In hun recente stuk op deze website doen Jan en Bert Cornillie een reeks voorstellen voor de hervorming van de financiering en de werking van erkende godsdiensten, naar aanleiding van de recente wrede straffen die Saoedi-Arabië heeft aangekondigd voor gearresteerde hervormingsgezinde activisten.

Na jaren subsidies voor salafistische propaganda hoeft radicalisme niet te verbazen.

Hoewel hun ideeën een belangrijke discussie aansnijden, slagen de heren er niet in de discussie te kaderen binnen de bredere context van het gefaalde beleid dat verantwoordelijk is voor de huidige wantoestanden.

Verantwoordelijkheid

Het is onderhands een gewoonte geworden van Westerse beleidslieden en regeringen om de wantoestanden waarvan ze de oorzaak zijn aan te duiden als fouten, of hun aandeel erin te minimaliseren. Denk bijvoorbeeld aan de routinematige praktijk van de Verenigde Staten om hun antidemocratische couppogingen, invasies en terreur in Nicaragua, Iran, de Dominicaanse Republiek, Haïti, Oost-Timor, Honduras, en elders in de wereld af te schrijven als vergissingen. De gebroeders Cornillie bezondigen zich hier evenzeer.

In hun stuk lijkt de buitenlandse financiering haast een recente excentriciteit die uit de lucht is gevallen, waar we pas na de verschrikkelijke aanslagen van 22 maart aandacht voor kregen. In realiteit gaat het om een gericht multicultureel beleid dat gevoerd werd sinds de migratiegolf van islamitische arbeiders in de jaren 60 door de grote partijen in hun afwisselende configuraties. Men ondernam geen enkele serieuze poging om de nieuwkomers te integreren en te transformeren van Turken en Marokkanen naar Vlamingen; in de oren van velen klinkt het zelfs al vreemd om dit te zeggen.

De natuurlijke mechanismen van identiteit, die een latent wij/zij-antagonisme creëren die bevolkingsgroepen uit elkaar drijft en minderheden in getto's isoleren, mocht zijn vrije gang gaan. Sterker nog, volgens sommigen die zich toch verlicht voordeden voor het publieke oog, was het zelfs beter dat deze mensen uit zogenaamde 'incompatibele culturen' niet werden geassimileerd aan het gros van de bevolking. Dus vertrouwde men Belgische moslims maar toe aan een soort semi-officieus toezicht vanuit hun 'thuislanden' die op hun beurt instonden voor hun culturele vorming, van weekendscholen en televisiezenders tot imams. Zelfs mensen van de tweede of derde generatie werden hieraan onderworpen.

Saoedi-Arabië werd geaccommodeerd in haar queeste om de islam te hersmeden in het evenbeeld van hun achterlijk tribalistisch salafisme.

Het islamitische geloof zou eenvoudigweg geleid worden vanuit het buitenland, zodat moslims hier geen reden hadden om zich naar behoren te organiseren en eigen faciliteiten te ontwikkelen voor de opleiding van geestelijken, zoals bijvoorbeeld wel het geval is in het Verenigd Koninkrijk. Toen de rijke golfstaten, met Saoedi-Arabië op kop, in hun queeste om de traditionele islam te hersmeden in het evenbeeld van hun achterlijk tribalistisch salafisme dan ook nog interesse begonnen te tonen in de westerse moslimgemeenschap, was men meer dan blij om hen te accommoderen.

Propaganda

De Grote Moskee in Brussel kwam in handen van salafisten, en daarmee ook het prestige dat eraan verboden was. Men legde de financiering van moskeeën door de Saoedi's geen strobreed in de weg, en gebruikte daarmee de moslimgemeenschap als smeermiddel om economische belangen te beschermen. En nu is men, na decennia van dit wanbeleid gevoerd te hebben, plots verbaasd dat er sprake is van radicalisme en achterlijkheid? Er moet plots een 'overeenkomst' gesloten worden met de moslimgemeenschap waarin buitenlandse financiering wordt afgezworen? Er zijn geen 'duidelijke afspraken' gemaakt in het verleden? Het is een schandalige poging om de verantwoordelijkheid te trachten te schuiven op de moslimgemeenschap.

Na decennia wanbeleid is iedereen verbaasd dat er sprake is van radicalisme en achterlijkheid.

Men oogst wat men zaait. In de ogen van vele gewone moslims hebben de Saoedi's sowieso al een zekere religieuze legitimiteit, omdat de heilige steden van Mekka en Medina op hun grondgebied liggen. Bovendien stralen ze een zekere traditionaliteit uit met hun kledij en symbolen dat hun aanzien vergroot. Voeg dit toe aan de goedkope Nederlandstalige literatuur die ze verspreidden, en het is helemaal niet verbazend dat goedbedoelende devote ouders die hun kinderen een religieuze opvoeding willen geven die salafistische onzin binnenhalen.

Dit werd niet alleen gedoogd, het werd in veel gevallen zelfs gesubsidieerd, zoals altijd in naam van de tolerantie en diversiteit. Zoals ook Noam Chomsky inzag in zijn berucht boek Manufacturing Consent, is het vrijwel zinloos om het te hebben over individuele verantwoordelijkheid in de context van een reusachtig propagandasysteem. Hier betrof het propaganda die met medeweten van de staat, en vaak zelfs met haar hulp, werd verspreid.

Het is belangrijk om te beseffen dat de problematiek rond de integratie van de moslimgemeenschap geen recente en contingente gebeurtenis is, maar een sociale malaise wiens wortels liggen een bewust beleid dat gedurende decennia gevoerd werd. De schade die daarbij gedaan werd, loopt zeer diep en is in de moslimgeesten verankerd door jaren van propaganda. En dat zal niet opgelost raken door oppervlakkige afspraken op wettelijk niveau, maar reëel sociaal en cultureel beleid