Nu we allemaal in quarantaine zitten, ben ik nog eens in een boek begonnen waar ik anders geen tijd voor heb: Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan, een verzameling teksten van Ischa Meijer in de reeks privédomein van de Arbeiderspers. Ontzettend geestig geschreven en, voor mij althans, revelerend. Het materiaal dat is opgenomen gaat vooral over zijn omgang met de Tweede Wereldoorlog - Meijer werd in 1943 geboren in een Joodse familie in Amsterdam - maar iedereen kent 'm natuurlijk vooreerst als de be...

Nu we allemaal in quarantaine zitten, ben ik nog eens in een boek begonnen waar ik anders geen tijd voor heb: Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan, een verzameling teksten van Ischa Meijer in de reeks privédomein van de Arbeiderspers. Ontzettend geestig geschreven en, voor mij althans, revelerend. Het materiaal dat is opgenomen gaat vooral over zijn omgang met de Tweede Wereldoorlog - Meijer werd in 1943 geboren in een Joodse familie in Amsterdam - maar iedereen kent 'm natuurlijk vooreerst als de beste interviewer van Nederland. In de inleiding alludeert samenstelster Ronit Palache er al op: het is een cliché geworden om te verzuchten dat er zoals Meijer dat deed geen interviews meer worden gemaakt. Cliché of niet: misschien klopt het wel. Sinds ik cultuurcolumns schrijf, leg ik mezelf de discipline op om zo veel mogelijk interviews met bekendheden uit de culturele en mediawereld te lezen. Comedians, acteurs, televisiepresentatoren, in voorkomend geval zelfs modeontwerpers - alles behalve muzikanten, voor wie ik mezelf een vrijstelling heb gegeven. Dat zijn er nogal wat, want niemand durft een weekendkrant uit te geven waar niet zo'n groot, persoonlijk interview in staat. Het idee achter mijn wekelijkse leesmarathon, die ik nu zelfs in quarantaine zal voortzetten, is doodeenvoudig: misschien zeggen die mensen wel iets waarmee ik het vervolgens in een van mijn columns hartstochtelijk oneens kan zijn. Alleen: dat gebeurt nooit. De overgrote meerderheid van die mensen heeft namelijk absoluut niets te vertellen. De meesten van die mensen zouden ook in een gesprek met Ischa Meijer niet verder raken dan de huis-, tuin- en keukenwissewasjes waarmee ze zich er nu van af maken. Eerder dan de interviewers, treffen de hoofdredacteuren die zulke paginalange overpeinzingen over altijd weer dezelfde onderwerpen - ouderschap, ambitie, relaties, jeugdherinneringen, ouder worden - blijven bestellen de meeste schuld. Zulke interviews zijn dan ook bandwerk geworden. Ter promotie van een nieuw programma of een film, moet een BV minstens een dag uittrekken voor persinterviews. Dat is - zeker met een woordvoerder van het productiehuis ernaast - niet het ideale moment om over hun echte angsten, dromen of verdriet te spreken, laat staan dat zij dat überhaupt al zouden willen. Zelden klinkt iemand niet mat en dof. Meestal zijn de inzichten niet origineler dan de schilderijen die iemand zich in de Ikea kan aanschaffen. Daar helpt geen sterinterviewer aan.