Dit stuk richt zich tot iedereen die in ons Vlaamse platteland voedsel produceert en dat met zoveel mogelijk zorg voor onze omgeving en het leefmilieu probeert te doen. Dat loopt niet altijd even vlot, daar is de slechte waterkwaliteit een frappant voorbeeld van. Het probleem: na meer dan twintig jaar mestactieplannen (MAP) stromen er nog steeds teveel meststoffen in onze grachten en rivieren. De eerste MAP's hebben destijds veel stof doen opwaaien maar hebben hun effect uiteindelijk niet gemist. Die pluim kunnen boeren terecht op de hoed steken.

Maar sinds 2014 zit er steeds meer sleet op de formule en de laatste jaren gaat de waterkwaliteit ronduit achteruit. De cijfers van de recente metingen katapulteren ons een decennium terug in de tijd. 33% van de zogenaamde MAP-meetpunten is rood, terwijl we op maximaal 5% hadden moeten uitkomen, de Europese nitraatnorm. Een reprimande van de Europese Commissie dreigt. De boer zal het slachtoffer van de rekening worden.

Mest in het grondwater: goedmenende landbouwers zijn slachtoffer van praktijken van enkele cowboys.

Proper water is cruciaal voor de natuur. Waterbewoners als vissen en libellenlarven hangen direct af van de waterkwaliteit: is die onvoldoende, dan leggen zij het loodje. Ook veel natuur op het land is afhankelijk van de kwaliteit van het (grond)water. Maar ook voor ons drinkwater en zelfs voor frisdrank en bier hebben we zuiver drinkwater nodig.

Echter, zonder mest geen groenten, fruit en voedergewassen. Dat is een boerenwijsheid. Maar alles met mate. Nu zitten de verhoudingen scheef. Omdat Vlaanderen veel meer koeien, varkens en kippen heeft, is de geproduceerde mesthoop veel groter dan wat onze gewassen nodig hebben om goed te groeien. En omdat elke beerkar die niet op het veld wordt uitgereden, een factuur teveel is voor noodlijdende boeren. Er wordt veel meer mest uitgereden op de akkers en weiden dan de bodem aankan. Het gevolg: de stront vloeit naar onze grachten en rivieren en komt terecht in het grondwater. Geen enkel mestactieplan heeft deze wetmatigheid aan de wortel aangepakt.

Collectieve afrekening

Er is geen nood aan een vermanend vingertje. Ik geloof oprecht dat een grote meerderheid van de boeren zich uit de naad werkt om minder en oordeelkundiger te bemesten. Er worden na de oogst meer vanggewassen ingezaaid, de afstand tussen veld en waterloop wordt gerespecteerd zodat er geen mest terechtkomt in grachten en rivieren . Maar hoe komt het dan dat de meetwaarden slechter zijn? Omdat er té veel inbreuken zijn en zelfs regelrechte fraude. Dat verpest, of liever vermest het voor zij die het goed menen. De afrekening gebeurt immers altijd collectief. Met rotte appels in de mand blijven goedbedoelde maatregelen een maat voor niks. Dat moet frustrerend zijn voor landbouwers.

Wel, dat is het ook voor mij, als parlementslid. Er zijn te veel mazen in het net van de mestwetgeving voor zij die erdoor willen glippen. En het erge is dat ze daar ongestraft mee wegkomen, en de meerderheid op die manier moedeloos maakt. Ik heb in mijn politieke loopbaan nog éénmaal de kans om op die nagel te kloppen, namelijk nu dat het nieuwe mestactieplan gestemd wordt in het Vlaams Parlement.

Omdat ik de landbouwgemeenschap oprecht een eerlijk mestbeleid gun, moet er nog een laatste keer flink aan de boom worden geschud. Niet om individuele boeren te kijk te zetten, wel om alle mogelijke achterpoortjes in de wetgeving te sluiten en mestfraude aan te pakken. Daarom wil de landbouwers en alle betrokkenen oproepen om die informatie met mij te delen.

