Een essentiële voorwaarde om een nieuwe behandeling tegen kanker te vergoeden, is dat ze het leven van de patiënt verlengt en/of de kwaliteit van leven verbetert, maar daar wringt vaak het schoentje. Het KCE analyseerde op vraag van het RIZIV samen met de Stichting Kankerregister in welke mate het gebruik van deze nieuwe geneesmiddelen bijgedragen hebben aan een verlenging van het leven bij Belgische patiënten aan wie ze sinds 2004 werden toegediend. De resultaten werden vervolgens vergeleken met de uitgaven die de Belgische ziekteverzekering voor deze kankergeneesmiddelen heeft gedaan over dezelfde periode van 15 jaar. Het ging hierbij voornamelijk over medicijnen die initieel gebruikt worden voor gevorderde vormen van kanker. Voor zes van de twaalf onderzochte kankers bleek er sprake te zijn van een (zeer) lichte verbetering van de overleving, voor de andere zes was er geen verbetering. Tegelijkertijd zijn in alle gevallen de bruto uitgaven voor de ziektekostenverzekering wel aanzienlijk gestegen. Er mogen dus terecht vraagtekens gezet worden bij de (kosten)effectiviteit van de betrokken geneesmiddelen, betoogt het KCE. De resultaten van de analyse van het centrum liggen in de lijn van soortgelijk Europees onderzoek. Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) concludeerde in het verleden na een eigen analyse al dat een verlenging van de levensduur slechts in een derde van de gevallen werd vastgesteld en eerder beperkt is. Wat de levenskwaliteit betreft, leverden de studies slechts in 10 procent van de gevallen bewijs van verbetering. Een en ander is voor een deel te wijten aan het feit dat farmaceutische bedrijven een veelbelovend nieuw product via zogenaamde "managed entry agreements" (MEA's) al vergoed kunnen krijgen, ook al is er nog onzekerheid over hun meerwaarde. Het voordeel is dat patiënten zo sneller toegang krijgen tot deze geneesmiddelen. De toegekende terugbetaling is tijdelijk en de ondernemingen dienen later alsnog de meerwaarde te bewijzen waarna een definitieve terugbetalingsbeslissing volgt. In de praktijk blijkt echter dat bedrijven het noodzakelijke wetenschappelijk bewijs jaren later nog altijd niet hebben geleverd. Tegelijkertijd is het voor de autoriteiten erg moeilijk om terug te komen op de terugbetaling eenmaal die is "verworven" via een overeenkomst, soms mede omwille van de druk van de publieke opinie. Volgens het kenniscentrum worden bedrijven er op die manier niet toe aangezet een echte inspanning te leveren om de gevraagde bewijzen te verstrekken. "Het evenwicht tussen 'snel op de markt brengen' en 'meerwaarde aantonen voor de patiënten in vergelijking met de bestaande behandeling(en)' lijkt momenteel uit balans en over te hellen naar het eerste argument", hekelt het KCE. Dat de MEA-overeenkomsten gepaard gaan met strikte vertrouwelijkheid ten aanzien van de prijzen en kortingen waarover is onderhandeld, helpt ook niet. "Die geheimhouding verstoort volledig de kosteneffectiviteitsanalyses, die nochtans een essentieel element zijn voor de overheid om te beslissen of de terugbetaling van een product al dan niet verantwoord is. Dit leidt tot situaties waarbij nieuwe geneesmiddelen onder een overeenkomst worden geplaatst omdat het product waarmee ze worden vergeleken ook onder een overeenkomst valt", vervolgt het KCE, dat spreekt over een "sneeuwbaleffect". Volgens het KCE bedroeg het budget voor geneesmiddelen onder MEA in 2019 al ongeveer een kwart van het totale geneesmiddelenbudget in ons land. Een wetgevende initiatief bedoeld om dit systeem bij te sturen, heeft tot nu toe niet tot de gewenste transparantie geleid voor onafhankelijke onderzoekers en voor het brede publiek. Het centrum wil nu dat er werk wordt gemaakt van een meer transparant systeem dat de nadruk legt op de werkelijke meerwaarde van elk nieuw kankergeneesmiddel voor de patiënt en heeft daartoe een reeks aanbevelingen voor de regelgevende instanties klaar. Dat moet er dan op zijn beurt voor zorgen dat de beperkte middelen van de ziekteverzekering op een meer verantwoorde en efficiënte manier worden gebruikt, luidt het. (Belga)

