GEES-voorzitter Erika Vlieghe maakte vorig weekend duidelijk dat het haar niet zint: de Franse en de Vlaamse Gemeenschap interpreteren de exitstrategie voor cultuurhuizen verschillend. Per 1 juli zouden (het is nog niet helemaal in kannen en kruiken) Franstalige gezelschappen in cultuurhuizen met een maximumcapaciteit van 200 toeschouwers voor volle zalen kunnen spelen. In Vlaanderen kan dat niet, omdat in alle omstandigheden de anderhalvemeterregel moet worden gehandhaafd, waardoor ook kleine zalen dus maar voor de helft kunnen worden gevuld. De ...

GEES-voorzitter Erika Vlieghe maakte vorig weekend duidelijk dat het haar niet zint: de Franse en de Vlaamse Gemeenschap interpreteren de exitstrategie voor cultuurhuizen verschillend. Per 1 juli zouden (het is nog niet helemaal in kannen en kruiken) Franstalige gezelschappen in cultuurhuizen met een maximumcapaciteit van 200 toeschouwers voor volle zalen kunnen spelen. In Vlaanderen kan dat niet, omdat in alle omstandigheden de anderhalvemeterregel moet worden gehandhaafd, waardoor ook kleine zalen dus maar voor de helft kunnen worden gevuld. De Franstalige minister van Cultuur laat cultuurhuizen echter kiezen: ofwel anderhalvemeteren, ofwel een verplicht mondmasker voor het publiek. De soepelere regeling voor cultuurhuizen daargelaten, lijkt de angst voor het virus over het algemeen groter bij Franstaligen dan bij Vlamingen. Dat bleek onder meer toen eind mei de scholen gedeeltelijk opnieuw open gingen. 'Daarover was in Franstalig België heel veel debat', zegt epidemioloog Yves Van Laethem, de Franstalige evenknie van Steven Van Gucht. 'En er zijn uiteindelijk veel minder Franstalige leerlingen weer naar school gegaan dan in Vlaanderen en in de Duitstalige Gemeenschap, in weerwil van alle geruststellende boodschappen van Franstalige experts en politici, die benadrukten hoezeer dat in het belang van de kinderen was.' Vlamingen en Franstaligen beleven de coronacrisis anders, vervolgt Van Laethem. 'Denk met name ook aan de mondmaskers. In Vlaanderen hebben invloedrijke experts en politici lang tégen het dragen van mondmaskers door de gewone burger gepleit. Aan Franstalige kant waren de meeste experts daar vanaf het begin uitgesproken voorstanders van. Daarom zag je in het straatbeeld in Brussel en Wallonië ook veel meer mondkapjes dan in Vlaanderen.' Culturele verschillen bepalen mee onze omgang met het virus, aldus Van Laethem. 'Het zal me daarom ook benieuwen hoe anders Vlamingen en Franstaligen zullen reageren als we over een vaccin tegen het coronavirus beschikken. De acceptatie van vaccins ligt in Franstalig België namelijk een stuk lager dan in Vlaanderen, dat hebben we ook gezien in het debat over het vaccin tegen baarmoederhalskanker.' Aan Franstalige kant, erkent Van Laethem, stond de publieke opinie kritischer tegenover de aanpak van de coronacrisis. 'Denk aan het negatieve imago van minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) in de Franstalige publieke opinie. Aan Franstalige kant leefde vanaf het begin veel meer het idee: onze politici maken een potje van de corona-aanpak. Misschien is dat wat overspannen, maar je moet ook toegeven dat er wel degelijk gegronde redenen zijn voor kritiek, zeker als het gaat over de mondmasker-saga.'