De ondertekening van De Verklaring van Marrakesh heeft - zoals elk debat over migratie - weerom een verbaal moddergevecht opgeleverd. Vandalisme met woorden in een arena van hevige emoties en symboolpolitiek. Op het parlementaire canvas was enerzijds de N-VA de boksbal, omdat ze twee jaar lang haar huiswerk niet gemaakt had, en anderzijds de premier omdat hij in september bij de Verenigde Naties voor zijn beurt gesproken had. Het ging niet meer over de inhoud van het capitulatiepact, maar over de kracht van de uppercuts, want hoe meer je bloedt, hoe harder er wordt geklopt.

Migratie heeft zich van wetten nooit iets aangetrokken.

Voorstanders van het open grenzenbeleid en van de ongebreidelde migratie verschuilen zich achter hun interpretatie dat de tekst van het Global Pact juridisch niet bindend zou zijn. Tegenstanders krijgen (terecht) koudwatervrees bij het lezen van de catechismus vol nieuwe migrantenrechten die via een boterbriefje van 36 pagina's door de strot van de Westerse burger geramd worden. Ik sluit me aan bij bij de Nederlander F.J.B. Bruins. Als oud-diplomaat en voormalig hoofd van de EU-onderhandelingsdelegatie met derdewereldlanden, waarschuwde deze ervaringsdeskundige in de Volkskrant voor het juridisch bindend karakter van die Verklaring. En na dit capitulatieverdrag ligt er nog eentje in New-York in de lade: The Global compact on refugees. Hopelijk zullen onze regenten de tekst vooraf eens lezen, in plaats van peentjes te zweten van verontwaardiging bij de ondertekening ervan. Beter vlug gekeerd dan te laat gedraaid.

Waar het werkelijk om gaat is dat door het cultuurrelativisme migratie lijkt opgedrongen te worden als was het een morele verplichting om zoveel mogelijk mensen op te vangen, hetzij uit schuldgevoel, hetzij om onze economie van zoveel mogelijk nieuwe arbeidskrachten te voorzien om zogezegd onze vergrijzende samenleving te redden. De sociale en culturele ontwrichting die dat met zich kan meebrengen, wordt ondergesneeuwd, en lijkt zelfs gepaard te gaan met minachting voor onze eigen westerse identiteit en beschaving.

Joachim Pohlmann verwoordde het in een column in De Morgen als volgt: 'De middenklasse mag opsoppen, terwijl haar verzet wordt verwaterd door de influx van die nieuwe electoraten, die zelf niet bijdragen maar wel mee bepalen.' De Europese elitocratie heeft het echter nog altijd niet begrepen, de linkse Franse geograaf Christophe Guilly wel: 'Scepsis over de EU wordt geduid als een gebrek aan beschaving, de roep om een immigratiestop zou een aanwijzing zijn dat de donkerste dagen uit onze geschiedenis herleven; Terwijl deze kiezers alleen maar vaststellen dat zij erop achteruit gegaan zijn met open grenzen, en dat zij geen minderheid willen worden in hun eigen omgeving. Met xenofobie heeft dat niets te maken', zei hij recent in De Morgen.

Migratie heeft zich van wetten nooit iets aangetrokken, laat staan van verklaringen. Die werden meestal ondermijnd door hun eigen regeringen. Sedert 1augustus 1974 is er bijvoorbeeld al een migratiestop in België. De koolputten sloten toen en de bedrijven schakelden over op aardolie. De gastarbeiders moesten in principe huiswaarts keren. Andere sectoren zetten echter hun poorten wagenwijd open voor deze goedkope arbeidskrachten. Ondernemers denken immers aan hun winst op korte termijn, maar wentelen de gevolgen op lange termijn steeds af op de maatschappij. Textielfabrieken in Gent ronselden toen zo massaal dat ganse dorpen in de streek van het Turkse Emirdag leeg stroomden. Er werden zelfs ingevulde arbeidscontracten opgestuurd naar Turkije en duizenden migranten kwamen uit Anatolië met hebben en houden over de Bosphorus naar de Leie. De overheid kneep een oogje dicht.

