'Jarenlang worstelde ik met mijn eigen identiteit', zegt jurist Anton Van Dyck. 'Net als veel mensen vroeg ik me af: "Wie ben ik?"' Dus begon hij een individuele zoektocht naar wat identiteit precies is. 'Ik stootte daarbij vooral op boeken die zich aan de rechterzijde van het politieke spectrum bevinden. Zo las ik Generatie identiteit: een oorlogsverklaring aan de '68'ers van de jonge Oostenrijker Markus Willinger. Met dat manifest uit 2013 geldt hij als de kernideoloog van de extreemrechtse identitaire beweging. Ik vond het zowel angstaanjagend als fascinerend. Volgens Willinger installeerden de babyboomers in West-Europa een cultuur van zelfhaat. De soixante-huitards zouden opzettelijk de eigen cultuur afschilderen als conservatief en barbaars en de multiculterele samenleving propageren met als ultieme doel: een grijze identiteitsloze monocultuur. Als tegenwicht pleit Willinger voor een nationale identiteit, die hij zeer expliciet linkt aan etniciteit. Met die inhoud kon ik me totaal niet vereenzelvigen.' Ook in Over identiteit van Bart De Wever vond Van Dyck zijn gading niet. 'Het boekje van de N-VA-voorzitter is best interessant. Alleen heeft hij het eigenlijk niet over identiteit maar over modaliteit, over de manier waarop we onze identiteit beleven.'
...

'Jarenlang worstelde ik met mijn eigen identiteit', zegt jurist Anton Van Dyck. 'Net als veel mensen vroeg ik me af: "Wie ben ik?"' Dus begon hij een individuele zoektocht naar wat identiteit precies is. 'Ik stootte daarbij vooral op boeken die zich aan de rechterzijde van het politieke spectrum bevinden. Zo las ik Generatie identiteit: een oorlogsverklaring aan de '68'ers van de jonge Oostenrijker Markus Willinger. Met dat manifest uit 2013 geldt hij als de kernideoloog van de extreemrechtse identitaire beweging. Ik vond het zowel angstaanjagend als fascinerend. Volgens Willinger installeerden de babyboomers in West-Europa een cultuur van zelfhaat. De soixante-huitards zouden opzettelijk de eigen cultuur afschilderen als conservatief en barbaars en de multiculterele samenleving propageren met als ultieme doel: een grijze identiteitsloze monocultuur. Als tegenwicht pleit Willinger voor een nationale identiteit, die hij zeer expliciet linkt aan etniciteit. Met die inhoud kon ik me totaal niet vereenzelvigen.' Ook in Over identiteit van Bart De Wever vond Van Dyck zijn gading niet. 'Het boekje van de N-VA-voorzitter is best interessant. Alleen heeft hij het eigenlijk niet over identiteit maar over modaliteit, over de manier waarop we onze identiteit beleven.' Van Dyck besloot dan maar zelf de hand aan de ploeg te slaan en schreef Alles kapot!, een prikkelend essay over de rol van identiteit in een superdiverse samenleving. 'In de eerste plaats wil ik een verandering op gang brengen in de manier waarop we naar identiteit kijken', zegt hij. 'Maar ook hoe we met die nieuwe visie op identiteit onze samenleving en democratie kunnen versterken.' De jurist werkt als mensenrechtenlobbyist in de Wetstraat voor Demens.nu, de koepelorganisatie van de Belgische vrijzinnige verenigingen. Zo brengt hij momenteel het lot van de in Iran terdoodveroordeelde VUB-gastprofessor Ahmadreza Djalali onder de aandacht van politici. U vindt 'lobbyist' geen scheldwoord? Anton Van Dyck: Integendeel. Elke individuele burger kan zich niet bezighouden met alle aspecten van het dagelijkse politieke beleid van een land. Dan is het heel normaal dat mensen zich verenigen en professionals zoals ik afvaardigen om hun belangen in de Wetstraat te verdedigen. Op voorwaarde natuurlijk dat dat in volle openheid gebeurt. Wat vaak niet het geval is? Van Dyck: Nee, en dat is een groot probleem. Mijn organisatie was de allereerste om zich in de Kamer van Volksvertegenwoordigers te registreren als lobbygroep. Na ons volgde er geen stormloop van andere lobbyisten. Ik vermoed dat de meesten bang zijn dat hun vrijheid aan banden zal worden gelegd. Maar die registratie en bijbehorende transparantie is broodnodig. Want dan krijg je meteen zicht op welke politici later lobbyisten worden. Die overstap gaat nu soms snel en geruisloos, en