gaan we structureel bezuinigen? Of verhogen we verder de fiscale druk waarin we nu al wereldtop zijn? Hoe verdelen we de pijn billijk tussen hoge en lage inkomens? Draagt de huidige generatie de lasten of sturen we de rekening door naar onze kinderen en kleinkinderen?

Een driesporenbeleid met klare en zeker onpopulaire budgettaire, economische en sociale impulsen is onafwendbaar. Dat betekent eindelijk naar een begrotingsevenwicht toewerken en onze schuldgraad laten zakken richting de 60% bbp die Europa ons al sinds Maastricht voorschrijft. Onze overheid slimmer en slanker maken en zo ruimte creëren voor investeringen. Om dat te bereiken dient onze economie maximaal groeikansen te krijgen. Onze werkzaamheidsgraad moet naar het Nederlands niveau. Langer, innoverender, productiever werken in een flexibelere arbeidsmarkt op mensenmaat. Tenslotte blijft het rijden en omzien om de uitgavenstijging van pensioenen en gezondheidszorg binnen de perken te houden. Elke volgende federale regering, uit welke kleuren ze ook samengesteld is, moet daaraan werken om de explosief groeiende vergrijzingskosten een halt toe te roepen en een 'clash of generations' omwille van een uit de hand gelopen schuldenberg in de volgende decennia te vermijden.

Frankrijk ligt plat. De vakbonden protesteren er massaal tegen de pensioenplannen van president Macron. Die wil snoeien in de 42 (!) wettelijke pensioenstelsels. Langer werken is nodig om de pensioenen morgen te kunnen betalen. In een ultieme poging om het gemor te stoppen heeft Macron vorige week zijn eigen presidentieel pensioen fors naar beneden herzien. Niets van dat soort massale protesten in België. De Warmste Week wakkerde de solidariteit van jong én oud aan, alsof er bij ons absoluut geen probleem is. Dat was de voorbije weken even anders bij onze Noorderburen. Het rooskleurige beeld van een land dat op begrotingsvlak zijn zaakjes op orde heeft (met een begrotingsoverschot van 1,5% bbp en een schuldgraad van 52% bbp) werd er ernstig bijgesteld door een lijvig vergrijzingsrapport van het Centraal Planbureau met de niets aan de verbeelding overlatende titel "Zorgen om morgen". Volgens de auteurs is de budgettaire houdbaarheid van de vergrijzing in gevaar. Het "houdbaarheidssaldo" bedraagt er thans -1,6% van het bbp. Kort door de bocht: het begrotingsoverschot moet eigenlijk opgesoupeerd worden om wettelijk pensioen en ziekteverzekering overeind te houden op hetzelfde niveau. Zonder bijsturingen in het beleid is het huidige systeem onhoudbaar zonder terug zwaar in het rood te gaan of de belastingen te verhogen. Zo zou de schuldgraad tegen 2060 terug oplopen naar 100% bbp, en 157% in 2080! Fijntjes wordt er op gewezen dat de analyse plaatsvindt tegen een "decor van pensioen- en klimaatakkoorden en lage rentes." Het rapport lokte in Nederland een boeiend en interessant publiek debat uit over hoe de welvaartsstaat de volgende decennia kan in stand gehouden worden. Wat een verschil met België waar het jaarlijks rapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing slechts op apathie onthaald wordt.De ongerustheid van de Nederlanders is nochtans een urgente wake up call voor ons. Nederland staat er namelijk véél beter voor. Zo bouwden ze de afgelopen decennia een extra pensioenpijler van 1600 miljard euro sterk uit. Ze beschikken over een flexibele en uiterst productieve arbeidsmarkt met een werkzaamheidsgraad van 78,5% (België: 68%). Onze productiviteit was jarenlang een van onze grootste troeven en compenseerde onze hoge loonkost. Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing moeten we - zelfs met een vooropgestelde jaarlijkse productiviteitsgroei van 1% - in 2040 een extra budgettaire kost van de vergrijzing op bijkomend 3,8% van het bbp (omgerekend ca. 17 miljard euro) behappen. Dit is bijzonder optimistisch gezien de Nationale Raad voor de Productiviteit én de Nationale Bank vorige week alarm sloegen over de wegkwijnende productiviteitsgroei in Europa en nog sterker in België. Terwijl de NV België flirt met een 100% bbp schuldgraad en een begrotingstekort van 2,3% bbp torst, hebben de Nederlanders vandaag een overschot van 1,5% en een schuldgraad van 52%. Je kan nochtans niet zeggen dat België stil heeft gezeten de afgelopen jaren. Hervormingen in de ziekteverzekering werden door de vorige regering op de rails gezet. Er kwam een nieuw kader voor de verhoging van de pensioenleeftijd dat op verdere uitvoering wacht. Maar drie jaar regeringen in lopende zaken tijdens het voorbije decenium, dan ben je te veel achter de feiten aan het aanhollen. Dat zal de Nederlanders niet overkomen. Ze maakten destijds een Deltaplan tegen het oprukkende water. Ze hebben nu een gedragen Klimaatplan en een nieuw Pensioenplan komt er ongetwijfeld. Zijn wij klaar om de perfecte storm te trotseren?Belangrijke keuzes dringen zich op als we daar ja op willen antwoorden. Wanneer gaan we structureel bezuinigen? Of verhogen we verder de fiscale druk waarin we nu al wereldtop zijn? Hoe verdelen we de pijn billijk tussen hoge en lage inkomens? Draagt de huidige generatie de lasten of sturen we de rekening door naar onze kinderen en kleinkinderen? Een driesporenbeleid met klare en zeker onpopulaire budgettaire, economische en sociale impulsen is onafwendbaar. Dat betekent eindelijk naar een begrotingsevenwicht toewerken en onze schuldgraad laten zakken richting de 60% bbp die Europa ons al sinds Maastricht voorschrijft. Onze overheid slimmer en slanker maken en zo ruimte creëren voor investeringen. Om dat te bereiken dient onze economie maximaal groeikansen te krijgen. Onze werkzaamheidsgraad moet naar het Nederlands niveau. Langer, innoverender, productiever werken in een flexibelere arbeidsmarkt op mensenmaat. Tenslotte blijft het rijden en omzien om de uitgavenstijging van pensioenen en gezondheidszorg binnen de perken te houden. Elke volgende federale regering, uit welke kleuren ze ook samengesteld is, moet daaraan werken om de explosief groeiende vergrijzingskosten een halt toe te roepen en een 'clash of generations' omwille van een uit de hand gelopen schuldenberg in de volgende decennia te vermijden.