Migranten keren echter zelden terug naar hun land van herkomst. Of zoals de Oostenrijkse schrijver Max Frish het kernachtig formuleert: 'We hebben arbeidskrachten gevraagd, er zijn mensen gekomen'. Het is nu niet anders. Volgens het Nederlands Sociaal Cultureel Planbureau wil ook nu drievierden van de Polen in Nederland blijven. Ze hebben zich vlug ingeburgerd en wegwijs gemaakt in het sociale vangnet. Het Nederlandse Nieuwsuur bracht dit jaar nog aan het nieuws dat bovendien op grote schaal gefraudeerd werd met werkloosheidsuitkeringen.

Asielaanvragen van Palestijnen uit Gaza

Naast migratie is er ook nog het echte vluchtelingenvraagstuk. Dit is niet alleen een morele opdracht, maar ook een moreel dilemma. De Dienst Vreemdelingenzaken wordt momenteel overspoeld met asielaanvragen van Palestijnen uit Gaza. Deze ommuurde enclave is de grootste openluchtgevangenis van de wereld. Twee miljoen Palestijnen zitten er armtierig opgesloten in een zandbak, bewaakt door Israëlische cipiers die er met de regelmaat van een klok binnenvallen, have en goed bombarderen en duizenden slachtoffers onder de burgerbevolking maken. Toen ze in mei van dit jaar bij hun gevangenismuur betoogden werden meer dan honderd hopelozen, kinderen incluis, door Israëlische snipers afgeschoten als konijnen voor een lichtbak. Ze worden niet alleen gegijzeld door de apartheidsstaat Israël, maar ook door hun eigen machthebbers van de Palestijnse Autoriteit, van Fatah tot Hamas, een verzameling corrupte kleptokraten uit hun eigen islamitische gelederen.

Sedert er een verzoeningsakkoord gesloten is tussen het gematigde Fatah en het fundamentalistische Hamas onder auspiciën van Caïro, is er via de tunnels en aan de grens met Egypte een beperkte ontsnappingsroute uit Gaza tot stand gekomen. De Verenigde Naties leveren paspoorten af, en de refugees betalen een exittax aan hun corrupte grenspolitie. Ze stappen via mensensmokkelaars op de boot vanuit Marokko naar Spanje, zoals er dit jaar al 75.000 illegalen inscheepten. Of ze nemen vanuit Kaïro of Beiroet het vliegtuig naar Zuid-Amerikaanse landen waarvoor ze geen visum nodig hebben, maar maken een tussenstop in Zaventem. Daar vragen ze vanuit de transitzone politiek asiel aan in ons land.

De tamtam van de mensensmokkel heeft immers aangekondigd dat ons Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen meer dan 90% van de Palestijnse dossiers goedkeurt. Dat daardoor de schrik om het hart slaat van de Joodse gemeenschap in Antwerpen of Brussel, is logisch. Hamas is hofleverancier van terrorisme en Jodenhaat, en de smokkelroute kan ook de import van jihadisten verbergen. Het oordeel tussen een gerechtvaardigd medelijden en een verhoogd veiligheidsrisico is een levensgroot dilemma. Als er een bom zou ontploffen in de Antwerpse Pelikaanstraat zou ik niet graag Staatssecretaris voor Asiel en Migratie zijn.

De roeptoeters van het open grenzenbeleid zouden dan wel zwijgen als vermoord, en zeker hun handen wassen als Pontius Pilatus. Met de ondertekening van de Marrakesh-verklaring worden er nu nog meer grenzen gesloopt, en onze veiligheid, beschaving en cultuur in de uitverkoop gezet. Dat zijn de werkelijke uitdagingen waarvoor onze verbale pugilisten moeten knokken in de Wetstraat.