Ergens begin jaren '90 van de 19de eeuw wandelde de Noorse schilder Edvard Munch (1863-1944) met twee vrienden langs de fjorden terwijl de ondergaande zon de hemel bloedrood kleurde. Geen idyllisch tafereel voor Munch, want hij moest uitgeput halt houden en werd verpletterd door het uitzicht, alsof het tegen hem schreeuwde. Hij schreef:

"Er was bloed en er waren vurige tongen boven de blauwzwarte fjord en de stad en ik voelde een onbeperkte schreeuw door de natuur trekken."

Het moet een verschrikkelijk gevoel geweest zijn, maar het leverde ons wel een zeer indrukwekkend schilderij op: 'De schreeuw' (oorspronkelijk 'De schreeuw der natuur'), waarvan bijna iedereen denkt dat het de man op de voorgrond is die schreeuwt, maar het is in realiteit het landschap dat schreeuwt en de man die in afgrijzen daarvoor zijn handen voor zijn oren houdt.

Als ik deze dagen het nieuws volg, krijg ik bijna een soortgelijk gevoel. Niet de natuur schreeuwt, maar de cultuur (nu ja, 'cultuur'...). De maatschappij lijkt in overdrive en de democratie is zich van binnenuit aan het opvreten door confronterend en zelfs zelfdestructief stemgedrag. Waar is de tijd van de revoluties die nog een straat vergden, eerder dan een stemhokje of een Facebook-account?

Het voelt aan als het geluid van een piepende microfoon die maar niet ophoudt en de indruk geeft dat het weldra nog veel erger gaat worden.

In 'De wereld draait door' (let op de Shakespeariaanse semantiek) babbelde de net 85 jaar geworden Nederlandse schrijver-politicus Jan Terlouw de frustratie van hetzelfde geschreeuw van zich af met een sterke aanklacht tegen het gebrek aan vertrouwen. Hij gebruikte daarvoor het beeld dat 'er geen touwtjes meer uit de brievenbus hangen'. Nederlanders lieten vroeger blijkbaar touwtjes uit de brievenbus hangen, zodat de kinderen die van buiten konden opentrekken, maar de deur bijgevolg ook niet slotvast was (en neen, ik begrijp ook niet waarom ze er niet gewoon een klink hebben op laten monteren).

<iframe width="100%" height="315" src="https://www.youtube.com/embed/DQVOIuprUUY" frameborder="0" allowfullscreen></iframe>

"De overheid vertrouwt ook de bevolking niet meer. Alles wordt dichtgeregeld. Als de burgers zich maar keurig aan de regeltjes houden, dan is het OK. Een eigen initiatief, een eigen verantwoordelijkheid nemen wordt helemaal niet meer op prijs gesteld."

De man, en iedereen met hem, werd er weemoedig van.

'L'homme est né libre et partout il est dans les fers', schreef Rousseau. Vandaag is die vrijheid des te meer een illusies. Onze maatschappij kent een inflatie aan regeltjes, naast sociale verwachtingen. Haast, file, op tijd komen, werken, sluitingsuren, verbodsregels, verplichtingen, deadlines en een heel arsenaal aan sancties om dat allemaal strikt af te dwingen, gaande van verwittigingen voor de telaatkomer tot de veroordeling van de foutparkeerder.

We voeren de druk zodanig op dat het een loeiend en snoeiend luid geschreeuw is geworden.

Ik ben advocaat en hoewel het mijn biotoop niet is, kom ik zo nu en dan in de politierechtbank en word dan steeds weer overvallen door een gevoel van diepe schaamte over hoe mensen die soms banale regels hebben overtreden daar uren moeten aanschuiven, publiekelijk te kijk worden gezet, berouw moeten tonen voor het overtreden van een regel die nooit had moeten bestaan, daar heel veel geld aan moeten spenderen en moraliserend terecht worden gewezen door een rechter, die waarschijnlijk zelf evenveel moeite heeft met het naleven van alle regels en zelf de regel moet naleven om sancties op te leggen, of ze nu billijk zijn of niet. Telkens opnieuw denk ik dat de maatschappij weer iemand kwijt is zodra die persoon de rechtszaal verlaat.

Het grossieren in striktheid kent geen grenzen en hoe meer regels we zelf moeten ondergaan, hoe hardvochtiger we worden voor anderen.

Het escaleert.

Ik behoorde vroeger tot die irritante groep die onmiddellijk het vingertje ophief naar diegenen die dat niet meer aankonden en revolteerden. Niet op de romantische manier met vlag en straatprotest (want daar hadden we nog een beetje respect voor), maar met een stem op populisten, demagogen en fascisten.

Nu begrijp ik dat ik mezelf voor de gek hield. Mensen moeten meer ruimte krijgen om mens te zijn. De mensen hebben dat nodig en de maatschappij heeft dat nodig, want ze zijn hees geworden van het geschreeuw.