Geknoei met stalen

De rapporten van de mestbank tonen verrassend hoge inbreukcijfers. De feiten achter die droge statistieken zijn op het werkveld wellicht al lang gekend. Zo zijn er de problemen met de nitraatresidustalen. In de herfst krijgt een boer een staalnemer op bezoek, die meet hoeveel meststoffen er na het groeiseizoen nog in de bodem zitten. Dat is belangrijk, want wat er dan nog overschiet spoelt in de winter uit naar het grondwater of de grachten. Van die staalnames hangt veel af, ze zijn daarom erg fraudegevoelig. Met die stalen kan bewust geknoeid worden of men kan ze naast in plaats van op het perceel gaan nemen. Een beetje zoals frauduleuze dopingcontroles in de sport.

De Vlaamse Overheid bevestigde de fraudegevoeligheid. In 2016 werden zelfs tien procent van de staalnemers geschorst. Dat is erg veel. Veel te veel. Zijn dit uitzonderingen of is dit het topje van de ijsberg? Ik wil het graag weten. Cowboys horen in een mestactieplan niet aan het langste eind te trekken.

Het kan niet langer zijn dat goedmenende boeren de tol betalen omdat enkele fraudeurs de gaten in het net opzoeken.

In het parlement riep de administratie haar machteloosheid al vaak uit. Sommige boeren lopen de kantjes ervan af. Verbazen kan dat eigenlijk niet. De complexe wetgeving, de onmogelijkheid om die wetgeving te controleren en de straffeloosheid maakt het voor fraudeurs te gemakkelijk.

Ik wil vernemen welke achterpoortjes er zijn , welke feiten vandaag straffeloos blijven. Wat zijn de trucs om te ontsnappen aan de mestbankcontroles? Wordt er gerommeld met GPS-data of staalnames? Hoe zuiver zijn de mestverwerkers?

Ik beloof vertrouwelijkheid, ik zal en wil nooit boeren of bedrijven individueel viseren. Ik wil namelijk de bal en niet de man spelen. Om de mestwetgeving van een langere arm te voorzien, zodat cowboys gevat worden. Het kan niet langer zijn dat goedmenende boeren de tol betalen omdat enkele fraudeurs de gaten in het net opzoeken. Terwijl de overheid machteloos toekijkt. Omdat de Vlaamse regering die gaten maar niet wil dichten. Ik hoor dat dit niet alleen tot frustraties leidt bij de overheid, maar ook bij veel boeren die het wél volgens de regels doen.

Bel me, schrijf me, mail me en ik doe mijn stinkende best om ons mestbeleid eerlijker mee te maken, in het belang van boer én proper water.