dat is niet gezond. Zult u uw essay nu meenemen naar het parlement als u daar gaat lobbyen? Van Dyck: Zeker. Het kan interessante discussies opleveren, zeker in de Senaat. (lacht) Want u pleit ervoor om alle senatoren te vervangen door gelote burgers. Van Dyck: Ik ben een grote fan van David Van Reybrouck en zijn boek Tegen verkiezingen, waarin hij een lans breekt voor de deliberatieve democratie. Hij wil dat het onderscheid tussen bestuurders en bestuurden vervaagt. Dat kan door willekeurig gelote burgers rechtstreeks aan het bestuur te laten deelnemen. Zo raken ze opnieuw betrokken bij wat in de eerste plaats hen aangaat. Waarom vervangen we de verkozen senatoren niet integraal door gelote burgers? Het ene deel van het parlement is dan samengesteld door willekeur en het andere door verkiezingen. Dat zou ook de chaos in de politiek ten goede komen, want we hebben net méér chaos nodig. Hebben we in deze hectische tijd niet in de eerste plaats meer rust in de politiek nodig? Van Dyck: Toch niet. We proberen voortdurend alles te bedaren en vast te metselen in robuuste systemen. Maar die zijn bestand tegen slechts één vorm van stress, waardoor op termijn het hele kaartenhuis dreigt in te storten. In zijn boek Antifragiel stelt de Libanees-Amerikaanse wetenschapper Nassim Nicholas Taleb dat we het best systemen bouwen die niet fragiel zijn, die niet inzakken bij het eerste gebruik. Maar 'antifragiel' is niet hetzelfde als 'robuust'. Een robuust systeem blijft na een klap overeind, ook al is het beschadigd - denk maar aan een aardbevingsbestendig gebouw. Onze westerse parlementaire democratie is zo'n robuust systeem. Het grote probleem van robuuste systemen is dat ze rigide zijn en zich moeilijk aanpassen aan opeenvolgende bedreigingen. Als het gedurende lange tijd te veel klappen moet incasseren, riskeert het op een bepaald moment toch in te storten. Een antifragiel systeem wordt door de constante druk net sterker. In een antifragiele democratie is er veel ruimte voor kleine crisissen in plaats van voor heel grote. Het systeem wordt zo wendbaarder en kan sneller reageren op onverwachte gebeurtenissen. Steve Bannon, de gewezen strateeg van de Amerikaanse president Donald Trumps, is een groot voorstander van het creëren van maximale chaos. Hij zette de bakens uit voor Trumps verstorende, onvoorspelbare beleid. Is dat wat u voor ogen hebt? Van Dyck: Bannon dreef de chaos en de onrust heel ver, maar in essentie heeft hij gelijk. Zijn stelling is: als je een systeem wilt veranderen, moet je het eerst kapotmaken. Zelf ben ik ondanks de titel van mijn essay niet zo'n fan van kapotmaken, maar ik ben er wel voorstander van om eerst alle componenten uiteen te halen, om ze vervolgens weer ineen te steken. Het robuuste Amerikaanse democratische systeem staat al jaren onder druk. Door de passage van Trump lijken we het presidentschap van Bush al te zijn vergeten, met die sinistere figuur Dick Cheney. Ook de opkomst van de Tea Party lijkt een vage herinnering. Heel die grote crisis van het systeem culmineerde de voorbije vier jaar in Donald Trump. Het uit de weg gaan van kleine crisissen leidde tot die gigantische politieke crisis. Toen bij ons de centrumpartijen nog sterk stonden en de lakens uitdeelden, regeerde het compromis en niet de chaos. Van Dyck: Met compromissen sluiten is niets mis. Dat lukte vroeger inderdaad beter. Maar er werd toen ook veel toegedekt. Denk maar aan de sale-and-leasebackconstructies met overheidsvastgoed om de begroting op te poetsen, of aan het Lernout & Hauspiedebacle. Politici lieten de storm overwaaien in de veronderstelling dat hij vanzelf voorgoed zou verdwijnen. In werkelijkheid bleef alles onderhuids gisten. Vandaag krimpt het centrum en groeien de extremen. Dat komt ook omdat veel gematigde mensen niet meer met politiek bezig zijn. Door schandalen zoals Arco en Lernout & Hauspie hebben ze er alle interesse voor verloren en haken ze af. Bij de laatste verkiezingen gingen een miljoen mensen niet meer stemmen. Anderen kozen op 26 mei 2019 voor een extreme partij en staken zo hun middelvinger op. Zo raakt onze