Mario Van Essche, voorzitter Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV)

Ergens begin jaren '90 van de 19de eeuw wandelde de Noorse schilder Edvard Munch (1863-1944) met twee vrienden langs de fjorden terwijl de ondergaande zon de hemel bloedrood kleurde. Geen idyllisch tafereel voor Munch, want hij moest uitgeput halt houden en werd verpletterd door het uitzicht, alsof het tegen hem schreeuwde. Hij schreef: "Er was bloed en er waren vurige tongen boven de blauwzwarte fjord en de stad en ik voelde een onbeperkte schreeuw door de natuur trekken." Het moet een verschrikkelijk gevoel geweest zijn, maar het leverde ons wel een zeer indrukwekkend schilderij op: 'De schreeuw' (oorspronkelijk 'De schreeuw der natuur'), waarvan bijna iedereen denkt dat het de man op de voorgrond is die schreeuwt, maar het is in realiteit het landschap dat schreeuwt en de man die in afgrijzen daarvoor zijn handen voor zijn oren houdt. Als ik deze dagen het nieuws volg, krijg ik bijna een soortgelijk gevoel. Niet de natuur schreeuwt, maar de cultuur (nu ja, 'cultuur'...). De maatschappij lijkt in overdrive en de democratie is zich van binnenuit aan het opvreten door confronterend en zelfs zelfdestructief stemgedrag. Waar is de tijd van de revoluties die nog een straat vergden, eerder dan een stemhokje of een Facebook-account? Het voelt aan als het geluid van een piepende microfoon die maar niet ophoudt en de indruk geeft dat het weldra nog veel erger gaat worden. In 'De wereld draait door' (let op de Shakespeariaanse semantiek) babbelde de net 85 jaar geworden Nederlandse schrijver-politicus Jan Terlouw de frustratie van hetzelfde geschreeuw van zich af met een sterke aanklacht tegen het gebrek aan vertrouwen. Hij gebruikte daarvoor het beeld dat 'er geen touwtjes meer uit de brievenbus hangen'. Nederlanders lieten vroeger blijkbaar touwtjes uit de brievenbus hangen, zodat de kinderen die van buiten konden opentrekken, maar de deur bijgevolg ook niet slotvast was (en neen, ik begrijp ook niet waarom ze er niet gewoon een klink hebben op laten monteren). "De overheid vertrouwt ook de bevolking niet meer. Alles wordt dichtgeregeld. Als de burgers zich maar keurig aan de regeltjes houden, dan is het OK. Een eigen initiatief, een eigen verantwoordelijkheid nemen wordt helemaal niet meer op prijs gesteld." De man, en iedereen met hem, werd er weemoedig van. 'L'homme est né libre et partout il est dans les fers', schreef Rousseau. Vandaag is die vrijheid des te meer een illusies. Onze maatschappij kent een inflatie aan regeltjes, naast sociale verwachtingen. Haast, file, op tijd komen, werken, sluitingsuren, verbodsregels, verplichtingen, deadlines en een heel arsenaal aan sancties om dat allemaal strikt af te dwingen, gaande van verwittigingen voor de telaatkomer tot de veroordeling van de foutparkeerder. We voeren de druk zodanig op dat het een loeiend en snoeiend luid geschreeuw is geworden. Ik ben advocaat en hoewel het mijn biotoop niet is, kom ik zo nu en dan in de politierechtbank en word dan steeds weer overvallen door een gevoel van diepe schaamte over hoe mensen die soms banale regels hebben overtreden daar uren moeten aanschuiven, publiekelijk te kijk worden gezet, berouw moeten tonen voor het overtreden van een regel die nooit had moeten bestaan, daar heel veel geld aan moeten spenderen en moraliserend terecht worden gewezen door een rechter, die waarschijnlijk zelf evenveel moeite heeft met het naleven van alle regels en zelf de regel moet naleven om sancties op te leggen, of ze nu billijk zijn of niet. Telkens opnieuw denk ik dat de maatschappij weer iemand kwijt is zodra die persoon de rechtszaal verlaat. Het grossieren in striktheid kent geen grenzen en hoe meer regels we zelf moeten ondergaan, hoe hardvochtiger we worden voor anderen. Het escaleert. Ik behoorde vroeger tot die irritante groep die onmiddellijk het vingertje ophief naar diegenen die dat niet meer aankonden en revolteerden. Niet op de romantische manier met vlag en straatprotest (want daar hadden we nog een beetje respect voor), maar met een stem op populisten, demagogen en fascisten. Nu begrijp ik dat ik mezelf voor de gek hield. Mensen moeten meer ruimte krijgen om mens te zijn. De mensen hebben dat nodig en de maatschappij heeft dat nodig, want ze zijn hees geworden van het geschreeuw.Mario Van Essche, voorzitter Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV)