Op de meest succesvolle momenten in mijn leven voelde ik slechts een korte euforie. Dan volgde opluchting, en wat later begon ik vooral nieuwe plannen te smeden. Eigenlijk was ik bij elk succes ontgoocheld dat ik geen intenser geluksgevoel beleefde, dat erkenning, status of loon mij geen duurzame vreugde brachten. Nochtans gelden die streefdoelen als de meest waardevolle in deze samenleving.

Ondertussen ken ik dat als een bekend psychisch fenomeen: voorspoed maakt maar even gelukkig. Dat komt omdat je snel went aan de voordelen van succes. Je ervaart je prestige of hogere loon spoedig als het nieuwe normaal. Dan zakt je geluksgevoel tot het vorige gemiddelde. Je moet dus ervaringen opzoeken waarbij die gewenning minder speelt. Zo'n ervaring heb je als je vooruitgang boekt op weg naar een doel, niet bij het doel zelf.

Er zijn nog misverstanden rond succes. In goede tijden kun je denken dat je je welslagen uitsluitend aan jezelf te danken hebt. Dat klopt slechts gedeeltelijk. Toeval doet er ook toe. Vroeg of laat ondervind je dan dat je eigen kwaliteiten niet volstaan om alleen maar triomfen te beleven.

De Griekse geschiedschrijver Herodotos wist het al: je kunt pas zeggen dat je gelukkig leefde, wanneer je gelukkig sterft.

Een andere misvatting betreft het verloop van de tijd. Die lijkt altijd beterschap te beloven: een loopbaan kan alleen in stijgende lijn gaan. Maar dat klopt niet. Sommige mensen beleven het hoogtepunt van hun carrière wanneer ze vrij jong zijn. Nadien kunnen ze hun succes niet meer evenaren. Van sommige fantastische, jonge laureaten van de Koningin Elisabethwedstrijd hoor je na een paar jaar niets meer, bijvoorbeeld. Regisseur Paul Cohen maakte daarover een ontnuchterende documentaire.

Dat brengt me bij een meer fundamentele vraag: kun je gebeurtenissen wel juist inschatten wanneer ze zich voordoen? Weet je wel of een verandering goed of slecht nieuws brengt? Volgens de Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut lukt dat bijna nooit. Grote literatuur geeft die onbepaaldheid weer. Is het bijvoorbeeld goed voor Julien Sorel, de ambitieuze held in Stendhals Le Rouge et le Noir, dat hij mag gaan werken voor de burgemeester? Of dat hij secretaris van een markies wordt? Als lezer weet je het niet. Je weet wel hoe de protagonist die omwentelingen ervaart. Maar zoals alle mensen vergist hij zich af en toe. In een sprookje is alles wel glashelder. Voor Assepoester zijn de nare stiefmoeder en stiefzusters kommer en kwel. De goede fee, het bal en de prins zijn meevallers. En uiteindelijk leefden ze 'nog lang en gelukkig'.

Grote romans en het ware leven verlopen dus anders. Je kunt pas na de feiten inschatten wat een bepaald moment behelsde. Een akelige tegenslag kan een positieve wending inluiden. Een overweldigend succes kan het begin van een neergang zijn. De Griekse geschiedschrijver Herodotos wist het al: je kunt pas zeggen dat je gelukkig leefde, wanneer je gelukkig sterft. Dat vertelde de wijze Athener Solon aan de hebzuchtige, krijgslustige koning Kroisos. Kroisos leidde Solon rond in zijn luxueuze paleis, terwijl hij honderduit praatte over zijn spectaculaire overwinningen. Na afloop vroeg de koning aan Solon wie volgens hem de gelukkigste man ter wereld was. Hij had er alle vertrouwen in dat Solon hem zou kiezen. Bij wijze van antwoord beschreef Solon de lotgevallen van drie gelukkige Atheners. Zij hadden niet alleen voortreffelijk geleefd, maar waren eervol aan hun einde gekomen. Kroisos voelde zich beledigd en stuurde Solon weg. Toch kreeg de wijze gelijk: een beetje later stierf de geldbeluste koning een gruwelijke dood.

Het begrip succes verbind ik allang niet meer met een kentering die op het eerste gezicht meer erkenning of een beter salaris brengt. De reis telt, niet de bestemming. Daarom probeer ik mijn eigen tocht uit te stippelen, met sympathieke metgezellen. Waar ik uitkom, zie ik wel.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.