Het wetsvoorstel dat in de Kamer werd ingediend om de minimumsnelheid op te trekken, is van de hand van Frank Troosters (Vlaams Belang). 'In vergelijking met vroeger halen vrachtwagens gemakkelijk snelheden van zo'n 90 km per uur. En als we de snelheid van de verschillende weggebruikers die op de autosnelweg rijden dichter bij elkaar brengen, is dat veel beter voor de verkeersveiligheid', argumenteert hij. Transportsectorfederatie Febetra steunt het voorstel, terwijl Vias het 'een goed idee' noemt, 'dat in principe weinig effect zal hebben op de verkeersveiligheid'. Er zijn namelijk maar weinig mensen die niet meer dan 70 km/u rijden.

Federaal mobiliteitsminister is voorstander van een globale herziening van de rijsnelheden, laat hij in een reactie weten. Over het specifieke voorstel dat nu is ingediend, laat hij zich niet uit, 'aangezien we in lopende zaken zijn'. Ten gronde vindt Bellot dat de snelheid op de weg moet beoordeeld worden in functie van onder meer het verkeer, de staat van de infrastructuur, de weersomstandigheden en de ongevalgevoeligheid van de plaats. Hij pleit voor een aanpak die leidt tot het ontwikkelen van 'intelligente' snelheden afhankelijk van de rijomstandigheden. 'Dynamische verkeersborden zouden er kunnen voor zorgen dat de snelheidsaanwijzingen langs de weg in realtime worden aangepast.'

Met het oog op het naleven van de snelheden zijn er, naast de sensibilisering, ook meer controles nodig, aldus Bellot. 'Een grondige studie van de impact van de snelheidswijzigingen op de mobiliteit en op de verkeersveiligheid is noodzakelijk.'