'Dit jaar zijn er 7800 banen bijgekomen dankzij de taxshift', zegt Marcia De Wachter, directeur van de Nationale Bank van België en ondervoorzitter van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid. Voor het eerst wordt er een concreet cijfer geplakt op de impact die de veelbesproken taxshift heeft op de jobcreatie. Want dat er tijdens de regering-Michel jobs bijkwamen was al langer duidelijk, maar er bestond grote discussie over of die stijging te danken was aan de economische groei, dan wel aan de maatregegen van de regering-Michel, waarvan de taxshift een cruciaal onderdeel is. 'Dertien procent van het totale aantal nieuwe banen dit jaar komt er dankzij de taxshift', aldus De Wachter.
...

'Dit jaar zijn er 7800 banen bijgekomen dankzij de taxshift', zegt Marcia De Wachter, directeur van de Nationale Bank van België en ondervoorzitter van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid. Voor het eerst wordt er een concreet cijfer geplakt op de impact die de veelbesproken taxshift heeft op de jobcreatie. Want dat er tijdens de regering-Michel jobs bijkwamen was al langer duidelijk, maar er bestond grote discussie over of die stijging te danken was aan de economische groei, dan wel aan de maatregegen van de regering-Michel, waarvan de taxshift een cruciaal onderdeel is. 'Dertien procent van het totale aantal nieuwe banen dit jaar komt er dankzij de taxshift', aldus De Wachter. Meteen bij zijn aantreden in oktober 2014 maakte premier Charles Michel (MR) de prioriteiten van zijn regering duidelijk: 'Jobs, jobs, jobs.' En die zijn er de voorbije drie jaar ook gekomen. En in groten getale: volgens de meest recente cijfers groeide het aantal jobs met 73.000 in één jaar tijd (tussen maart 2016 en maart 2017). Dat is het grootste aantal sedert in 2008 de financiële crisis uitbrak. Sinds het aantreden van de regering-Michel zijn er al ruim 162.000 jobs bijgekomen. En voor het eerst sinds lang ontstonden die jobs vooral in de privésector. Dat werd bestempeld als het meest positieve nieuws in jaren. Met de taxshift wordt de werkgeversbijdrage voor de sociale zekerheid verlaagd van 32,40 procent naar 25 procent in 2018. Een deel daarvan werd reeds gerealiseerd in 2016. Zo moest de loonkostengroei vertragen, wat voor meer jobs moest zorgen. Hoeveel jobs was tot nu toe koffiedik kijken. De Nationale Bank becijferde het recent. Marcia De Wachter: 'Vorig jaar zijn er dankzij de taxshift 4700 banen bijgekomen, goed voor 8 procent van het totale aantal nieuwe banen. De volgende jaren zal dat percentage toenemen tot ruim 25 procent van de jaarlijkse jobaangroei. Voor heel de periode 2015 tot en met 2021 zullen er alles samengeteld 52.100 extra banen bijkomen dankzij de taxshift.' (zie tabel)Bij die cijfers hoort een belangrijke opmerking: het gaat niet om 52.100 voltijdse banen. 'Het zijn banen die beschikbaar zijn', aldus De Wachter. 'Sommige zijn voltijds, soms gaat het om deeltijdse of tijdelijke contracten.' Volgens het Jaarverslag van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid was 40 procent van de nieuwe jobs vorig jaar deeltijds en ging het bij 52 procent om een tijdelijk contract. 'Een vrij recente evolutie', weet De Wachter. 'Onze arbeidsmarkt wordt flexibeler. Maar die flexibiliteit ligt in België lager dan in bijvoorbeeld Nederland, Duitsland of de Scandinavische landen. Daar zijn er veel meer tijdelijke en deeltijdse banen en wordt ook meer avond- en zondagwerk verricht.' Is het resultaat van de taxshift niet wat mager? De Wachter: '52.100 extra banen boven op de normale banengroei is echt niet niets. De verlaging van de werkgeversbijdragen, deels gericht op de lage lonen, zorgt voor de meeste nieuwe jobs tegen de laagste budgettaire prijs. De taxshift is dus qua banencreatie een erg efficiënte maatregel.' Maar de nieuwe banen komen ook tot stand dankzij andere factoren. De Wachter: 'Vanaf 2009 zijn de regeringen beginnen te werken aan een loonmatiging. Onder de regering-Di Rupo is bijvoorbeeld een competitiviteitspact afgesloten waarbij de lonen twee jaar werden bevroren en de sociale bijdragen verminderd. Daarna voerde de regering-Michel een indexsprong door. Dat maakte ons opnieuw concurrentieel en levert ons vandaag heel wat jobs op.' Dan is er nog de heropleving van de economie. Dit jaar zal die met 1,7 procent groeien, en in Duitsland - essentieel voor onze export - met meer dan 2 procent. 'Economische groei levert vandaag sneller en meer banen op dan vroeger', zegt De Wachter. 'Tien jaar geleden moest onze economische groei hoger dan 2 procent per jaar liggen, als je enig effect op de arbeidsmarkt wou zien. Vandaag levert een economische groei van 1 procent al meer dan 1 procent groei in de werkgelegenheid op. De arbeidsintensiteit van onze groei is dus enorm gestegen. En dat is onder andere te danken aan alle maatregelen die de regeringen hebben genomen om arbeid aantrekkelijker te maken.' Er woedt ook een discussie of alle bevolkingsgroepen in aanmerking komen voor die nieuwe jobs. Armoedespecialiste Bea Cantillon verklaarde onlangs in zakenkrant De Tijd dat 'de nieuwe banen vooral ten goede komen aan hoger opgeleiden'. Marcia De wachter schudt het hoofd: 'Dat zien we in onze cijfers niet. We zien zelfs eerder het tegenovergestelde: ten opzichte van 10 jaar geleden is er een relatief sterkere toename van laaggeschoolden in de nieuwe banen dan hooggeschoolden. Lagergeschoolden vinden makkelijker werk en ze klimmen zelfs op naar middengekwalificeerde banen. Aan, de andere kant constateren we al een tijdje dat vooral middengekwalificeerden getroffen worden door jobverlies. We zien dus een polarisatie in onze arbeidsmarkt: lager- en hoogopgeleiden vinden werk, de mensen die daartussen zitten, komen moeilijker aan de bak.' Het aantal jobs stijgt dus opmerkelijk, maar tegelijkertijd neemt ook het aantal mensen op arbeidsleeftijd (20 tot 64 jaar) toe. Daarom is het percentage van die mensen op arbeidsleeftijd dat een baan heeft, in het jargon de werkgelegenheidsgraad, belangrijk: houdt de banengroei gelijke tred met de groei van het aantal mensen dat kan werken? Toen de regering-Michel aantrad, bedroeg de werkgelegenheidsgraad 67,1 procent. Daarmee bengelden we in Europa aan de staart. Ondertussen is dat cijfer lichtjes gestegen tot 68,3 procent, waarmee we nog steeds achterop hinken. En België streeft naar een werkgelegenheidsgraad van 73,2 procent in 2020. Om dat te halen, moeten er de volgende drie jaar zo'n 350.000 jobs worden geschapen. Dat is onrealistisch. De Wachter: 'De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid zegt al langer dat dit cijfer voor België niet haalbaar is. Ik denk dat we in 2020 zullen uitkomen op een werkgelegenheidsgraad van 70 procent. Er is wel een verschil tussen de regio's: Vlaanderen behaalt nu reeds 73 procent en bereikt zijn doelstelling voor 2020 (76 procent) wellicht in 2021. Het probleem zit in de andere gewesten: Brussel en Wallonië hadden geen expliciet doel vooropgesteld. Maar laten we die 73 procent werkgelegenheidsgraad als streefcijfer handhaven. Je ziet dat de jobbevorderende maatregelen lonen. We moeten dan ook op de ingeslagen weg verder gaan. En natuurlijk moeten we nog meer activeren. En de mensen langer aan de slag houden. En we zien dat de mensen in landen waar de pensioenleeftijd jaren geleden al werd opgetrokken, zoals Nederland, Duitsland en Scandinavië, ook effectief langer werken.'