Lees het opiniestuk van Koen Metsu: 'Weiger radicalen toegang tot bezoekersruimtes in gevangenissen'
...

In een opiniestuk op Knack.be pleit Kamerlid Koen Metsu (N-VA) ervoor om mensen die verdacht worden van radicalisering een bezoekverbod aan gevangenen op te leggen. Metsu is voorzitter van de bijzondere commissie over terreurbestrijding. Daarin getuigde het Comité I hoe de zelfmoordterroristen Khalid en Ibrahim El Bakraoui in 2013 wel twintig keer bezoek kregen van Oussama Atar, die steeds nadrukkelijker genoemd wordt als het brein achter de aanslagen. Hij stond al jaren bekend bij de veiligheidsdiensten en inspireerde mogelijk de radicalisering van de broers.'We moeten er alles aan doen om radicalisering in de gevangenissen tegen te gaan. Het bezoek controleren is daarbij een belangrijk onderdeel. Daarom wil ik een lijst van personen voor wie de bezoekersruimte van gevangenissen verboden terrein is,' zegt Metsu. Jos Vander Velpen, directeur van de Liga Voor Mensenrechten ziet echter weinig heil in zo'n lijst. 'Dit is een van de vele proefballonnen die de N-VA oplaat zonder dat men de betekenis en meerwaarde ervan goed bestudeerd heeft.''De eerste vraag is al: wie gaat die lijst opstellen, en welke criteria gaat men daarvoor gebruiken. Er is op dit ogenblik al een zwarte lijst - die van het OCAD. Maar zulke lijsten worden meestal aangelegd met informatie van de geheime diensten. De criteria zijn zelden doorzichtig, en de controle nog veel minder. Hoe raak je bijvoorbeeld weer van zo'n lijst? Wie erop staat, is in feite machteloos: er is geen juridisch verhaal tegen.'Bovendien denkt Vander Velpen dat de maatregel vooral contraproductief zou werken. 'Als je het hebt over types als de broers El Bakroui, zou het best kunnen dat familieleden ook vrij snel op die lijst terecht komen - die mogen dan ook niet meer op bezoekgaan, waardoor er eigenlijk in het bezoekrecht van de gedetineerden wordt gesnoeid. En dat is voor hen net hun dierbaarste recht. Zo'n maatregel gaat heel veel frustratie veroorzaken, en zal daardoor net een hindernis zijn in deradicaliseringsprogramma's voor gevangenen,' zo vreest Vander Velpen.'Metsu gebruikt de broers El Bakraoui en Oussama Atar als voorbeeld in zijn opiniestuk, maar ik geloof eigenlijk niet dat de broers in de bezoekersruimte op het terreurpad zijn geraakt. Bezoeken aan de gevangenis gebeuren sowieso meestal achter glas. Met alle respect, dat is niet de ideale plek om terroristische plannen te smeden: er wordt toezicht gehouden, er lopen cipiers rond, en er wordt genoteerd wie er op bezoek komt. Om terreurplannen te smeden binnen de gevangenismuren, zijn er veel geraffineerdere middelen en methodes mogelijk.'