Hoe toonde uw vader dat hij van u hield?

Nasrdin Dchar: Op veel manieren. Ik heb dertien jaar gevoetbald. Mijn vader kwam altijd kijken. Altijd. Ook al speelden we uit. Hij kan niet autorijden. Als er geen plekje was in de wagen van andere ouders, dan stapte hij op de fiets en fietste desnoods tien kilometer. Hij stond er. Hij poetste ook altijd onze schoenen. Heel consciëntieus. Mijn vader hoort bij de eerste generatie Marokkaanse migranten die hier hun rug kapotwerkten. Zij hebben hun geluk en dromen opgeofferd voor hun nieuwe thuisland én hun kinderen. Die levensles kregen we thuis mee: sterk zijn, niet opgeven. Mijn vader zei nooit: 'Ik houd van je', maar wel: 'Je doet het goed.' DAD - de titelkeuze verklaar ik tijdens het stuk - is een portret van hem én van een vergeten generatie.

Die generatie portretteerde u al in Oumi (2012), de monoloog over uw moeder.

Je hebt als ouder geen andere keuze dan optimistisch te zijn en er alles aan te doen om je kinderen in een betere wereld te laten opgroeien

Dchar: In Oumi - Arabisch voor 'mijn moeder' - vertel ik mijn moeders leven. Zij verhuisde vanuit het bergdorp Touasitte naar het Nederlandse Steenbergen. Ook zij zei zelden 'ik houd van je' maar eerder 'eten maken, is liefde maken'. (lacht) Ik ben het die thuis expliciet 'ik houd van je' begon te zeggen. Expliciet. Het is vandaag tijd om expliciet te zijn. Daarin verschilt DAD van Oumi. Oumi was impliciet, ik omzeilde begrippen als 'moslim' of 'Marokkaan'. Nu niet. We moeten durven te benoemen wie we zijn, wie de vergeten generatie Marokkanen is, wat hun waarden, normen en rituelen zijn. Het hiaat tussen hen en blanke mensen is er deels uit onwetendheid.

Gaat een stuk dat veranderen?

Dchar: Op microniveau wél. Veel toeschouwers zijn ontroerd. Ik houd hen een spiegel voor waar ze zelden in kijken. Ze zien hoe een generatie vergeten wordt en totaal niet op empathie kan rekenen. Dat choqueert. Dat besef ligt mee aan de basis van de burgerbeweging IEDER1 die ik heb opgericht. We organiseerden vorig jaar een parade in Amsterdam waaraan tienduizend mensen deelnamen. We pleiten voor medemenselijkheid en warmte. Ik kan politicus worden, ja, maar dat wil ik niet. Ik ben een theatermaker die een mooi, herkenbaar verhaal wil vertellen dat tot nadenken stemt en vol humor zit. Mijn vader probeerde altijd moppen te tappen, maar dat lukte hem niet. (lacht) Daar lachten we vaak om.

Als u niet op de trap zat.

Dchar: Die trap in het decor is méér dan een verwijzing naar ons huis, waar ik geregeld op de trap zat. Je vader is een trap. Als kleuter klauter je op hem. Als je ouder wordt, steunt hij je en helpt je naar het volgende level in het leven. DAD groeide ook uit mijn vaderschap. Mijn Nederlandse vrouw en ik hebben twee jonge kinderen. Moeten ze in dit grimmige land opgroeien, vroeg ik me af. Ja, dat moet, besef ik intussen. Je hebt als ouder geen andere keuze dan optimistisch te zijn en er alles aan te doen om je kinderen in een betere wereld te laten opgroeien. Ik wil mijn zoon en dochter Nederlandse én Marokkaanse tradities leren, hen meegeven dat religie bovenal liefde is. Het is een liefde die je kunt delen door prachtige verhalen te vertellen.

En door samen zonnebloempitten te eten?

Dchar: (grijnst) Ik verkoop de pitten voor elke opvoering omdat mijn vader dat vroeger ook deed. Veel Marokkanen eten dat. Wat grappig én schrijnend is, is dat de blanke toeschouwers die zo'n zakje kopen vaak niet weten hoe ze dat moeten eten. Ze eten ook de schil op. Zo 'goed' kennen we elkaar.

DAD

Op 21 oktober 2017 te zien in de Arenbergschouwburg in Antwerpen.

Info: www.arenbergschouwburg.be en www.nasrdindchar.nl

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.