Sinds hij in 2010 de nationale politiek verliet, houdt advocaat Verwilghen (62) kantoor in Knokke. Hij nadert zijn pensioen en kan het zich permitteren om zijn beperkte aantal cliënten zorgvuldig uit te kiezen, zegt hij. Maar Verwilghen zal niet als advocaat in de geschiedenisboekjes opduiken. In de nasleep van de affaire-Dutroux was hij 'De Witte Ridder' die het land moest verlossen van zijn kwelduivels. Eerst als voorzitter van de parlementaire commissie die het falen op vele niveaus bij de opsporing en ontmaskering van Marc Dutroux moest onderzoeken. En later, in 1999, werd hij na een monsterscore in de verkiezingen lid van de regering van Guy Verhofstadt, als de minister van Justitie die eindelijk eens dat vermolmde justitieapparaat flink op de schop zou doen gaan.
...

Sinds hij in 2010 de nationale politiek verliet, houdt advocaat Verwilghen (62) kantoor in Knokke. Hij nadert zijn pensioen en kan het zich permitteren om zijn beperkte aantal cliënten zorgvuldig uit te kiezen, zegt hij. Maar Verwilghen zal niet als advocaat in de geschiedenisboekjes opduiken. In de nasleep van de affaire-Dutroux was hij 'De Witte Ridder' die het land moest verlossen van zijn kwelduivels. Eerst als voorzitter van de parlementaire commissie die het falen op vele niveaus bij de opsporing en ontmaskering van Marc Dutroux moest onderzoeken. En later, in 1999, werd hij na een monsterscore in de verkiezingen lid van de regering van Guy Verhofstadt, als de minister van Justitie die eindelijk eens dat vermolmde justitieapparaat flink op de schop zou doen gaan. Marc Verwilghen: 'De herdenking van de ontvoering is belangrijk: dat was het startpunt van enkele turbulente jaren. Als voorzitter van de onderzoekscommissie beet ik me maandenlang vast in het dossier-Dutroux en legde ik elk detail onder de microscoop. De zaak blijft uiteraard in mijn geheugen zitten, maar zodra dat commissiewerk achter de rug was, heb ik vrij snel afstand genomen. Als advocaat moet je dat ook doen. Soms win je en soms verlies je, maar je kunt niet blijven vasthangen aan één dossier.'Marc Verwilghen: Ik herinner me hoe begin jaren negentig de foto van Loubna Benaissa (Benaissa verdween in de zomer van 1992, nvdr) geregeld opdook in de pers. Het meisje leek in rook opgegaan. Dat greep me aan. En toen verdwenen in 1995 Julie en Melissa en kort daarna An en Eefje. Ik was voorzitter van de commissie Justitie in de Kamer en vragen over die verdwijningen begonnen ook bij de politici door te sijpelen. Ik kreeg brieven van advocaten, maar ook collega's vroegen zich hardop af waarom politie en justitie er maar niet in slaagden om de meisjes terug te vinden. Je voelde dat er iets grondig fout liep. De pers publiceerde het ene na het andere lek uit het gerechtelijk onderzoek. En die lekken waren bijzonder kritisch, zowel voor de politie als voor de onderzoeksrechters en parketmagistraten. Het werd hét gespreksonderwerp. Ik werd op straat aangesproken over de verdwenen meisjes.In augustus 1996 werd Dutroux gearresteerd en dat bracht een enorme stroomversnelling. Ik besloot meteen om mijn Justitiecommissie vervroegd uit vakantie te roepen, hoewel Kamervoorzitter Raymond Langendries me zei dat dat zeer ongebruikelijk was. Uiteindelijk is zowel de hele Kamer als de regering vervroegd uit vakantie teruggekeerd. Het gevoel leefde dat als er geen antwoord vanuit de politiek zou komen, de hele toestand zou exploderen. Verwilghen: Het ging over onschuldige kinderen en tegelijk ook over ons falend gerechtelijk systeem. Vergeet niet