Hoe vind ik morele leefregels die praktisch en wijs zijn? Jarenlang heb ik erover gemijmerd. Lange tijd inspireerden de christelijke waarden de samenleving. Maar deugden als kuisheid, nederigheid of (grenzeloze) naastenliefde passen niet bij deze tijd; ze veronderstellen een schuldmodel dat niet meer overtuigt. De gedachte dat elke overtreding een zonde is die ooit wordt bestraft, motiveert niet meer.
...

Hoe vind ik morele leefregels die praktisch en wijs zijn? Jarenlang heb ik erover gemijmerd. Lange tijd inspireerden de christelijke waarden de samenleving. Maar deugden als kuisheid, nederigheid of (grenzeloze) naastenliefde passen niet bij deze tijd; ze veronderstellen een schuldmodel dat niet meer overtuigt. De gedachte dat elke overtreding een zonde is die ooit wordt bestraft, motiveert niet meer. De moderne ethiek heeft die voorschriften vervangen door rationaliteit: voor Immanuel Kant kan elke mens zelf de morele wetten bepalen, dankzij zijn rede. Daarmee is de goddelijke openbaring alvast geen kwestie meer. Je moet nagaan welke regels rationeel aantoonbaar en universeel toepasbaar zijn. Zo ken je de regels waaraan moet je gehoorzamen, aldus Kants categorische imperatief. In Kants voetsporen heeft Jeremy Bentham de morele logica nog scherper gemaakt: je doet het goede als je het nut voor het grootste aantal mensen het meest doet toenemen (zelfs al schaad je enkele anderen). Die regel komt met typische morele dilemma's: mag je één dikke man onder de trein gooien als je daarmee drie mensen kunt redden? Voor heel wat mensen zijn die rationele benaderingen ongetwijfeld zinvol. Maar ik merk dat ze mijn gedrag amper beïnvloeden. Ze blijven te veel gedachte-experimenten, logische puzzels die buiten mijn eigen leven vallen. Elke dag neem ik ethische beslissingen - ethiek opgevat als gedrag vanuit een zoektocht naar het goede leven - zonder dat ik die consequent als zuiver rationele principes zou kunnen beoordelen. Het gaat ook niet alleen over handelingen, maar over mezelf: hoe overwin ik wat me ervan weerhoudt om beter te handelen? Natuurlijk heb ik de rede nodig om situaties in te schatten, maar die rede moet verbonden zijn met mijn gevoelens en verlangens. Daarmee beland ik bij Aristoteles' interpretatie van de deugd: als voortreffelijkheid. Je moet niet proberen om wetten toe te passen. Je moet een praktijk vinden die je helpt om je houding bij te schaven, om te excelleren. Voor Aristoteles leidt deugd naar geluk, met ' eudaimonia': gelukkig zijn is een activiteit van de ziel die overeenkomt met voortreffelijkheid of deugd. Dit heeft niets met onthouding, liefdadigheid of nederigheid te maken. Evenmin met je intenties, hoe goed die ook zijn. Of met wat je opgeeft of afstaat, opgevat als zelfbestraffing. Je tracht je sterktes te ontwikkelen en je mogelijkheden te ontplooien. De nadruk ligt niet alleen op rationaliteit, ook op praktijk. In de Ethica noteert Aristoteles: 'Door huizen te bouwen wordt men bouwmeester, door de citer te spelen wordt men citerspeler. Zo worden we ook rechtvaardig door rechtvaardige daden te stellen, matig door matig te handelen en dapper door ons dapper te gedragen.' Naast maat, rechtvaardigheid en moed is wijsheid een belangrijke deugd. Dagelijkse ervaring, herhaling en correctie zijn de sleutels tot beter gedrag. Je moet telkens nagaan wat de situatie vereist. Daarbij houden deugden het midden tussen twee extremen; moed vraagt meer daadkracht dan lafheid, en meer voorzichtigheid dan roekeloosheid. Aristoteles' God is de Onbewogen Beweger; Hij komt niet tussenbeide, maar doet de wereld bewegen. En Hij garandeert dat de deugd haar eigen beloning is. Vandaag de dag lijkt dat godsbeeld weinig actueel. Maar heel wat psychologisch onderzoek gaat in dezelfde richting. Waarom kun je beter niet arrogant, hebzuchtig, egoïstisch door het leven gaan? Omdat je dan een schim van je mogelijke zelf bent en zonder stabiele relaties verder moet. Zelfs het goede doen voor anderen verhoogt het geluksgevoel. Moderne studies en de klassieke wijsbegeerte zeggen hetzelfde: mensen die zich belangeloos inzetten voor anderen of aan zichzelf werken - ze krijgen deugd van deugd.