Het Vlaams Vredesinstituut organiseerde maandag een webinar rond het fenomeen van 'lone actors', individuen die alleen een aanslag voorbereiden en uitvoeren zonder aansturing vanuit een netwerk. Het gaat om een fenomeen dat steeds meer voorkomt in het Westen. Ook in ons land is er een duidelijke stijgende evolutie merkbaar sinds de aanslagen van 2016, zei Annelies Pauwels, onderzoeker bij het Vlaams Vredesinstituut. De lone actors vormen een heterogene groep, er bestaat dus geen alomvattend profiel, en komen uit verschillende ideologische hoeken. De meeste zijn jihadistisch of rechtsextremistisch. In mindere mate komen er ook lone actors uit linksextremistische en separatistische hoeken, aldus de onderzoekster. Het internet speelt een belangrijke rol bij radicalisering, aldus nog Pauwels. Dat internet geeft toegang tot propaganda, biedt de mogelijkheid om sociale contacten te leggen en tactische informatie op te zoeken. Extremistische inhoud op het internet kan inspiratie bieden. Wel is het internet geen onafhankelijke driver van radicalisering, maar speelt het eerder een faciliterende rol in een complex radicaliseringsproces. Ook Gert Vercauteren, directeur ad interim bij het OCAD, stelde dat radicalisering bijna steeds een online-component heeft. Zo zijn de lone actors grote afnemers van online-propaganda. Sociale media kunnen dan weer helpen bij het raadplegen en het verspreiden van zulke propaganda, bij het vormen van een virtuele groep van gelijkgezinden, bij de rekrutering of om advies over werkwijzes en de keuze van doelwitten in te winnen. Ook worden sociale media aangewend bij het uiten van bedreigingen. "Het gaat dan al dan niet om gratuite bedreigingen ten aanzien van politici, virologen of de overheid", aldus Vercauteren. Nu door de coronapandemie het normale leven sterk beperkt werd, gingen meer mensen online. "Mensen die het offline heel moeilijk vinden om ergens aansluiting te vinden, zeker nu de offline-wereld is afgesloten door COVID-19, vinden online wel aansluiting bij groepen gelijkgezinden", legde hij uit. "Dit heeft te maken met identiteitsvinding." Zeker minderjarigen die moeilijke sociale contacten offline hebben, die zoeken naar een identiteit en via sociale media ergens willen bijhoren, lopen meer kans om in aanraking te komen met extremistische propaganda. Het OCAD registreerde de laatste tijd een opvallende stijging van het aantal dossiers met minderjarigen van 15 tot 18 jaar oud. Uit de presentatie van Pauwels op het webinar bleek dat lone actors vaak aanwijzingen van hun extremisme of hun concrete plannen lieten vallen. Volgens onderzoek uit 2014 bleek zo dat in vier op de vijf gevallen andere mensen op de hoogte waren van de grieven van de dader en zijn of haar extremistische ideeën en dat in twee op de drie gevallen familie en vrienden op de hoogte waren van de intentie om terreur te plegen. Ook gebeurt de planning en voorbereiding vaak lang voor de gewelddaad, aldus Pauwels. "We weten ondertussen dat lone actors niet zo alleen zijn als wordt aangenomen", zei Sertan Icten, de coördinator radicalisering bij de lokale politie van Wetteren. "De omgeving merkt altijd wel iets op." Lone actors zijn volgens OCAD-directeur ad interim Vercauteren vaak personen die niet gekend zijn bij de veiligheidsdiensten, maar vaak wel bij andere diensten zoals psychologen, psychiatischers, welzijnswerkers of het onderwijs. "Vroegtijdige detectie en tussenkomst kan escalatie voorkomen", zei hij. Vercauteren, Icten en Gert Vanherk (Beleidscoördinator hulp- en dienstverlening aan gedetineerden in de gevangenis Hasselt) hebben tijdens het webinar dan ook hun voorkeur uitgesproken voor een 'multiagentschappenaanpak'; een holistische aanpak. Het OCAD is voorstander van een