"Deze overeenkomst staat bol van problematische en tegenstrijdige bepalingen. Bovendien zou deze overeenkomst tot gevolg hebben dat er in een straal van 500 meter tot mogelijks zelfs 1 kilometer rond de spuitruimte een de facto gedoogzone zal ontstaan voor drugsbezit en drugshandel, met alle gevolgen van dien", meent gemeenteraadslid en Brussels parlementslid Mathias Vanden Borre. De gebruiksruimte zelf is volgens N-VA in strijd met de federale drugswet die stelt dat "het gemakkelijker maken van druggebruik of aanzetten tot druggebruik door het verschaffen daartoe van een lokaal of door enig ander middel strafbaar is".

Bovendien is er in de Brusselse gebruiksruimte geen enkele verplichting om zich medisch te laten behandelen met het oog op een afkicktraject, hekelt Vanden Borre. "Voor het reces werd een ordonnantie door het Brussels parlement gejaagd om de drugswet te omzeilen, maar ik meen dat deze in strijd is met de federale wet. Zo is er geen akkoord van de minister van Justitie of Volksgezondheid dat duidelijk maakt dat hetgeen Brussel organiseert ook wettelijk in orde is. Er wordt evenmin voldaan aan de voorwaarden van de drugswet aangezien er geen enkele aandacht is voor preventie en ontwenningstherapie."

Daarnaast maakt de overeenkomst de spuitruimte en de zone errond afhankelijk van de houding van vervolgende instanties, meer bepaald het parket van Brussel, dat geen partij is bij deze overeenkomst. "In de overeenkomst wordt melding gemaakt van een 'onderzoekszone' met een straal van 500 meter. De naam is misleidend, want dit is in feite een 'gedoogzone'. Het parket zal namelijk 'het vergemakkelijken van het gebruik van verdovende middelen door anderen' en 'het eenvoudig bezit van verdovende middelen' in deze zone níet vervolgen. Dit is een groot gebied dat gaat van het Zuidstation tot aan het Anneessensplein en Kuregem tot aan het Vossenplein waar drugsbezit dus zal gedoogd worden indien men het wil consumeren in de gebruiksruimte. Verder is er sprake van een 'impactzone' met een straal van 1 kilometer waar straathoekwerkers de druggebruikers naar de gebruiksruimte moeten lokken om hun spuit te zetten. Een mogelijk gevolg van de overeenkomst is dat ook hier de politie minder zal optreden en dat zo de helft van de Vijfhoek in de facto gedoogzone voor drugs verandert", klaagt Vanden Borre aan. "Heeft de federale minister van Justitie wel door wat er allemaal onder zijn neus in Brussel aan het gebeuren is?"

Ook gemeenteraadslid Bianca Debaets (CD&V) stelt zich ernstige vragen: "Ik erken dat de brede drugsproblematiek in Brussel een complex vraagstuk vormt waar geen zwart-witantwoord op bestaat, maar deze tekst legt té weinig nadruk op begeleiding en afkicken. Dat probleem zagen we eerder ook al in de soortgelijke tekst die werd goedgekeurd op gewestelijk niveau."

Hoewel de meerderheid ongetwijfeld goede intenties heeft, zijn dergelijke druggebruikersruimtes volgens de CD&V'ster geen vanzelfsprekende garantie op succes. "Ik was zelf onlangs nog op werkbezoek in Luxemburg-Stad, waar men enkele jaren terug ook een druggebruikerscentrum opende", stelt Debaets. "Helaas heeft men daar veel te weinig ingezet op begeleiding en opvolging, waardoor het centrum een hotspot is geworden voor dealers, prostituees en allerhande criminelen. De hele buurt rond het centrum is er inmiddels onleefbaar geworden en men wil de boel er eigenlijk liefst gewoon sluiten. En ook in Nederland zijn er intussen al tientallen druggebruikersruimtes die de deuren alweer sloten. Dat zijn toch ernstige waarschuwingssignalen die we moeten aangrijpen om hier in Brussel niet in dezelfde val te trappen."

