Dit weekend verkiest N-VA twee nieuwe ondervoorzitters. Wat normaal louter gaat over de invulling van interne partijfuncties werd de afgelopen weken opgepompt tot een persoonlijke populariteitspoll. Nochtans hebben de Vlaams-nationalisten er baat bij om de juiste organisatorische profielen voor deze sleutelposities te selecteren.

Zoals partijvoorzitters goed nadenken over wie zij als minister in de regering droppen, zo moeten de 250 raadsleden even kritisch kijken naar de casting van het kernkabinet van hun eigen partij. Wie is voor welke rol het meest geschikt? Welke ploegopstelling laat toe om het meest efficiënt te scoren? En hoe worden de vitale partijbelangen het best vertegenwoordigd in een competitief partijlandschap?

Meesterknechten van De Wever? In zo'n schema is momenteel geen plaats voor Theo Francken.

Het zal een beraadslaging onder bizarre omstandigheden worden: volledig digitaal en zonder debatten tussen de verschillende stemrondes. De stemgerechtigden krijgen op hun computerscherm enkel een filmpje van twee minuten per kandidaat te zien. Ruimte voor overleg in de wandelgangen is er niet. Bovendien werden heel wat partijraadsleden zelf pas recent verkozen. Zij zijn momenteel nog wat zoekende - en dus: beïnvloedbaar.

De parlementsleden van hun kant hebben onderling afgesproken om geen persoonlijke voorkeur uit te spreken. Die partijdiscipline maakt de vrijwillige basismilitant nog meer stuurloos in zijn of haar stemgedrag. De uitkomst oogt bijgevolg onvoorspelbaar, maar het maakt de beslissing er niet minder belangrijk op.

Doordat de focus de voorbije weken op de personen werd gelegd is men uit het oog verloren wat de vacature van ondervoorzitter eigenlijk precies inhoudt. Een beter begrip van deze functie kan nochtans een goed antwoord verschaffen op de vraag wie het meest geschikt is voor deze job.

Puin ruimen

Ondervoorzitters zijn in essentie belangrijke werkpaarden voor de partij. Zij ruimen doorgaans het puin uit de weg voor het échte uithangbord - namelijk de voorzitter. Hun discrete arbeid creëert de omstandigheden voor de échte kopman om te kunnen scoren. Eerder dan schaduwkopmannen fungeren zij als meesterknechten van de federale oppositieleider Bart De Wever.

Net als de partijsecretaris staat de ondervoorzitter ervoor bekend alle gemeenten van Vlaanderen te doorkruisen. Niet om zelf op het podium te kruipen, maar wel om uit het licht van de schijnwerpers relaties te lijmen en coalitiebruggen te bouwen. Dus niet zelf in de belangstelling lopen, maar verhinderen dat lokale partijafdelingen op de verkeerde manier in beeld komen is hun opdracht. Als politiek een ploegsport is, dan hebben partijen naast een scorende spits vooral ook nood aan sterke defensieve en opbouwende linies. Het takenpakket van een ondervoorzitter situeert zich net in die laatste categorieën.

Met die wetenschap in het achterhoofd behoort de verkiezing van beide topposities meer te zijn dan een loutere populariteitspoll of een troostprijs voor een misgelopen fractieleiderschap of uitvoerend ambt. Neen, de keuze van de ondervoorzitter moet een positieve beslissing zijn. De aanduiding ervan is een signaal van vertrouwen vanwege de eigen achterban dat de partijsleutels bij die uitverkoren persoon in de juiste handen liggen. Tenslotte verkiest men hier de vertegenwoordiger die onder de waterlijn gaat praten met de concurrentie. Inderdaad, in de praktijk schuift de ondervoorzitter geregeld mee aan in onderhandelingen met andere politieke partijen - lokaal én bovenlokaal.

Brandjes blussen

Het profiel van die vertegenwoordiger is bij voorkeur iemand waarmee iedereen door eenzelfde deur kan. Personen die onder mede- of tegenstanders een natuurlijke aversie oproepen blijken slechte bruggenbouwers, wat de onderhandelingspositie van de gehele partij ondergraaft. Voor je het goed en wel beseft kom dan je als collectief in de buitenbaan terecht. Dat is in het bijzonder problematisch voor een bestuurderspartij.

