1. Pantserkruiser Potemkin (1925)

Daniël Biltereyst: 'Dé communistische propagandafilm van voor de Tweede Wereldoorlog, een evocatie van de mislukte Russische volksopstand van 1905. In tal van landen was Sergej Eisensteins meesterwerk verboden. In België kwam het met vertraging uit in 1928, al werd er hevig geknipt in de politiek beladen tussenteksten. Verbieden liet onze wetgeving niet toe, maar vanuit extreemrechtse hoek kwam felle tegenkanting, wat tot anti-Sovjetprotesten en zelfs gevechten leidde. Het zorgde ervoor dat de liberale, Brusselse burgemeester Adolphe Max de film toch tijdelijk verbood, nadat hij zelf was gecontacteerd door de distributeur die bang was voor represailles, zoals uit briefwisseling blijkt. Het is een voorbeeld van zelfcensuur door de sector, en door lokale overheden met als argument het bewaren van de openbare orde. De casus is symptomatisch voor hoe er over beeldcultuur zou moeten worden gepraat, over films die grenzen opzoeken en tegenstellingen blootleggen. Films kunnen een debat openen waarin verschillende actoren hun stem laten horen, en aldus het hart van de democratie vormen. Het geval-Potemkin illustreert ook mooi hoe een verbod kan worden geëxploiteerd, want waar men de film wel vertoonde bleek het een grote hit.'

2. A bout de souffle (1959)

Biltereyst: 'Rond tv-censuur is eigenlijk nooit onderzoek gebeurd, maar ook het vertonen van KNT-films op tv leidde geregeld tot controverse, zeker in de jaren zestig, toen het medium opkwam. Wat verboden was in de cinema kon plots open en bloot op tv. Jean-Luc Godards nouvelle-vagueklassieker A bout de souffle, met Jean-Paul Belmondo als criminele vrije vogel, wordt tegenwoordig gezien als een esthetisch vernieuwende film. Maar hij was ook ethisch grensverleggend, met zijn losse omgang met relaties en seksualiteit, hoewel er geen spat naakt in te zien is. In katholieke kringen vond men het "een te mijden film vanuit het oogpunt van de geestelijke volksgezondheid". Toen in 1963 werd aangekondigd dat hij op tv zou worden vertoond, was er meteen reactie, ook intern bij de Franstalige openbare omroep INR, waarop de beslissing werd teruggedraaid. Dat leidde tot betogingen vanuit linkse, vrijzinnige hoek. Er werd zelfs een parlementair debat aan gewijd, waardoor A bout de souffle plots de arena werd voor een strijd tussen katholieken en socialisten, die op dat moment samen in de regering zaten. Dat leidde tot de oprichting van een commissie die regels moest opstellen voor tv-vertoningen van KNT-films. Dat mocht enkel na tien uur 's avonds, en het fameuze witte vierkantje werd geïntroduceerd als waarschuwing voor gewaagde inhoud. De affaire A bout de souffle toont aan hoe zeden versoepelen, hoe media veranderen en hoe generaties botsen. Toen al, en nu nog steeds.'

3. Paths of Glory (1957)

Biltereyst: 'Toen Paths of Glory in 1958 uitkwam, wilden de Fransen de film uit de Belgische zalen weren. Ze vonden Stanley Kubricks antimilitaristische film over de Eerste Wereldoorlog beledigend en funest voor het imago van het land, aangezien hij toont hoe de Franse legerleiding eigen soldaten als kanonnenvlees de dood injaagt. Op de achtergrond speelde de oorlog tussen Frankrijk en Algerijnse onafhankelijkheidsbewegingen, waarbij het Franse leger werd beschuldigd van staatsterreur. De Franse regering zette United Artists onder druk om de film in Frankrijk niet uit te brengen, waardoor Paths of Glory daar pas in 1971 in première ging. Ondertussen benaderde Parijs de Belgische autoriteiten, maar die gingen niet in op zijn eis, waarop de Franse ambassade in Brussel een boycotcampagne opstartte. Oorlogsveteranen werden gemobiliseerd om vertoningen te verstoren, en zaaluitbaters kregen anonieme bedreigingen. De film werd van de affiche gehaald, maar intussen speculeerde de pers over de rol van de Franse regering, waardoor hij nog meer aandacht trok. Tot een boycot kwam het niet en Paths of Glory draaide daarna probleemloos in de Belgische zalen, maar het incident zette de Frans-Belgische relaties onder druk en toonde aan dat censuur ook uit het buitenland kon komen.'

