"Rond 9 uur 's morgens kwam op 28 januari een groep strijders op motorfietsen aan, die de stad in brand staken", zo staat in een rapport van de mensenrechtenorganisatie. "Ze achtervolgden de burgers die probeerden te vluchten (...). Elf lichamen werden in de stad gevonden en 49 andere erbuiten." Isa Sanusi, woordvoerder van Amnesty International Nigeria, legde uit dat de ngo grondig te werk gegaan was en informatie geverifieerd had van talrijke veiligheidsbronnen, getuigen en mensen die in de regio werken. Rann is om veiligheidsredenen ontoegankelijk geworden, ook voor humanitair personeel, waardoor het erg moeilijk is om er informatie over te bekomen. Op satellietbeelden van het centrum CNES/Airbus (Centre national d'études spatiales) en van het Europese aardobservatieprogramma Copernicus is te zien dat sommige delen van de stad, waartoe tienduizenden mensen hun toevlucht hadden gezocht, volledig vernield zijn door de vlammen. De dag na de aanval sloegen de inwoners van de stad in paniek op de vlucht, zo had de woordvoerster van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, Babar Baloch, op een persbriefing in Genève gezegd. In Kameroen kwamen 30.000 vluchtelingen aan, die zeiden dat de jihadistische groep de controle over de stad had overgenomen en dat de Nigeriaanse en Kameroense soldaten ook gevlucht waren. (Belga)