"Deze overeenkomst staat bol van problematische en tegenstrijdige bepalingen. Bovendien zou deze overeenkomst tot gevolg hebben dat er in een straal van 500 meter tot mogelijks zelfs 1 kilometer rond de spuitruimte een de facto gedoogzone zal ontstaan voor drugsbezit en drugshandel, met alle gevolgen van dien", meent gemeenteraadslid en Brussels parlementslid Mathias Vanden Borre. De gebruiksruimte zelf is volgens N-VA in strijd met de federale drugswet die stelt dat "het gemakkelijker maken van druggebruik of aanzetten tot druggebruik door het verschaffen daartoe van een lokaal of door enig ander middel strafbaar is". Bovendien is er in de Brusselse gebruiksruimte geen enkele verplichting om zich medisch te laten behandelen met het oog op een afkicktraject, hekelt Vanden Borre. "Voor het reces werd een ordonnantie door het Brussels parlement gejaagd om de drugswet te omzeilen, maar ik meen dat deze in strijd is met de federale wet. Zo is er geen akkoord van de minister van Justitie of Volksgezondheid dat duidelijk maakt dat hetgeen Brussel organiseert ook wettelijk in orde is. Er wordt evenmin voldaan aan de voorwaarden van de drugswet aangezien er geen enkele aandacht is voor preventie en ontwenningstherapie." Daarnaast maakt de overeenkomst de spuitruimte en de zone errond afhankelijk van de houding van vervolgende instanties, meer bepaald het parket van Brussel, dat geen partij is bij deze overeenkomst. "In de overeenkomst wordt melding gemaakt van een 'onderzoekszone' met een straal van 500 meter. De naam is misleidend, want dit is in feite een 'gedoogzone'. Het parket zal namelijk 'het vergemakkelijken van het gebruik van verdovende middelen door anderen' en 'het eenvoudig bezit van verdovende middelen' in deze zone níet vervolgen. Dit is een groot gebied dat gaat van het Zuidstation tot aan het Anneessensplein en Kuregem tot aan het Vossenplein waar drugsbezit dus zal gedoogd worden indien men het wil consumeren in de gebruiksruimte. Verder is er sprake van een 'impactzone' met een straal van 1 kilometer waar straathoekwerkers de druggebruikers naar de gebruiksruimte moeten lokken om hun spuit te zetten. Een mogelijk gevolg van de overeenkomst is dat ook hier de politie minder zal optreden en dat zo de helft van de Vijfhoek in de facto gedoogzone voor drugs verandert", klaagt Vanden Borre aan. "Heeft de federale minister van Justitie wel door wat er allemaal onder zijn neus in Brussel aan het gebeuren is?" Ook gemeenteraadslid Bianca Debaets (CD&V) stelt zich ernstige vragen: "Ik erken dat de brede drugsproblematiek in Brussel een complex vraagstuk vormt waar geen zwart-witantwoord op bestaat, maar deze tekst legt té weinig nadruk op begeleiding en afkicken. Dat probleem zagen we eerder ook al in de soortgelijke tekst die werd goedgekeurd op gewestelijk niveau." Hoewel de meerderheid ongetwijfeld goede intenties heeft, zijn dergelijke druggebruikersruimtes volgens de CD&V'ster geen vanzelfsprekende garantie op succes. "Ik was zelf onlangs nog op werkbezoek in Luxemburg-Stad, waar men enkele jaren terug ook een druggebruikerscentrum opende", stelt Debaets. "Helaas heeft men daar veel te weinig ingezet op begeleiding en opvolging, waardoor het centrum een hotspot is geworden voor dealers, prostituees en allerhande criminelen. De hele buurt rond het centrum is er inmiddels onleefbaar geworden en men wil de boel er eigenlijk liefst gewoon sluiten. En ook in Nederland zijn er intussen al tientallen druggebruikersruimtes die de deuren alweer sloten. Dat zijn toch ernstige waarschuwingssignalen die we moeten aangrijpen om hier in Brussel niet in dezelfde val te trappen."