goede werking van de lokale taskforces (LTF) en de Lokale Integrale Veiligheidscellen Radicalisering (LIVC-R). Aan die laatste veiligheidscellen moeten meer partners deelnemen, zoals scholen, psychologen, werkgevers en forensische psychiatrische centra. "Het gaat eigenlijk om een proces van risicobeheer, met detectie, analyse en reductie, waarbij we uitkomen op een aanvaardbaar restrisico. In onze maatschappij kunnen we een risico immers niet uitsluiten." Volgens Vercauteren moet de focus liggen op wat mensen verbindt en moet segregatie worden tegengaan. Het onderwijs moet aanleren hoe kritisch om te gaan met sociale media, hoe signalen van extremisme en complottheorieën kunnen worden herkend. De politie moet eerst en vooral op de hoogte zijn van het fenomeen zelf, stelde Icten. Hij wees ook op de rol van de wijkinspecteur, de sociale cel of de jongereninspecteur. "Mensen of medewerkers die ingezet zijn en aanspreekbaar zijn op het terrein", legde hij uit. "Die zijn het best geplaatst om verandering op te merken." Vanherk wees erop dat sinds 2016 consulenten in de aanpak van de radicalisering ingezet worden in de gevangenissen. Die experten versterken de hulp- en dienstverlening. Er bestaat geen standaardprogramma, maar het gaat om een begeleidingstraject op maat om de gedetineerde afstand te doen nemen van geweld. "We gaan in gesprek met de gedetineerde en proberen erachter te komen wat de voedingsbodem is", zei hij. "We proberen een koppeling te vinden met de sociale context. We proberen perspectief en alternatieven te bieden." Hij pleit voor een aanpak waarbij consulenten, de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW), de Centra voor Geestelijke Gezondszorg (CGG) en het onderwijs betrokken worden. "We moeten ook een brug slaan naar de diensten buiten de gevangenis", zei hij. "Het begint bij een inclusieve samenleving." (Belga)

Het Vlaams Vredesinstituut organiseerde maandag een webinar rond het fenomeen van 'lone actors', individuen die alleen een aanslag voorbereiden en uitvoeren zonder aansturing vanuit een netwerk. Het gaat om een fenomeen dat steeds meer voorkomt in het Westen. Ook in ons land is er een duidelijke stijgende evolutie merkbaar sinds de aanslagen van 2016, zei Annelies Pauwels, onderzoeker bij het Vlaams Vredesinstituut. De lone actors vormen een heterogene groep, er bestaat dus geen alomvattend profiel, en komen uit verschillende ideologische hoeken. De meeste zijn jihadistisch of rechtsextremistisch. In mindere mate komen er ook lone actors uit linksextremistische en separatistische hoeken, aldus de onderzoekster. Het internet speelt een belangrijke rol bij radicalisering, aldus nog Pauwels. Dat internet geeft toegang tot propaganda, biedt de mogelijkheid om sociale contacten te leggen en tactische informatie op te zoeken. Extremistische inhoud op het internet kan inspiratie bieden. Wel is het internet geen onafhankelijke driver van radicalisering, maar speelt het eerder een faciliterende rol in een complex radicaliseringsproces. Ook Gert Vercauteren, directeur ad interim bij het OCAD, stelde dat radicalisering bijna steeds een online-component heeft. Zo zijn de lone actors grote afnemers van online-propaganda. Sociale media kunnen dan weer helpen bij het raadplegen en het verspreiden van zulke propaganda, bij het vormen van een virtuele groep van gelijkgezinden, bij de rekrutering of om advies over werkwijzes en de keuze van doelwitten in te winnen. Ook worden sociale media aangewend bij het uiten van bedreigingen. "Het gaat dan al dan niet om gratuite bedreigingen ten aanzien van politici, virologen of de overheid", aldus Vercauteren. Nu door de coronapandemie het normale leven sterk beperkt werd, gingen meer mensen online. "Mensen die het