Het vinden van een akkoord over een Nationaal Energie- en Klimaatplan had vorig jaar heel wat voeten in de aarde. Pas tijdens een Overlegcomité op 18 december werden de laatste knopen doorgehakt en werd afgesproken hoe de drie gewesten en het federale niveau samen de Europese doelstellingen zouden bereiken. Op dat laatste overleg werden de verschillende regionale plannen samengevoegd tot een leesbaar, coherent geheel, luidde het na afloop. Desondanks is het Belgische plan "moeilijk te analyseren", zegt de Europese Commissie nu. Het plan volgt namelijk niet het sjabloon dat in de Europese verordening voorzien is. Wat de inhoud betreft, beantwoordt de Belgische ambitie om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 35% procent te verminderen (in vergelijking met 2005) aan de Europese verplichtingen. Vlaanderen zal volgens de berekeningen 32,6% minder uitstoten, Wallonië 36,8% en Brussel 39,4%. Toch houdt Vlaanderen zoals bekend vast aan een eigen reductiedoelstelling van 35%, maar rekent het onder meer op technologische innovaties om de kloof te dichten. Wat het aandeel hernieuwbare energie in het totale energieverbruik betreft, is België "niet ambitieus", oordeelt de Commissie. Ons land mikt op 17,5% hernieuwbare energie in 2030, terwijl dit eigenlijk 25% zou moeten zijn. Enkel zo kan de Europese ambitie om over tien jaar een aandeel van 32% te halen, gerealiseerd worden. Op het vlak van energie-efficiëntie wil de Europese Unie het energieverbruik over tien jaar met 32,5% doen dalen. De Belgische plannen - uitgedrukt in primair en finaal energiegebruik - getuigen evenwel van een "lage ambitie", vindt de Commissie. Ook op andere domeinen is de Commissie kritisch. Zo heeft België geen kwantificeerbare doelstellingen voor de bevoorradingszekerheid doorgegeven, terwijl ook de plannen om energie-armoede tegen te gaan niet duidelijk genoeg zijn. Globaal genomen is de Europese Commissie van oordeel dat de lidstaten in staat zijn om de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030 te halen. Alleen wordt het ambitieniveau intussen verder opgeschroefd. Zo is het momenteel nog de bedoeling om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 40% te doen dalen ten opzichte van 1990. Maar om de Europese Unie tegen het midden van de eeuw klimaatneutraal te maken, zou de uitstoot nog sneller beperkt moeten worden. Het Europees Parlement wil 60% minder uitstoot, terwijl de lidstaten hun ambitieniveau nog moeten overeenkomen. Het is een van de onderwerpen waarover de staatshoofden en regeringsleiders op de Europese top van morgen en overmorgen van gedachten gaan wisselen. Definitieve knopen zullen op dat vlak evenwel nog niet worden doorgehakt. (Belga)

Het vinden van een akkoord over een Nationaal Energie- en Klimaatplan had vorig jaar heel wat voeten in de aarde. Pas tijdens een Overlegcomité op 18 december werden de laatste knopen doorgehakt en werd afgesproken hoe de drie gewesten en het federale niveau samen de Europese doelstellingen zouden bereiken. Op dat laatste overleg werden de verschillende regionale plannen samengevoegd tot een leesbaar, coherent geheel, luidde het na afloop. Desondanks is het Belgische plan "moeilijk te analyseren", zegt de Europese Commissie nu. Het plan volgt namelijk niet het sjabloon dat in de Europese verordening voorzien is. Wat de inhoud betreft, beantwoordt de Belgische ambitie om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 35% procent te verminderen (in vergelijking met 2005) aan de Europese verplichtingen. Vlaanderen zal volgens de berekeningen 32,6% minder uitstoten, Wallonië 36,8% en Brussel 39,4%. Toch houdt Vlaanderen zoals bekend vast aan een eigen reductiedoelstelling van 35%, maar rekent het onder meer op technologische innovaties om de kloof te dichten. Wat het aandeel hernieuwbare energie in het totale energieverbruik betreft, is België "niet ambitieus", oordeelt de Commissie. Ons land mikt op 17,5% hernieuwbare energie in 2030, terwijl dit eigenlijk 25% zou moeten zijn. Enkel zo kan de Europese ambitie om over tien jaar een aandeel van 32% te halen, gerealiseerd worden. Op het vlak van energie-efficiëntie wil de Europese Unie het energieverbruik over tien jaar met 32,5% doen dalen. De Belgische plannen - uitgedrukt in primair en finaal energiegebruik - getuigen evenwel van een "lage ambitie", vindt de Commissie. Ook op andere domeinen is de Commissie kritisch. Zo heeft België geen kwantificeerbare doelstellingen voor de bevoorradingszekerheid doorgegeven, terwijl ook de plannen om energie-armoede tegen te gaan niet duidelijk genoeg zijn. Globaal genomen is de Europese Commissie van oordeel dat de lidstaten in staat zijn om de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030 te halen. Alleen wordt het ambitieniveau intussen verder opgeschroefd. Zo is het momenteel nog de bedoeling om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 40% te doen dalen ten opzichte van 1990. Maar om de Europese Unie tegen het midden van de eeuw klimaatneutraal te maken, zou de uitstoot nog sneller beperkt moeten worden. Het Europees Parlement wil 60% minder uitstoot, terwijl de lidstaten hun ambitieniveau nog moeten overeenkomen. Het is een van de onderwerpen waarover de staatshoofden en regeringsleiders op de Europese top van morgen en overmorgen van gedachten gaan wisselen. Definitieve knopen zullen op dat vlak evenwel nog niet worden doorgehakt. (Belga)