Een ondervoorzitter is er alleszins niet om de gelederen op te zwepen in campagnetijden. Het is daarentegen één van de weinige functies binnen de organisatie die dient om de communicatielijnen met andere partijen open te houden én om uitslaande brandjes te blussen. Kortom, een goede ondervoorzitter is conflict vermijdend en neemt weerstand weg, waardoor de échte kopman volop kan scoren.

Compacte tandem

In zo'n schema is momenteel geen plaats voor Theo Francken. N-VA heeft nood aan een compacte tandem die één heldere partijlijn aanhoudt. Lorin Parys heeft de voorbije jaren het mandaat uitstekend vervuld en verdient een verlengd verblijf. Parys zit op dezelfde inhoudelijke lijn als zijn voorzitter: een centrumkoers die samenwerking met het huidige Vlaams Belang uitsluit. Zijn achtergrond als ondernemer kan helpen om het huidige Open VLD electoraat verder los te weken.

Valerie Van Peel verdient als ancien binnen de N-VA een meer prominente rol. Vervrouwelijking binnen het partijbestuur is broodnodig: aan N-VA kleeft nog steeds het etiket van een mannenclub. Zowel Parys als Van Peel communiceren vlot over zachtere thema's zoals pleegouderschap en kindermisbruik. Door ook zulke onderwerpen beter te bespelen kan N-VA eindelijk het beeld van een hardvochtige partij doorprikken - hetgeen veel potentiële kiezers nog steeds afschrikt.

De partijraadsleden kijken bij deze interne verkiezing daarom best verder vooruit: anticiperen hoe de partij electoraal terug beter kan scoren én hoe N-VA haar gekoesterde inhoudelijke ambities ook effectief kan waarmaken.

Lorenzo Terriere is doctoraatsstudent in de politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent, vakgroep Politieke wetenschappen. Hij was kabinetsmedewerker bij N-VA.