Een essentiële voorwaarde om een nieuwe behandeling tegen kanker te vergoeden, is dat ze het leven van de patiënt verlengt en/of de kwaliteit van leven verbetert, maar daar wringt vaak het schoentje. Het KCE analyseerde op vraag van het RIZIV samen met de Stichting Kankerregister in welke mate het gebruik van deze nieuwe geneesmiddelen bijgedragen hebben aan een verlenging van het leven bij Belgische patiënten aan wie ze sinds 2004 werden toegediend. De resultaten werden vervolgens vergeleken met de uitgaven die de Belgische ziekteverzekering voor deze kankergeneesmiddelen heeft gedaan over dezelfde periode van 15 jaar. Het ging hierbij voornamelijk over medicijnen die initieel gebruikt worden voor gevorderde vormen van kanker. Voor zes van de twaalf onderzochte kankers bleek er sprake te zijn van een (zeer) lichte verbetering van de overleving, voor de andere zes was er geen verbetering. Tegelijkertijd zijn in alle gevallen de bruto uitgaven voor de ziektekostenverzekering wel aanzienlijk gestegen. Er mogen dus terecht vraagtekens gezet worden bij de (kosten)effectiviteit van de betrokken geneesmiddelen, betoogt het KCE. De resultaten van de analyse van het centrum liggen in de lijn van soortgelijk Europees onderzoek. Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) concludeerde in het verleden na een eigen analyse al dat een verlenging van de levensduur slechts in een derde van de gevallen werd vastgesteld en eerder beperkt is. Wat de levenskwaliteit betreft, leverden de studies slechts in 10 procent van de gevallen bewijs van verbetering. Een en ander is voor een deel te wijten aan het feit dat farmaceutische bedrijven een veelbelovend nieuw product via zogenaamde "managed entry agreements" (MEA's) al vergoed kunnen krijgen, ook al is er nog onzekerheid over hun meerwaarde. Het voordeel is dat patiënten zo sneller toegang krijgen tot deze geneesmiddelen. De toegekende terugbetaling is tijdelijk en de ondernemingen dienen later alsnog de meerwaarde te bewijzen waarna een definitieve terugbetalingsbeslissing volgt. In de praktijk blijkt echter dat bedrijven het noodzakelijke wetenschappelijk bewijs jaren later nog altijd niet hebben geleverd. Tegelijkertijd is het voor de autoriteiten erg moeilijk om terug te komen op de terugbetaling eenmaal die is "verworven" via een overeenkomst, soms mede omwille van de druk van de publieke opinie. Volgens het kenniscentrum worden bedrijven er op die manier niet toe aangezet een echte inspanning te leveren om de gevraagde bewijzen te verstrekken. "Het evenwicht tussen 'snel op de markt brengen' en 'meerwaarde aantonen voor de patiënten in vergelijking met de bestaande behandeling(en)' lijkt momenteel uit balans en over te hellen naar het eerste argument", hekelt het KCE. Dat de MEA-overeenkomsten gepaard gaan met strikte vertrouwelijkheid ten aanzien van de prijzen en kortingen waarover is onderhandeld, helpt ook niet. "Die geheimhouding verstoort volledig de kosteneffectiviteitsanalyses, die nochtans een essentieel element zijn voor de overheid om te beslissen of de terugbetaling van een product al dan niet verantwoord is. Dit leidt tot situaties waarbij nieuwe geneesmiddelen onder een overeenkomst worden geplaatst omdat het product waarmee ze worden vergeleken ook onder een overeenkomst valt", vervolgt het KCE, dat spreekt over een "sneeuwbaleffect". Volgens het KCE bedroeg het budget voor geneesmiddelen onder MEA in 2019 al ongeveer een kwart van het totale geneesmiddelenbudget in ons land. Een wetgevende initiatief bedoeld om dit systeem bij te sturen, heeft tot nu toe niet tot de gewenste transparantie geleid voor onafhankelijke onderzoekers en voor het brede publiek. Het centrum wil nu dat er werk wordt gemaakt van een meer transparant systeem dat de nadruk legt op de werkelijke meerwaarde van elk nieuw kankergeneesmiddel voor de patiënt en heeft daartoe een reeks aanbevelingen voor de regelgevende instanties klaar. Dat moet er dan op zijn beurt voor zorgen dat de beperkte middelen van de ziekteverzekering op een meer verantwoorde en efficiënte manier worden gebruikt, luidt het. (Belga)