Sociale bescherming omvat onder meer toegang tot de gezondheidszorg en inkomenszekerheid zoals een pensioen, werkloosheids- of ziekteuitkering. Het gaat om een recht dat opgenomen is in de Universele Verklaring van de Rechten van De Mens, maar toch is lang niet iedereen sociaal beschermd. Momenteel is zelfs slechts 47 procent van de wereldbevolking gedekt door ten minste één sociale beschermingsuitkering, staat in een nieuw rapport van de IAO. De andere 53 procent, of 4,1 miljard mensen, genieten geen enkele vorm van sociale bescherming. De regionale verschillen zijn groot. Europa en Centraal-Azië hebben de grootste dekkingspercentages: 84 procent van de mensen heeft er recht op ten minste één sociale beschermingsuitkering. Noord- en Zuid-Amerika volgen met ongeveer 64 procent. In Azië en Oceanië daalt dat percentage tot 44 procent, in de Arabische wereld is dat nog 40 procent en in Afrika zelfs maar iets meer dan 17 procent. Ook op vlak van overheidsuitgaven aan sociale bescherming lopen de percentages sterk uiteen. Landen met hoge gemiddelde inkomens besteden gemiddeld 16,4 procent van hun bruto binnenlands product aan sociale bescherming, in landen met lage inkomens is dat amper 1,1 procent. De coronapandemie heeft die verschillen volgens de IAO blootgelegd en nog verergerd. Zo is het financieringstekort - de extra middelen die nodig zijn om ten minste iedereen een minimale sociale bescherming te kunnen bieden - sinds het begin van de crisis met zowat 30 procent toegenomen. De landen met lage gemiddelde inkomens moeten nu jaarlijks gemiddeld bijna 78 miljard Amerikaanse dollar extra investeren om iedereen een minimale sociale bescherming te garanderen, of net geen 16 procent van hun bbp. Voor de hogere inkomenslanden gaat het om percentages tussen de 3,1 en de 5,1 procent van hun bbp. De Internationale Arbeidsorganisatie waarschuwt dat besparen nu niet de juiste keuze is. "De maatregelen die landen genomen hebben ter bestrijding van de crisis hebben enorme overheidsuitgaven met zich meegebracht, waardoor er een enorme druk is om over te gaan op begrotingsconsolidatie. Maar het zou zeer schadelijk zijn om nu te bezuinigen op sociale bescherming: er moet hier en nu worden geïnvesteerd", zegt Shahra Razavi, directeur van de afdeling sociale bescherming bij de IAO. Razavi pleit ook voor meer internationale solidariteit, zodat ook armere landen een sociale bescherming kunnen uitbouwen. "Sociale bescherming kan de basis vormen voor betere gezondheidszorg en beter onderwijs, meer gelijkheid, duurzamere economische stelsels, beter beheerde migratie en het naleven van fundamentele rechten. Om de systemen uit te bouwen die deze postieve resultaten opleveren, is er een mix van financieringsbronnen en meer steun aan armere landen nodig." (Belga)

Sociale bescherming omvat onder meer toegang tot de gezondheidszorg en inkomenszekerheid zoals een pensioen, werkloosheids- of ziekteuitkering. Het gaat om een recht dat opgenomen is in de Universele Verklaring van de Rechten van De Mens, maar toch is lang niet iedereen sociaal beschermd. Momenteel is zelfs slechts 47 procent van de wereldbevolking gedekt door ten minste één sociale beschermingsuitkering, staat in een nieuw rapport van de IAO. De andere 53 procent, of 4,1 miljard mensen, genieten geen enkele vorm van sociale bescherming. De regionale verschillen zijn groot. Europa en Centraal-Azië hebben de grootste dekkingspercentages: 84 procent van de mensen heeft er recht op ten minste één sociale beschermingsuitkering. Noord- en Zuid-Amerika volgen met ongeveer 64 procent. In Azië en Oceanië daalt dat percentage tot 44 procent, in de Arabische wereld is dat nog 40 procent en in Afrika zelfs maar iets meer dan 17 procent. Ook op vlak van overheidsuitgaven aan sociale bescherming lopen de percentages sterk uiteen. Landen met hoge gemiddelde inkomens besteden gemiddeld 16,4 procent van hun bruto binnenlands product aan sociale bescherming, in landen met lage inkomens is dat amper 1,1 procent. De coronapandemie heeft die verschillen volgens de IAO blootgelegd en nog verergerd. Zo is het financieringstekort - de extra middelen die nodig zijn om ten minste iedereen een minimale sociale bescherming te kunnen bieden - sinds het begin van de crisis met zowat 30 procent toegenomen. De landen met lage gemiddelde inkomens moeten nu jaarlijks gemiddeld bijna 78 miljard Amerikaanse dollar extra investeren om iedereen een minimale sociale bescherming te garanderen, of net geen 16 procent van hun bbp. Voor de hogere inkomenslanden gaat het om percentages tussen de 3,1 en de 5,1 procent van hun bbp. De Internationale Arbeidsorganisatie waarschuwt dat besparen nu niet de juiste keuze is. "De maatregelen die landen genomen hebben ter bestrijding van de crisis hebben enorme overheidsuitgaven met zich meegebracht, waardoor er een enorme druk is om over te gaan op begrotingsconsolidatie. Maar het zou zeer schadelijk zijn om nu te bezuinigen op sociale bescherming: er moet hier en nu worden geïnvesteerd", zegt Shahra Razavi, directeur van de afdeling sociale bescherming bij de IAO. Razavi pleit ook voor meer internationale solidariteit, zodat ook armere landen een sociale bescherming kunnen uitbouwen. "Sociale bescherming kan de basis vormen voor betere gezondheidszorg en beter onderwijs, meer gelijkheid, duurzamere economische stelsels, beter beheerde migratie en het naleven van fundamentele rechten. Om de systemen uit te bouwen die deze postieve resultaten opleveren, is er een mix van financieringsbronnen en meer steun aan armere landen nodig." (Belga)