Tijdens de coronacrisis werd het een van de belangrijkere overlegplatformen: de Interministeriële Conferentie (IMC) Volksgezondheid. Op geregelde basis kwamen de acht ministers van Volksgezondheid samen om knopen door te hakken. Denk aan het verlagen van de leeftijdsdrempel voor het AstraZeneca-vaccin, of de beslissing om mensen met een verzwakt immuunsysteem een derde prik toe te dienen.
...

Tijdens de coronacrisis werd het een van de belangrijkere overlegplatformen: de Interministeriële Conferentie (IMC) Volksgezondheid. Op geregelde basis kwamen de acht ministers van Volksgezondheid samen om knopen door te hakken. Denk aan het verlagen van de leeftijdsdrempel voor het AstraZeneca-vaccin, of de beslissing om mensen met een verzwakt immuunsysteem een derde prik toe te dienen.Wat minder bekend is, is dat ons land nog meer van die Interministeriële Conferenties telt. Veel meer. Volgens informatie opgevraagd door Vlaams Parlementslid Karl Vanlouwe (N-VA) gaat het om maar liefst 23 IMC's. Het gaat van een IMC Binnenlandse Zaken, over een IMC Racismebestrijding, tot een IMC Vrouwenrechten. De IMC's staan nog los van het Overlegcomité, het beslissingsorgaan bij uitstek tijdens de coronacrisis. De frequentie waarop de Belgische vakministers bijeenkomen blijkt erg te verschillen per thema. Zo kwamen in de afgelopen twee jaar slechts 12 van de 23 IMC's samen. De IMC Volksgezondheid vergadert doorgaans tweemaal per week. Maar zowel de IMC Strategische Investeringen als de IMC Institutionele Hervormingen is sinds oktober 2019 slechts één keer samengekomen.Voor de N-VA duidt de veelheid aan overlegplatformen op de nood aan homogene bevoegdheidsoverdrachten. 'In dit land werden bevoegdheden of de financiering ervan al te vaak slechts gedeeltelijk overgeheveld', zegt Vanlouwe. 'Daardoor kunnen beslissingen slechts halfslachtig worden genomen en vraagt het overleg erover veel tijd. Daadkrachtig is anders.'De Vlaams-nationalisten stippen aan dat zij wel degelijk voor overleg zijn, ook in hun confederale visie. 'Ook na de confederale omslag zal dat nodig zijn, maar eerder tussen deelstaten onderling. In de huidige overlegstructuren staat er nog steeds een federaal niveau tussen', zegt Vanlouwe. 'Bovendien hebben we in Vlaanderen gemeenschap en gewest gefusioneerd, in tegenstelling tot Franstalig België. Daardoor zitten we ondanks onze Vlaamse meerderheid soms in een minderheidspositie.' Ter illustratie: in de IMC Volksgezondheid zit de Vlaamse minister samen met het federale niveau, het Waalse gewest, twee collega's van de Franse gemeenschap, de Duitstalige gemeenschap en twee of drie excellenties van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.Volgens politoloog Dave Sinardet (VUB) zijn de overlegstructuren eigenlijk onvermijdelijk, zelfs bij een verdere opsplitsing van de bevoegdheden. 'Er is soms een illusie van autonomie, maar zolang Brussel en Wallonië liggen waar ze liggen zal overleg nodig zijn. Denk aan mobiliteitsdossiers, zoals de Brusselse stadstol of de geluidsnormen rond de luchthaven van Zaventem.' Het klopt dat de Vlaamse regering zich in een minderheidspositie kan bevinden tegenover de andere regeringen, zegt Sinardet. 'Maar anderzijds beslist men wel via consensus. Er is geen akkoord als Vlaanderen niet akkoord gaat.'