Met de hervorming willen minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) en staatssecretaris voor Gelijke Kansen Sarah Schlitz (Ecolo) de strijd aanbinden met seksueel geweld. In een mededeling herinneren ze aan enkele cijfers. Zo worden in ons land per dag gemiddeld acht aangiftes gedaan van verkrachting, maar het werkelijke aantal wordt op tachtig geschat. Maar ook voor aanranding van de eerbaarheid, seksuele intimidatie, stalking of partnergeweld liggen de cijfers hoog. Toch leidt slechts 10 procent van de aangiftes van verkrachting tot een veroordeling. Eén van de zaken die hiertoe bijdragen, is de achterhaalde wetgeving inzake seksueel geweld, luidt het. Het huidige strafwetboek dateert uit 1867. Hoewel de wetgeving en rechtspraak sindsdien geëvolueerd zijn, blijft deze verouderde basis aanleiding geven tot heel wat onduidelijkheden, moeilijke bewijslast en te lage straffen. Het voorontwerp van minister Van Quickenborne probeert de definities van alle vormen van seksueel misbruik scherp te stellen, met als basisfundament de toestemming, waarvan de definitie uitdrukkelijk in de wet wordt opgenomen. Ze moet bijvoorbeeld uit vrije wil worden gegeven, ze moet worden beoordeeld in het licht van de omstandigheden, ze kan niet worden afgeleid uit een gebrek aan verweer én kan ook worden ingetrokken. Denk daarbij aan stealthing, wanneer de partner tijdens de daad het condoom afdoet zonder toestemming. De definitie van verkrachting wordt aangepast en aanranding van de eerbaarheid heet in de toekomst aantasting van de seksuele integriteit. Ook voyeurisme krijgt een uitgebreide definitie. Dat moet recente rechtspraak voorkomen waarbij werd geoordeeld werd dat foto's onder rokken nemen geen voyeurisme was, omdat het slachtoffer strikt gezien niet ontbloot was. Voorts worden zowel incest als seksueel geweld door een partner verzwarende omstandigheden. De hervorming gaat gepaard met zwaardere straffen. De straffen voor verkrachting gaan, na de correctionalisering, van 1 maand tot 5 jaar naar 6 maand tot 10 jaar. En de maximumstraf voor verzwarende omstandigheden gaat met minstens vijf jaar omhoog. Daarnaast kan een rechter bijkomende straffen opleggen zoals het contactverbod of een ontzetting uit de burgerlijke rechten. Van Quickenborne benadrukt ook dat de rechter over het volledige straffenarsenaal zal kunnen beschikken, ook alternatieve straffen. Dat is volgens de minister belangrijk voor de individualisering van de straffen: elke straf moet op maat zijn. De autonome probatiestraf zal toelaten het probleem aan te pakken bij de kern, namelijk de seksuele problematiek van de dader, luidt het. Het voorontwerp regelt ook de decriminalisering van sekswerk, zoals de minister gisteren in de Kamer had aangekondigd. Het blijft wel strafbaar indien er sprake is van mensenhandel of uitbuiting. Een voorbeeld daarvan is het aan woekerprijzen verhuren van kamers aan sekswerkers. Het voorontwerp vertrekt nu voor advies naar de Raad van State en moet nadien nog langs de Kamer passeren. Van Quickenborne en Schlitz merken op dat in het nieuwe Strafwetboek - een volgende werf - bepalingen zullen zitten die een impact hebben op de strijd tegen intrafamiliaal en seksueel geweld. Ook komt de regering dit jaar nog met een actieplan tegen gendergerelateerd geweld. (Belga)

Met de hervorming willen minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) en staatssecretaris voor Gelijke Kansen Sarah Schlitz (Ecolo) de strijd aanbinden met seksueel geweld. In een mededeling herinneren ze aan enkele cijfers. Zo worden in ons land per dag gemiddeld acht aangiftes gedaan van verkrachting, maar het werkelijke aantal wordt op tachtig geschat. Maar ook voor aanranding van de eerbaarheid, seksuele intimidatie, stalking of partnergeweld liggen de cijfers hoog. Toch leidt slechts 10 procent van de aangiftes van verkrachting tot een veroordeling. Eén van de zaken die hiertoe bijdragen, is de achterhaalde wetgeving inzake seksueel geweld, luidt het. Het huidige strafwetboek dateert uit 1867. Hoewel de wetgeving en rechtspraak sindsdien geëvolueerd zijn, blijft deze verouderde basis aanleiding geven tot heel wat onduidelijkheden, moeilijke bewijslast en te lage straffen. Het voorontwerp van minister Van Quickenborne probeert de definities van alle vormen van seksueel misbruik scherp te stellen, met als basisfundament de toestemming, waarvan de definitie uitdrukkelijk in de wet wordt opgenomen. Ze moet bijvoorbeeld uit vrije wil worden gegeven, ze moet worden beoordeeld in het licht van de omstandigheden, ze kan niet worden afgeleid uit een gebrek aan verweer én kan ook worden ingetrokken. Denk daarbij aan stealthing, wanneer de partner tijdens de daad het condoom afdoet zonder toestemming. De definitie van verkrachting wordt aangepast en aanranding van de eerbaarheid heet in de toekomst aantasting van de seksuele integriteit. Ook voyeurisme krijgt een uitgebreide definitie. Dat moet recente rechtspraak voorkomen waarbij werd geoordeeld werd dat foto's onder rokken nemen geen voyeurisme was, omdat het slachtoffer strikt gezien niet ontbloot was. Voorts worden zowel incest als seksueel geweld door een partner verzwarende omstandigheden. De hervorming gaat gepaard met zwaardere straffen. De straffen voor verkrachting gaan, na de correctionalisering, van 1 maand tot 5 jaar naar 6 maand tot 10 jaar. En de maximumstraf voor verzwarende omstandigheden gaat met minstens vijf jaar omhoog. Daarnaast kan een rechter bijkomende straffen opleggen zoals het contactverbod of een ontzetting uit de burgerlijke rechten. Van Quickenborne benadrukt ook dat de rechter over het volledige straffenarsenaal zal kunnen beschikken, ook alternatieve straffen. Dat is volgens de minister belangrijk voor de individualisering van de straffen: elke straf moet op maat zijn. De autonome probatiestraf zal toelaten het probleem aan te pakken bij de kern, namelijk de seksuele problematiek van de dader, luidt het. Het voorontwerp regelt ook de decriminalisering van sekswerk, zoals de minister gisteren in de Kamer had aangekondigd. Het blijft wel strafbaar indien er sprake is van mensenhandel of uitbuiting. Een voorbeeld daarvan is het aan woekerprijzen verhuren van kamers aan sekswerkers. Het voorontwerp vertrekt nu voor advies naar de Raad van State en moet nadien nog langs de Kamer passeren. Van Quickenborne en Schlitz merken op dat in het nieuwe Strafwetboek - een volgende werf - bepalingen zullen zitten die een impact hebben op de strijd tegen intrafamiliaal en seksueel geweld. Ook komt de regering dit jaar nog met een actieplan tegen gendergerelateerd geweld. (Belga)