N-VA: 'Invoering nieuw jeugddelinquentierecht op 1 januari niet haalbaar'

07/11/18 om 13:55 - Bijgewerkt om 16:39

Bron: Belga

De invoering van het nieuwe jeugddelinquentierecht op 1 januari 2019 is 'niet haalbaar'. Dat zegt N-VA-parlementslid Lorin Parys aan Belga na een hoorzitting in het Vlaams Parlement.

N-VA: 'Invoering nieuw jeugddelinquentierecht op 1 januari niet haalbaar'

Lorin Parys © Belga Image

Uit die hoorzitting is gebleken dat zowel de Hoge Raad voor de Justitie, de Unie van Nederlandstalige Jeugdrechters als de Unie van Jeugdadvocaten nog met veel vragen en bezwaren zitten over het nieuwe decreet.

'Als je die opmerkingen hoort, moet er bijgestuurd worden,' meent Lorin Parys. 'Een inwerkingtreding op 1 januari is dan ook niet haalbaar. Sowieso voorzag het decreet in een gefaseerde ingang, maar omdat de sommige bemerkingen zo belangrijk zijn, zal ook de datum van 1 januari moeten uitgesteld worden,' aldus Parys aan Belga.

Omgang

Het nieuwe jeugddelinquentierecht bepaalt hoe Vlaanderen zal omgaan met jongeren die delicten plegen. Rode draad in de plannen is dat jongeren meer zullen aangesproken worden op hun verantwoordelijkheid en dat ze tegelijk meer kansen krijgen om hun schade te herstellen. In de gemeenschapsinstellingen zullen jonge delictplegers gescheiden worden opgevangen van jongeren in een problematische opvoedingssituatie.

Maar op zeven weken van de invoering van het decreet, liggen er nog heel wat juridische vragen, opmerkingen en bezwaren op tafel. Rode draad doorheen de opmerkingen van de Hoge Raad voor de Justitie, de Unie van Nederlandstalige Jeugdrechters en de Unie van Jeugdadvocaten is het gebrek aan duidelijkheid.

'Het is een ingewikkeld decreet geworden en de tekst bevat nog veel onduidelijkheden en inconsequenties,' aldus Tine Suykerbuyk van de Unie van Nederlandstalige Jeugdrechters. Ook Christian Denoyelle, voorzitter van de Nederlandstalige Advies- en Onderzoekscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie, en Geert Decock van de Unie van Jeugdadvocaten hekelen de onduidelijkheden in het decreet.

Zo is het volgens hen bijvoorbeeld onvoldoende duidelijk wat er precies bedoeld wordt met 'positief project' of 'ambulante reactie'. 'Het mooiste voorbeeld is de ambulante maatregel. Wat is dat? De omschrijving is onduidelijk. Dat kan niet. Als je een wettekst maakt, moet dat duidelijk zijn,' aldus Decock.

Ook over het elektronisch toezicht dat in het decreet is ingeschreven bestaat nog veel onduidelijkheid. 'Hoe gaat men dat toepassen? Zal dat een app zijn, of gaat men werken met een enkelband? Zoiets moet je duidelijk aflijnen, anders voorspel ik problemen,' zegt Denoyelle.

Naast de terminologische onduidelijkheden, zijn er volgens de experts ook inhoudelijke opmerkingen en bezwaren. Zo tilt de Unie van Jeugdadvocaten zwaar aan de mogelijke problemen met de rechtswaarborgen van de minderjarigen, met name het vermoeden van onschuld. Zo kan een minderjarige in de voorbereidende fase - dus nog niet de rechtspleging ten gronde - 60 uur gemeenschapsdienst opgelegd krijgen. 'Die uitbreiding van 30 naar 60 uur komt neer op een echte sanctie en wringt met het vermoeden van onschuld,' aldus Decock.

Dat ook meteen 'en zonder toetsing of herziening' een gesloten setting van 9 maand kan opgelegd worden, is volgens Decock ook niet in verhouding.

Alle experts zijn het er ook over eens dat de uithandengeving, het systeem waarbij jongeren vanaf hun 16de in uitzonderlijke omstandigheden worden berecht als volwassenen, uit het decreet moet geschrapt worden. 'Als je in het decreet zeven jaar gesloten begeleiding mogelijk maakt en dan nog eens 10 jaar terbeschikkingstelling, waarom heb je dan nog die uithandengeving nodig. Bovendien is het in strijd met de kinderrechten,' aldus Decock.

En dan is er nog Brussel, waar het kluwen nog ingewikkelder dreigt te worden omdat er rekening moet gehouden worden met verschillende nieuwe wetgevingen.

Sommige experts dringen aan op overleg en samenwerkingsakkoorden. Jeugdadvocaat Geert Decock pleit er gewoon voor om het Vlaamse jeugddelinquentierecht in Brussel een jaar op te schorten om het zo op in 2020 samen te kunnen laten ingaan met de Brusselse ordonnantie.

Al die opmerkingen en bezwaren samen, zijn voor Groen-parlementslid Elke Van den Brandt een teken dat het decreet in zijn geheel niet klaar is om in te gaan op 1 januari 2019. 'Ik ben oprecht heel ongerust. Met dit decreet voortgaan is geen goed idee,' klinkt het.

Opvallend is dat meerderheidspartij N-VA die redenering kan volgen. Volgens parlementslid Lorin Parys zijn er te veel bezwaren en opmerkingen om te starten op 1 januari 2019.

Bij coalitiepartner CD&V wil parlementslid Katrien Schryvers zich nog niet uitspreken over een mogelijk uitstel van het decreet. 'We moeten de opmerkingen nauwgezet opvolgen en zullen in de komende weken bekijken waar er bijsturingen nodig zijn,' aldus Schryvers.

Minister van Welzijn Jo Vandeurzen sluit een mogelijk uitstel van de invoering van het jeugddelinquentierecht niet uit. 'Een zorgvuldige transitie is uiteraard ook voor ons primordiaal. Het halen van 1 januari als datum van inwerkingtreding is voor ons geen halszaak. Over de gefaseerde invoering is in functie van de hoorzittingen een gesprek mogelijk.'

Volgende week plant de commissie nog een hoorzitting met experts en mogelijk volgt er nog een derde hoorzitting.

Onze partners