Dit weekend verkiest N-VA twee nieuwe ondervoorzitters. Wat normaal louter gaat over de invulling van interne partijfuncties werd de afgelopen weken opgepompt tot een persoonlijke populariteitspoll. Nochtans hebben de Vlaams-nationalisten er baat bij om de juiste organisatorische profielen voor deze sleutelposities te selecteren. Zoals partijvoorzitters goed nadenken over wie zij als minister in de regering droppen, zo moeten de 250 raadsleden even kritisch kijken naar de casting van het kernkabinet van hun eigen partij. Wie is voor welke rol het meest geschikt? Welke ploegopstelling laat toe om het meest efficiënt te scoren? En hoe worden de vitale partijbelangen het best vertegenwoordigd in een competitief partijlandschap?Het zal een beraadslaging onder bizarre omstandigheden worden: volledig digitaal en zonder debatten tussen de verschillende stemrondes. De stemgerechtigden krijgen op hun computerscherm enkel een filmpje van twee minuten per kandidaat te zien. Ruimte voor overleg in de wandelgangen is er niet. Bovendien werden heel wat partijraadsleden zelf pas recent verkozen. Zij zijn momenteel nog wat zoekende - en dus: beïnvloedbaar. De parlementsleden van hun kant hebben onderling afgesproken om geen persoonlijke voorkeur uit te spreken. Die partijdiscipline maakt de vrijwillige basismilitant nog meer stuurloos in zijn of haar stemgedrag. De uitkomst oogt bijgevolg onvoorspelbaar, maar het maakt de beslissing er niet minder belangrijk op. Doordat de focus de voorbije weken op de personen werd gelegd is men uit het oog verloren wat de vacature van ondervoorzitter eigenlijk precies inhoudt. Een beter begrip van deze functie kan nochtans een goed antwoord verschaffen op de vraag wie het meest geschikt is voor deze job. Ondervoorzitters zijn in essentie belangrijke werkpaarden voor de partij. Zij ruimen doorgaans het puin uit de weg voor het échte uithangbord - namelijk de voorzitter. Hun discrete arbeid creëert de omstandigheden voor de échte kopman om te kunnen scoren. Eerder dan schaduwkopmannen fungeren zij als meesterknechten van de federale oppositieleider Bart De Wever. Net als de partijsecretaris staat de ondervoorzitter ervoor bekend alle gemeenten van Vlaanderen te doorkruisen. Niet om zelf op het podium te kruipen, maar wel om uit het licht van de schijnwerpers relaties te lijmen en coalitiebruggen te bouwen. Dus niet zelf in de belangstelling lopen, maar verhinderen dat lokale partijafdelingen op de verkeerde manier in beeld komen is hun opdracht. Als politiek een ploegsport is, dan hebben partijen naast een scorende spits vooral ook nood aan sterke defensieve en opbouwende linies. Het takenpakket van een ondervoorzitter situeert zich net in die laatste categorieën.Met die wetenschap in het achterhoofd behoort de verkiezing van beide topposities meer te zijn dan een loutere populariteitspoll of een troostprijs voor een misgelopen fractieleiderschap of uitvoerend ambt. Neen, de keuze van de ondervoorzitter moet een positieve beslissing zijn. De aanduiding ervan is een signaal van vertrouwen vanwege de eigen achterban dat de partijsleutels bij die uitverkoren persoon in de juiste handen liggen. Tenslotte verkiest men hier de vertegenwoordiger die onder de waterlijn gaat praten met de concurrentie. Inderdaad, in de praktijk schuift de ondervoorzitter geregeld mee aan in onderhandelingen met andere politieke partijen - lokaal én bovenlokaal. Het profiel van die vertegenwoordiger is bij voorkeur iemand waarmee iedereen door eenzelfde deur kan. Personen die onder mede- of tegenstanders een natuurlijke aversie oproepen blijken slechte bruggenbouwers, wat de onderhandelingspositie van de gehele partij ondergraaft. Voor je het goed en wel beseft kom dan je als collectief in de buitenbaan terecht. Dat is in het bijzonder problematisch voor een bestuurderspartij.Een ondervoorzitter is er alleszins niet om de gelederen op te zwepen in campagnetijden. Het is daarentegen één van de weinige functies binnen de organisatie die dient om de communicatielijnen met andere partijen open te houden én om uitslaande brandjes te blussen. Kortom, een goede ondervoorzitter is conflict vermijdend en neemt weerstand weg, waardoor de échte kopman volop kan scoren. In zo'n schema is momenteel geen plaats voor Theo Francken. N-VA heeft nood aan een compacte tandem die één heldere partijlijn aanhoudt. Lorin Parys heeft de voorbije jaren het mandaat uitstekend vervuld en verdient een verlengd verblijf. Parys zit op dezelfde inhoudelijke lijn als zijn voorzitter: een centrumkoers die samenwerking met het huidige Vlaams Belang uitsluit. Zijn achtergrond als ondernemer kan helpen om het huidige Open VLD electoraat verder los te weken. Valerie Van Peel verdient als ancien binnen de N-VA een meer prominente rol. Vervrouwelijking binnen het partijbestuur is broodnodig: aan N-VA kleeft nog steeds het etiket van een mannenclub. Zowel Parys als Van Peel communiceren vlot over zachtere thema's zoals pleegouderschap en kindermisbruik. Door ook zulke onderwerpen beter te bespelen kan N-VA eindelijk het beeld van een hardvochtige partij doorprikken - hetgeen veel potentiële kiezers nog steeds afschrikt. De partijraadsleden kijken bij deze interne verkiezing daarom best verder vooruit: anticiperen hoe de partij electoraal terug beter kan scoren én hoe N-VA haar gekoesterde inhoudelijke ambities ook effectief kan waarmaken.Lorenzo Terriere is doctoraatsstudent in de politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent, vakgroep Politieke wetenschappen. Hij was kabinetsmedewerker bij N-VA.