representatieve democratie steeds meer in het slop. De overwinning van het Vlaams Belang legt bloot dat we veel crisissen helemaal niet achter ons hebben gelaten. Integendeel, het is de som van alle nooit verwerkte problemen uit het verleden. U bent niet alleen voorstander van een 'antifragiele democratie', maar ook van een 'antifragiele identiteit'? Van Dyck: Identiteit is voor mij de lens waardoor ik naar de wereld kijk. Die lens wordt bepaald door de waarden die ik belangrijk acht. Mijn persoonlijke levensdoelen zijn: een goed mens zijn en gelukkig worden. Soms is het moeilijk om het evenwicht tussen die twee te vinden. Maar ze bepalen wel hoe ik als vrijzinnig humanist in het leven sta en met anderen omga. Een voorbeeld. Ik ben geboren en getogen in Dilbeek, en in mijn jeugd fietste ik jaarlijks met mijn ouders de Gordel rond Brussel. Dat evenement zit in mijn herinnering als een warm feest van verbondenheid, terwijl het voor anderen met een andere lens opgeslagen zit als een bijeenkomst van radicale flaminganten waar andersdenkenden niet welkom waren. De waarden die de lens vormen waarmee je naar de werkelijkheid kijkt, zijn dus ontzettend belangrijk. Toen ik Antifragiel van Taleb aan het lezen was, kreeg ik een soort van aha-erlebnis. Ik dacht: waarom passen we zijn principe van antifragiliteit ook niet toe op het begrip identiteit? Want dan wordt onze lens in het vervolg misschien bepaald door antifragiele waarden, door waarden die alleen maar sterker worden als ze onder druk staan. Ik kwam dan vanzelf uit bij waarden als vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Misschien leidt absolute vrijheid tot een extreem individualistische samenleving, gebaseerd op de principes van het neoliberalisme? Van Dyck: Ja, en daarom is het belangrijk dat er een wisselwerking is tussen die drie antifragiele waarden. Want als er slechts één primeert, dreigt er een vorm van radicalisering. Wij zien identiteit nu te veel als een systeem dat robuust moet worden gemaakt om alle dreigingen het hoofd te kunnen bieden. Terwijl zo'n robuust identiteitssysteem allesbehalve opgewassen is tegen onvoorspelbare fenomenen, zoals de exponentieel toenemende diversiteit in onze samenleving. Een antifragiele identiteit van een land wordt dan gevormd door de interactie tussen de miljoenen burgers, met elk hun eigen beleving van hun identiteit. Maar de lens waardoor ze naar de wereld kijken, wordt bepaald door die antifragiele waarden van gelijkheid, vrijheid en solidariteit. Is het niet veel eenvoudiger om op zoek te gaan naar een grote gemene deler, een leidcultuur waar iedereen die deel wil uitmaken van onze gemeenschap zich aan kan spiegelen? Van Dyck: Bart De Wever noemt dat in Over identiteit de 'broncode van de samenleving'. Ik kan dat pleidooi voor een leidcultuur aan de hand van een culturele canon vanwege pragmatische overwegingen goed begrijpen. Zeker als het over taal gaat. Alleen is de superdiversiteit in onze samenleving inmiddels zo ver gevorderd dat één culturele canon niet langer volstaat. Ontzettend veel mensen hebben een verschillende culturele identiteit, of combineren die zonder complexen. Sommigen voelen zich zowel Belg als Vlaming en vinden noch het ene, noch het andere slecht. Denk aan al die sportliefhebbers die met de driekleur voor de Rode Duivels supporteren en met de Vlaamse Leeuw voor een koersende flandrien. Als er dan toch met culturele canons gewerkt moet worden, kan dat het best in samenspraak met de grootste culturele gemeenschappen in ons land, met vooral oog voor jonge creatievelingen. Om eens en voorgoed een eind te maken aan wat er in ons politieke bestel is misgegaan, pleit u voor een Waarheids- en Verzoeningscommissie naar Zuid-Afrikaans model. Van Dyck: We kunnen ontzettend veel leren van het Zuid-Afrikaanse concept van natiebouw. Negen jaar geleden verbleef ik in het kader van een uitwisselingsproject in Zuid-Afrika, en die reis heeft mijn leven veranderd. Daarvoor stelde ik me al vragen over zoiets als een nationale identiteit, maar hier in België vond ik daar geen antwoorden op. In Zuid-Afrika werd ik meteen opgenomen in een grote Zulufamilie. Ik kreeg een nieuwe naam en werd voorgesteld aan tientallen oma's en opa's, vaders en moeders, broers en zussen. Ze namen mij, witte jongen uit een warm Dilbeeks gezin, meteen op in hun gemeenschap. Vrij snel merkte ik hoe belangrijk het voor hen was om in hun dagelijkse leven het verleden een plaats te geven. In de jaren negentig woedde er in Zuid-Afrika een burgeroorlog. Het is er vandaag nog altijd geen rozengeur en maneschijn, maar van een burgeroorlog is geen sprake meer. Wat toch heel opmerkelijk is, want het is alsof het land met zijn raciale spanningen in een voortdurende manische depressie zit. Het ene moment gaat het heel goed en het andere heel slecht. Ik was onder de indruk van de manier waarop de Zuid-Afrikanen in hun Waarheids- en Verzoeningscommissie met hun verleden omgingen. Na het einde van het apartheidsregime waren ze er zich erg goed van bewust dat de erfenis van dat racistische systeem de nieuwe staat kon ondermijnen. De commissie onderzocht zowel mensenrechtenschendingen van vrijheidsstrijders als van leden van het apartheidsregime. Wie bereid was om de waarheid over dat bezwaarde verleden te vertellen, kon rekenen op amnestie - al werden niet alle misdaden met de mantel der liefde bedekt. De hoorzittingen zetten een schijnwerper op dat duistere verleden. De slachtoffers kregen eerherstel en voelden genoegdoening. De daders kregen schuldinzicht en een kans om zich in de nieuwe samenleving te integreren. Zo werd de toekomst vrijer. Onze eigen Waarheids- en Verzoeningscommissie moet ook ons land 'bevrijden' en resetten? Van Dyck: Ja. De bedoeling is om daarna met een schone lei te beginnen, al is het naïef om te verwachten dat die lei brandschoon zal zijn. Dat hoeft ook niet, maar de laatste jaren liep er zo veel fout dat we ons toch moeten afvragen wat de maatschappelijke impact daarvan is. Ik denk dan aan de huidige coronacrisis, maar ook aan de financiële crisis van 2008. We verloren toen ook mensen. Nu heb ik het gevoel dat er na elke crisis opgelucht wordt ademgehaald: 'Oef, het is voorbij. Laten we dit maar zo snel mogelijk vergeten.' Die verzoeningscommissie wordt een vorm van collectieve therapie? Van Dyck: Precies. Het einde van de coronacrisis is misschien het ideale moment om ze in gang te zetten. Het is niet aan mij om te bepalen hoe ver we in het verleden moeten teruggaan. Maar bijvoorbeeld de kolonisatie en de collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog zouden thema's kunnen zijn. In de nasleep van die oorlog maakte Europa de grootste vluchtelingencrisis uit zijn geschiedenis mee. Miljoenen mensen waren toen op de dool. Ook daar is misschien nog niet de onderste steen van bovengehaald. En ook over het verloop van de repressie zijn er wellicht nog belangrijke feiten te achterhalen. Misschien moeten we mensen ook spontaan onderwerpen laten aanleveren. Wellicht leven er onverwerkte problemen waar we geen weet van hebben. U pleit er ook voor om in het kader van een betere natiebouw het eerste artikel van de Belgische grondwet te herschrijven. Van Dyck: Artikel 1 stelt: 'België is een federale staat, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten.' Erg sexy is dat niet. Er staat geen woord over onze gemeenschappelijke maatschappelijke doelstellingen, het gaat enkel over de structuur van de staat. Pas vanaf artikel 7 sluipen er begrippen als 'duurzaamheid' en 'sociale vooruitgang' in. Waarom vallen we niet meteen met de deur in huis door in artikel 1 te schrijven wat voor soort samenleving we samen willen bouwen? Dat zou dan kunnen luiden als: 'België streeft in zijn organisatie de maximale uitbouw na van de individuele vrijheid, de maatschappelijke verantwoordelijkheid en de fundamentele gelijkheid van de mens.' Dat klinkt toch veel meer enthousiasmerend? Hoe haalbaar zijn uw voorstellen, denkt u? Van Dyck: Het leuke aan een essay schrijven is dat ik me niet hoef af te vragen of mijn voorstellen ook haalbaar zijn. Ik zal al heel blij zijn als ik een maatschappelijk debat op gang kan trekken. Wie weet krijgen een paar van mijn voorstellen dan later een kans.