In het echte leven zou ik op die vraag nog wel een antwoord kunnen bedenken - autobeurzen, bijvoorbeeld - maar in de kunsten ben ik stilaan geneigd te denken van niet. Net zoals sommige landbouwgewassen de diversiteit van een natuurstreek weten terug te brengen tot een monocultuur, lijkt het soms alsof de liefde alle andere thema's heeft verdrongen. Het duidelijkst is dat bij populaire volkszangers als Willy Sommers en consorten. Zij zingen ook nog eens liefst over de - vanuit intellectueel standpunt - meest vervele...

In het echte leven zou ik op die vraag nog wel een antwoord kunnen bedenken - autobeurzen, bijvoorbeeld - maar in de kunsten ben ik stilaan geneigd te denken van niet. Net zoals sommige landbouwgewassen de diversiteit van een natuurstreek weten terug te brengen tot een monocultuur, lijkt het soms alsof de liefde alle andere thema's heeft verdrongen. Het duidelijkst is dat bij populaire volkszangers als Willy Sommers en consorten. Zij zingen ook nog eens liefst over de - vanuit intellectueel standpunt - meest vervelende fase van de liefde: de kalverliefde. Het segment van popzangers dat iets hoger mikt dan biertenten en braderijen, heeft het dan weer liever over het drama van het liefdesverdriet. Maar hoe het is om jarenlang samen met elkaar te leven, kom je van niemand echt te weten. Ook films waar niet minstens ergens een verhaallijn is ingeschreven over een jongen en een meisje zijn zeldzaam. De teleurstelling toen ik The Iron Lady van Phyllida Lloyd zag, de biopic over Margaret Thatcher - een jeugdheldin van mij - is nog altijd groot. Het mens had een van de meest fascinerende politieke carrières uit de 20e eeuw, maar in een film moesten er toch ontstellend veel minuten verspild worden aan haar - vanuit intellectueel standpunt, wederom - futiele relatie met die gekke Denis. Waarom? Het is toch altijd allemaal een beetje hetzelfde, nee? Is er werkelijk niets anders te melden? De dominantie van de liefde noopt mij soms tot de meest sombere gedachten: we hebben ons het geloof in alles uit handen laten slaan, en het enige wat mensen rest dat iets of wat uitstijgt boven de alledaagse treurigheid is die liefde. Of het geloof daarin dan toch. Over religie valt er niets meer te schrijven, en ook het werk van hedendaagse filosofen geeft zelden aanleiding tot een sterke songtekst. De politiek? Daar valt hier hooguit op licht ironische toon over te zingen. Vlaanderen is Catalonië niet. Af en toe is er, uiteraard, een uitzondering: een artiest die toch nog iets origineels weet te maken van het liefdesthema. Ik ben alweer een hele week naar het nieuwe, intrieste album van Guido Belcanto aan het luisteren, waarbij nummers als 'Ik weet niet waar mijn meisje is' en 'Al die verspilde schoonheid' even treurig blijven. 'Dat je de lach en de traan zo met elkaar kunt versmelten dat ze geen tegenstelling maar een eenheid vormen', zei de Clement Peerens van het levenslied er onlangs in Knack zelf over. Ik kan er niet over schrijven zonder pathetisch te worden. Over Belcanto dan toch.