offline heel moeilijk vinden om ergens aansluiting te vinden, zeker nu de offline-wereld is afgesloten door COVID-19, vinden online wel aansluiting bij groepen gelijkgezinden", legde hij uit. "Dit heeft te maken met identiteitsvinding." Zeker minderjarigen die moeilijke sociale contacten offline hebben, die zoeken naar een identiteit en via sociale media ergens willen bijhoren, lopen meer kans om in aanraking te komen met extremistische propaganda. Het OCAD registreerde de laatste tijd een opvallende stijging van het aantal dossiers met minderjarigen van 15 tot 18 jaar oud. Uit de presentatie van Pauwels op het webinar bleek dat lone actors vaak aanwijzingen van hun extremisme of hun concrete plannen lieten vallen. Volgens onderzoek uit 2014 bleek zo dat in vier op de vijf gevallen andere mensen op de hoogte waren van de grieven van de dader en zijn of haar extremistische ideeën en dat in twee op de drie gevallen familie en vrienden op de hoogte waren van de intentie om terreur te plegen. Ook gebeurt de planning en voorbereiding vaak lang voor de gewelddaad, aldus Pauwels. "We weten ondertussen dat lone actors niet zo alleen zijn als wordt aangenomen", zei Sertan Icten, de coördinator radicalisering bij de lokale politie van Wetteren. "De omgeving merkt altijd wel iets op." Lone actors zijn volgens OCAD-directeur ad interim Vercauteren vaak personen die niet gekend zijn bij de veiligheidsdiensten, maar vaak wel bij andere diensten zoals psychologen, psychiatischers, welzijnswerkers of het onderwijs. "Vroegtijdige detectie en tussenkomst kan escalatie voorkomen", zei hij. Vercauteren, Icten en Gert Vanherk (Beleidscoördinator hulp- en dienstverlening aan gedetineerden in de gevangenis Hasselt) hebben tijdens het webinar dan ook hun voorkeur uitgesproken voor een 'multiagentschappenaanpak'; een holistische aanpak. Het OCAD is voorstander van een goede werking van de lokale taskforces (LTF) en de Lokale Integrale Veiligheidscellen Radicalisering (LIVC-R). Aan die laatste veiligheidscellen moeten meer partners deelnemen, zoals scholen, psychologen, werkgevers en forensische psychiatrische centra. "Het gaat eigenlijk om een proces van risicobeheer, met detectie, analyse en reductie, waarbij we uitkomen op een aanvaardbaar restrisico. In onze maatschappij kunnen we een risico immers niet uitsluiten." Volgens Vercauteren moet de focus liggen op wat mensen verbindt en moet segregatie worden tegengaan. Het onderwijs moet aanleren hoe kritisch om te gaan met sociale media, hoe signalen van extremisme en complottheorieën kunnen worden herkend. De politie moet eerst en vooral op de hoogte zijn van het fenomeen zelf, stelde Icten. Hij wees ook op de rol van de wijkinspecteur, de sociale cel of de jongereninspecteur. "Mensen of medewerkers die ingezet zijn en aanspreekbaar zijn op het terrein", legde hij uit. "Die zijn het best geplaatst om verandering op te merken." Vanherk wees erop dat sinds 2016 consulenten in de aanpak van de radicalisering ingezet worden in de gevangenissen. Die experten versterken de hulp- en dienstverlening. Er bestaat geen standaardprogramma, maar het gaat om een begeleidingstraject op maat om de gedetineerde afstand te doen nemen van geweld. "We gaan in gesprek met de gedetineerde en proberen erachter te komen wat de voedingsbodem is", zei hij. "We proberen een koppeling te vinden met de sociale context. We proberen perspectief en alternatieven te bieden." Hij pleit voor een aanpak waarbij consulenten, de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW), de Centra voor Geestelijke Gezondszorg (CGG) en het onderwijs betrokken worden. "We moeten ook een brug slaan naar de diensten buiten de gevangenis", zei hij. "Het begint bij een inclusieve samenleving." (Belga)