dat ook de ouders van de verdwenen kinderen zich steeds luider lieten horen. Ze organiseerden zoektochten naar hun kinderen en ze gaven scherpe persconferenties. De spanning in het land groeide dag na dag. De politiek móést reageren. De Duitse bondskanselier Konrad Adenauer zei ooit: 'Als je voor een onoplosbaar maatschappelijk probleem staat, richt dan een parlementaire onderzoekscommissie op.' Dat hebben we gedaan. Ons eerste rapport was geen gemakkelijke landing, maar we zijn er wel in geslaagd om te ontrafelen wat er allemaal fout was gelopen. Daarover hebben we ook een rist aanbevelingen gedaan. Daarna wilden we nog uitzoeken of de daders op een of andere manier bescherming hadden gekregen. Een delicate vraag die je niet zomaar met ja of nee kon beantwoorden. De regering zag dat onderzoek niet zitten en het gerechtelijk apparaat al helemaal niet. Onderzoeksrechter Jacques Langlois (die na het spaghetti-arrest het dossier van Jean-Marc Connerotte had overgenomen, nvdr) vertelde de commissie vlakaf dat als het van hem afhing we dat tweede deel van ons onderzoek konden vergeten. Ik wist meteen dat het een eersteklas begrafenis zou worden. Zo is het ook uitgedraaid.Verwilghen: Er waren zo veel incidenten en fouten tijdens het gerechtelijk onderzoek dat je je wel moest afvragen of dat allemaal door toeval of incompetentie kwam. De media waren over die vraag verdeeld in believers en non-believers. Ik was geen van beide, maar ik wilde met de commissie uitzoeken wat toeval en incompetentie was en wat niet. Dutroux heeft honderderlei dingen gedaan die hem veel vroeger hadden kunnen ontmaskeren en toch gebeurde dat niet. Waarom niet? Het is bijvoorbeeld toch onbegrijpelijk dat hij naar Oostende trekt om meisjes te ontvoeren, autopech krijgt, al liftend terugkeert, terwijl hij op dat moment nog een celstraf moest uitzitten, enzovoort? Op dat soort vragen heb ik geen antwoord, omdat de commissie haar werk niet heeft kunnen afmaken.Verwilghen: Iedereen is onschuldig tot zijn of haar schuld is bewezen. Ik ben jurist en houd me aan de juridische waarheid zoals die is vastgelegd door het hof van assisen en door de raadkamer, die heeft besloten dat het dossier over eventuele bescherming rond Dutroux te licht woog om iemand te vervolgen. De juridische waarheid is niet noodzakelijk de échte waarheid en niet al mijn vragen zijn dus beantwoord. Daar moet je als advocaat mee leren leven. Waarom draagt een advocaat een toga? Zodra een zaak juridisch is afgerond, trek je die toga uit en moet je de knop omdraaien. Wie dat als advocaat niet kan, heeft een lastig leven. Alleen als er nieuwe feiten zouden opduiken, kun je het dossier-Dutroux heropenen.Verwilghen: (droog) Ik heb haar toen niet ontmoet. Een van onze aanbevelingen was om een strafuitvoeringsrechtbank over voorwaardelijke vrijlatingen te laten beslissen. Die rechtbank is er door mijn opvolgster uiteindelijk ook gekomen, maar het is mossel noch vis geworden. De procedure garandeert de rechten van de slachtoffers niet. Je kunt zelfs niet in beroep gaan tegen beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank. De positie van slachtoffers in ons rechtssysteem is ongetwijfeld verbeterd, maar nog steeds niet gelijkwaardig met die van daders. Ik vrees dat we daar vroeg of laat problemen mee krijgen voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Dat soort hiaten moet worden weggewerkt. Ik ben wellicht geen objectieve waarnemer, maar de klachten van de families van de slachtoffers zijn dus terecht.Verwilghen: Je