4. Het rijk der zinnen (1976)

Biltereyst: 'De filmcommissie, lokale overheden, de katholieke en buitenlandse lobby's: er waren nogal wat gieren die om hun filmprooi cirkelden. Maar in de jaren zestig en zeventig, toen de seksuele revolutie volop woedde, waren het vooral schaars geklede prooien die in het vizier kwamen. Je had artistieke maar expliciete films als Ik ben nieuwsgierig (geel), die grenzen verlegden. Je had ook scabreuze dingen als Sweden Is Love, Adolescence pervertie en L'ouvreuse n'a pas de culotte. Tal van films werden in beslag genomen of uit roulatie gehaald wegens openbare zedenschennis, en soms speelden distributeurs zelf censor om gerechtelijke stappen te vermijden. De vele rechtszaken leidden tot de oprichting van de anticensuurliga. Climax was de controverse rond Het rijk der zinnen van Nagisa Oshima, een erotisch drama over een passionele maar gewelddadige relatie. Aanvankelijk draaide de film in de bioscoop, tot een Brusselse rechter vond dat het niets meer dan een "apologie van de fallus en de seksuele daad was". De zaak ging tot bij het Hof van Cassatie, dat opnieuw alle argumenten van uitbaters en de distributeur afwees. In de buurlanden liep de film zonder problemen, wat het Belgische gerecht het imago bezorgde van een truttig, repressief instituut. Maar de zaak-Het rijk der zinnen is vooral interessant omdat ze aanleiding gaf tot een debat over porno versus kunst, en vrijheid van meningsuiting versus bescherming van de goede zeden. Pas in 1988 kon de film opnieuw in België worden vertoond.'

5. Splash (1984)

Biltereyst: 'Toen deze romantische komedie, waarin Tom Hanks verliefd wordt op een zeemeermin, in de jaren tachtig in de zalen kwam, kreeg hij meteen een KT-quotering, zonder de minste opmerking. Maar toen Disney+ hem dit jaar aanbood op zijn streamingdienst bleek de kont van de zeemeermin in kwestie plots digitaal weggewerkt. Hoewel haar achterwerk volledig bedekt was, was het kennelijk te prikkelend. Het incident zegt iets over de nieuwe preutsheid van vandaag, over allerlei ismen die ervoor zorgen dat we opnieuw meer aan censuur doen, zeker wanneer het gaat om zaken die voor een breed publiek zijn bedoeld. Het zegt ook iets over de verschuiving van menselijke naar algoritmische censuur. Veel beelden die verdwijnen, of bijgewerkt worden, worden automatisch opgespoord via artificiële intelligentie. Of door moderatoren die de klok rond het internet afspeuren. Dat is goed als het gaat om al te vunzige of gewelddadige dingen, om fake news of haatspraak, maar wie trekt de grens en waar? Vroeger waren het overheden die censureerden, die de zeden bewaakten. Nu zijn het Facebook en Google, de industrie, big data. Mogen en kunnen die dat wel? En wat zijn daar de gevolgen van op het gebied van privacy en mediamanipulatie? Het debat over censuur is opnieuw actueler dan ooit.'