Dit stuk richt zich tot iedereen die in ons Vlaamse platteland voedsel produceert en dat met zoveel mogelijk zorg voor onze omgeving en het leefmilieu probeert te doen. Dat loopt niet altijd even vlot, daar is de slechte waterkwaliteit een frappant voorbeeld van. Het probleem: na meer dan twintig jaar mestactieplannen (MAP) stromen er nog steeds teveel meststoffen in onze grachten en rivieren. De eerste MAP's hebben destijds veel stof doen opwaaien maar hebben hun effect uiteindelijk niet gemist. Die pluim kunnen boeren terecht op de hoed steken. Maar sinds 2014 zit er steeds meer sleet op de formule en de laatste jaren gaat de waterkwaliteit ronduit achteruit. De cijfers van de recente metingen katapulteren ons een decennium terug in de tijd. 33% van de zogenaamde MAP-meetpunten is rood, terwijl we op maximaal 5% hadden moeten uitkomen, de Europese nitraatnorm. Een reprimande van de Europese Commissie dreigt. De boer zal het slachtoffer van de rekening worden. Proper water is cruciaal voor de natuur. Waterbewoners als vissen en libellenlarven hangen direct af van de waterkwaliteit: is die onvoldoende, dan leggen zij het loodje. Ook veel natuur op het land is afhankelijk van de kwaliteit van het (grond)water. Maar ook voor ons drinkwater en zelfs voor frisdrank en bier hebben we zuiver drinkwater nodig.Echter, zonder mest geen groenten, fruit en voedergewassen. Dat is een boerenwijsheid. Maar alles met mate. Nu zitten de verhoudingen scheef. Omdat Vlaanderen veel meer koeien, varkens en kippen heeft, is de geproduceerde mesthoop veel groter dan wat onze gewassen nodig hebben om goed te groeien. En omdat elke beerkar die niet op het veld wordt uitgereden, een factuur teveel is voor noodlijdende boeren. Er wordt veel meer mest uitgereden op de akkers en weiden dan de bodem aankan. Het gevolg: de stront vloeit naar onze grachten en rivieren en komt terecht in het grondwater. Geen enkel mestactieplan heeft deze wetmatigheid aan de wortel aangepakt. Er is geen nood aan een vermanend vingertje. Ik geloof oprecht dat een grote meerderheid van de boeren zich uit de naad werkt om minder en oordeelkundiger te bemesten. Er worden na de oogst meer vanggewassen ingezaaid, de afstand tussen veld en waterloop wordt gerespecteerd zodat er geen mest terechtkomt in grachten en rivieren . Maar hoe komt het dan dat de meetwaarden slechter zijn? Omdat er té veel inbreuken zijn en zelfs regelrechte fraude. Dat verpest, of liever vermest het voor zij die het goed menen. De afrekening gebeurt immers altijd collectief. Met rotte appels in de mand blijven goedbedoelde maatregelen een maat voor niks. Dat moet frustrerend zijn voor landbouwers. Wel, dat is het ook voor mij, als parlementslid. Er zijn te veel mazen in het net van de mestwetgeving voor zij die erdoor willen glippen. En het erge is dat ze daar ongestraft mee wegkomen, en de meerderheid op die manier moedeloos maakt. Ik heb in mijn politieke loopbaan nog éénmaal de kans om op die nagel te kloppen, namelijk nu dat het nieuwe mestactieplan gestemd wordt in het Vlaams Parlement. Omdat ik de landbouwgemeenschap oprecht een eerlijk mestbeleid gun, moet er nog een laatste keer flink aan de boom worden geschud. Niet om individuele boeren te kijk te zetten, wel om alle mogelijke achterpoortjes in de wetgeving te sluiten en mestfraude aan te pakken. Daarom wil de landbouwers en alle betrokkenen oproepen om die informatie met mij te delen. De rapporten van de mestbank tonen verrassend hoge inbreukcijfers. De feiten achter die droge statistieken zijn op het werkveld wellicht al lang gekend. Zo zijn er de problemen met de nitraatresidustalen. In de herfst krijgt een boer een staalnemer op bezoek, die meet hoeveel meststoffen er na het groeiseizoen nog in de bodem zitten. Dat is belangrijk, want wat er dan nog overschiet spoelt in de winter uit naar het grondwater of de grachten. Van die staalnames hangt veel af, ze zijn daarom erg fraudegevoelig. Met die stalen kan bewust geknoeid worden of men kan ze naast in plaats van op het perceel gaan nemen. Een beetje zoals frauduleuze dopingcontroles in de sport. De Vlaamse Overheid bevestigde de fraudegevoeligheid. In 2016 werden zelfs tien procent van de staalnemers geschorst. Dat is erg veel. Veel te veel. Zijn dit uitzonderingen of is dit het topje van de ijsberg? Ik wil het graag weten. Cowboys horen in een mestactieplan niet aan het langste eind te trekken. In het parlement riep de administratie haar machteloosheid al vaak uit. Sommige boeren lopen de kantjes ervan af. Verbazen kan dat eigenlijk niet. De complexe wetgeving, de onmogelijkheid om die wetgeving te controleren en de straffeloosheid maakt het voor fraudeurs te gemakkelijk. Ik wil vernemen welke achterpoortjes er zijn , welke feiten vandaag straffeloos blijven. Wat zijn de trucs om te ontsnappen aan de mestbankcontroles? Wordt er gerommeld met GPS-data of staalnames? Hoe zuiver zijn de mestverwerkers?Ik beloof vertrouwelijkheid, ik zal en wil nooit boeren of bedrijven individueel viseren. Ik wil namelijk de bal en niet de man spelen. Om de mestwetgeving van een langere arm te voorzien, zodat cowboys gevat worden. Het kan niet langer zijn dat goedmenende boeren de tol betalen omdat enkele fraudeurs de gaten in het net opzoeken. Terwijl de overheid machteloos toekijkt. Omdat de Vlaamse regering die gaten maar niet wil dichten. Ik hoor dat dit niet alleen tot frustraties leidt bij de overheid, maar ook bij veel boeren die het wél volgens de regels doen.Bel me, schrijf me, mail me en ik doe mijn stinkende best om ons mestbeleid eerlijker mee te maken, in het belang van boer én proper water.