Op die conferentie worden afspraken gemaakt over het bestrijden van georganiseerde criminaliteit, en meer bepaald de drugs- en mensensmokkel, motorbendes en plofkraken. Beide landen zijn zich sterk van bewust van de noodzaak om de aanpak beter op elkaar af te stemmen en gemeenschappelijk te benaderen. Ook wordt er dieper ingegaan op de informatie-uitwisseling tussen de politie- en gerechtelijke diensten en bekeken waar deze verder verbeterd kan worden. "Ondermijnende criminaliteit wordt hard aangepakt in Nederland; door extra investeringen, nieuwe wetgeving en de oprichting van een speciaal Multidisciplinair Interventie Team (MIT). Maar we kunnen deze nietsontziende criminelen niet alleen aanpakken, daar hebben we ook onze Belgische collega's voor nodig", zegt Ferd Grapperhaus. Zijn Belgische collega Koen Geens wijst erop dat politie en justitie de voorbije jaren al verhoogde aandacht hebben voor grensoverschrijdende criminaliteit, zoals de drugsproblematiek. "Het arrondissement Antwerpen is nog steeds de koploper als het gaat om drugsbezit: in 2018 werden er 6.867 feiten geregistreerd van drugsbezit. Limburg voert dan weer de lijst aan als het gaat over het vervaardigen van drugs: 222 feiten van drugsfabricatie, voornamelijk van cannabis, werden er in 2018 geregistreerd." Minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem verwijst naar de strategische ligging van België: "Dit heeft natuurlijk ook gevolgen op vlak van veiligheid en grensoverschrijdende criminaliteit en stelt ons voor uitdagingen op vlak van rondtrekkende dadergroepen zoals de plofkraakbendes, drugsmokkel en mensenhandel. Misdaad kent geen grenzen en dus is er ook nood aan een nog intensievere samenwerking en informatiedoorstroming met onze Nederlandse partners." (Belga)