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Daniël Biltereyst: 'Dé communistische propagandafilm van voor de Tweede Wereldoorlog, een evocatie van de mislukte Russische volksopstand van 1905. In tal van landen was Sergej Eisensteins meesterwerk verboden. In België kwam het met vertraging uit in 1928, al werd er hevig geknipt in de politiek beladen tussenteksten. Verbieden liet onze wetgeving niet toe, maar vanuit extreemrechtse hoek kwam felle tegenkanting, wat tot anti-Sovjetprotesten en zelfs gevechten leidde. Het zorgde ervoor dat de liberale, Brusselse burgemeester Adolphe Max de film toch tijdelijk verbood, nadat hij zelf was gecontacteerd door de distributeur die bang was voor represailles, zoals uit briefwisseling blijkt. Het is een voorbeeld van zelfcensuur door de sector, en door lokale overheden met als argument het bewaren van de openbare orde. De casus is symptomatisch voor hoe er over beeldcultuur zou moeten worden gepraat, over films die grenzen opzoeken en tegenstellingen blootleggen. Films kunnen een debat openen waarin verschillende actoren hun stem laten horen, en aldus het hart van de democratie vormen. Het geval-Potemkin illustreert ook mooi hoe een verbod kan worden geëxploiteerd, want waar men de film wel vertoonde bleek het een grote hit.' Biltereyst: 'Rond tv-censuur is eigenlijk nooit onderzoek gebeurd, maar ook het vertonen van KNT-films op tv leidde geregeld tot controverse, zeker in de jaren zestig, toen het medium opkwam. Wat verboden was in de cinema kon plots open en bloot op tv. Jean-Luc Godards nouvelle-vagueklassieker A bout de souffle, met Jean-Paul Belmondo als criminele vrije vogel, wordt tegenwoordig gezien als een esthetisch vernieuwende film. Maar hij was ook ethisch grensverleggend, met zijn losse omgang met relaties en seksualiteit, hoewel er geen spat naakt in te zien is. In katholieke kringen vond men het "een te mijden film vanuit het oogpunt van de geestelijke volksgezondheid". Toen in 1963 werd aangekondigd dat hij op tv zou worden vertoond, was er meteen reactie, ook intern bij de Franstalige openbare omroep INR, waarop de beslissing werd teruggedraaid. Dat leidde tot betogingen vanuit linkse, vrijzinnige hoek. Er werd zelfs een parlementair debat aan gewijd, waardoor A bout de souffle plots de arena werd voor een strijd tussen katholieken en socialisten, die op dat moment samen in de regering zaten. Dat leidde tot de oprichting van een commissie die regels moest opstellen voor tv-vertoningen van KNT-films. Dat mocht enkel na tien uur 's avonds, en het fameuze witte vierkantje werd geïntroduceerd als waarschuwing voor gewaagde inhoud. De affaire A bout de souffle toont aan hoe zeden versoepelen, hoe media veranderen en hoe generaties botsen. Toen al, en nu nog steeds.' Biltereyst: 'Toen Paths of Glory in 1958 uitkwam, wilden de Fransen de film uit de Belgische zalen weren. Ze vonden Stanley Kubricks antimilitaristische film over de Eerste Wereldoorlog beledigend en funest voor het imago van het land, aangezien hij toont hoe de Franse legerleiding eigen soldaten als kanonnenvlees de dood injaagt. Op de achtergrond speelde de oorlog tussen Frankrijk en Algerijnse onafhankelijkheidsbewegingen, waarbij het Franse leger werd beschuldigd van staatsterreur. De Franse regering zette United Artists onder druk om de film in Frankrijk niet uit te brengen, waardoor Paths of Glory daar pas in 1971 in première ging. Ondertussen benaderde Parijs de Belgische autoriteiten, maar die gingen niet in op zijn eis, waarop de Franse ambassade in Brussel een boycotcampagne opstartte. Oorlogsveteranen werden gemobiliseerd om vertoningen te verstoren, en zaaluitbaters kregen anonieme bedreigingen. De film werd van de affiche gehaald, maar intussen speculeerde de pers over de rol van de Franse regering, waardoor hij nog meer aandacht trok. Tot een boycot kwam het niet en Paths of Glory draaide daarna probleemloos in de Belgische zalen, maar het incident zette de Frans-Belgische relaties onder druk en toonde aan dat censuur ook uit het buitenland kon komen.' Biltereyst: 'De filmcommissie, lokale overheden, de katholieke en buitenlandse lobby's: er waren nogal wat gieren die om hun filmprooi cirkelden. Maar in de jaren zestig en zeventig, toen de seksuele revolutie volop woedde, waren het vooral schaars geklede prooien die in het vizier kwamen. Je had artistieke maar expliciete films als Ik ben nieuwsgierig (geel), die grenzen verlegden. Je had ook scabreuze dingen als Sweden Is Love, Adolescence pervertie en L'ouvreuse n'a pas de culotte. Tal van films werden in beslag genomen of uit roulatie gehaald wegens openbare zedenschennis, en soms speelden distributeurs zelf censor om gerechtelijke stappen te vermijden. De vele rechtszaken leidden tot de oprichting van de anticensuurliga. Climax was de controverse rond Het rijk der zinnen van Nagisa Oshima, een erotisch drama over een passionele maar gewelddadige relatie. Aanvankelijk draaide de film in de bioscoop, tot een Brusselse rechter vond dat het niets meer dan een "apologie van de fallus en de seksuele daad was". De zaak ging tot bij het Hof van Cassatie, dat opnieuw alle argumenten van uitbaters en de distributeur afwees. In de buurlanden liep de film zonder problemen, wat het Belgische gerecht het imago bezorgde van een truttig, repressief instituut. Maar de zaak-Het rijk der zinnen is vooral interessant omdat ze aanleiding gaf tot een debat over porno versus kunst, en vrijheid van meningsuiting versus bescherming van de goede zeden. Pas in 1988 kon de film opnieuw in België worden vertoond.' Biltereyst: 'Toen deze romantische komedie, waarin Tom Hanks verliefd wordt op een zeemeermin, in de jaren tachtig in de zalen kwam, kreeg hij meteen een KT-quotering, zonder de minste opmerking. Maar toen Disney+ hem dit jaar aanbood op zijn streamingdienst bleek de kont van de zeemeermin in kwestie plots digitaal weggewerkt. Hoewel haar achterwerk volledig bedekt was, was het kennelijk te prikkelend. Het incident zegt iets over de nieuwe preutsheid van vandaag, over allerlei ismen die ervoor zorgen dat we opnieuw meer aan censuur doen, zeker wanneer het gaat om zaken die voor een breed publiek zijn bedoeld. Het zegt ook iets over de verschuiving van menselijke naar algoritmische censuur. Veel beelden die verdwijnen, of bijgewerkt worden, worden automatisch opgespoord via artificiële intelligentie. Of door moderatoren die de klok rond het internet afspeuren. Dat is goed als het gaat om al te vunzige of gewelddadige dingen, om fake news of haatspraak, maar wie trekt de grens en waar? Vroeger waren het overheden die censureerden, die de zeden bewaakten. Nu zijn het Facebook en Google, de industrie, big data. Mogen en kunnen die dat wel? En wat zijn daar de gevolgen van op het gebied van privacy en mediamanipulatie? Het debat over censuur is opnieuw actueler dan ooit.'