kunt toch moeilijk zeggen dat ze niet medeverantwoordelijk was voor de ontvoering, het misbruik en de dood van de kinderen? Ze heeft verschillende keren de kans gehad om die kinderen te redden toen Dutroux in de cel zat. Ze heeft het niet gedaan. En zo iemand wordt dan met fluwelen handschoenen aangepakt en mag na amper de helft van haar straf eerst in een klooster wonen en nu zelfs bij een gepensioneerde magistraat intrekken? De samenleving moet niet eeuwig en drie dagen om wraak roepen, maar deze gang van zaken roept toch vragen op.Verwilghen: Theoretisch wel, maar in zijn geval houdt men wellicht meer rekening met zijn crimineel verleden. Hij had al een astronomisch strafblad voor hij de kinderen ontvoerde en vermoordde. Ik denk dat het uitgesloten is dat hij nog ooit vrijkomt.Verwilghen: Met alle waardering voor de overleden premier, maar op dat punt blijf ik het totaal oneens met hem. Ik was onder de indruk van de commissie-Van Traa in Nederland. Die commissie onderzocht dubieuze politietechnieken in grote drugszaken en dat werd integraal rechtstreeks op tv uitgezonden. Ik vond die openheid zeer interessant. Maar onze commissie was veel delicater: het ging over vermoorde en misbruikte kinderen. Bij de oprichting hebben we gestemd over rechtstreekse uitzending van de debatten. Twee commissieleden hebben tegen die uitzendingen gestemd: Ecolo-parlementslid Vincent Decroly en ik. De meerderheid wilde het anders. Ik had liever achter gesloten deuren gewerkt, wat we trouwens ook af en toe hebben gedaan.Verwilghen: Vergeet niet dat twee dagen voor de commissie werd opgericht honderdduizenden mensen in de Witte Mars door Brussel waren getrokken. In dat klimaat moesten we starten. Mijn collega's vonden dat we heel duidelijk moesten laten zien wat we deden en dat we helemaal niets te verbergen hadden. Dat was de eerste bekommernis, ook al zal bij sommigen misschien een wat morbide politiek opportunisme hebben gespeeld. Achter gesloten deuren waren sommige debatten wellicht serener verlopen.De kritiek dat we ons als rechtbank gedroegen, is onterecht. We wilden van de getuigen alleen weten wat ze tijdens het gerechtelijk onderzoek precies hadden gedaan. Wanneer, waarom en hoe was hun onderzoek verlopen? Logische vragen toch? Verwilghen: Mijn aanwijzing als voorzitter was een compromis, want eerst circuleerden de namen van liberale zwaargewichten als Louis Michel, Didier Reynders en Patrick Dewael. Maar men wilde het risico niet lopen dat de commissie als puur politiek instrument zou overkomen. En als de commissie tegen de muur knalde, kon dat die zwaargewichten ook politiek beschadigen. Vergeet bijvoorbeeld niet dat Michel toen nog partijvoorzitter van de MR was. Ik was geen politiek zwaargewicht, maar ik wist hoe onderzoekscommissies werkten door mijn ervaring in de Bendecommissie en de commissie Mensenhandel. Ik was bovendien advocaat. Dus kozen ze maar die brave voorzitter van de commissie Justitie (lacht). Verwilghen: Wie dat ooit heeft verzonnen weet ik niet, maar ik had en heb er nog steeds een hekel aan, ook al zal ik die titel wellicht tot het einde van mijn dagen meedragen.Verwilghen: Ik was in 1991 in de politiek gestapt omdat ik als advocaat kaduke wetten zag die niet werkten. Dat wilde ik in het parlement veranderen. Maar als parlementslid ondervond ik snel dat je alleen als oppositielid enigszins vrijuit kon spreken. Als lid van de meerderheid heb je niets te vertellen. Je mag alleen de regering steunen en daar zit de echte macht om wetten te veranderen. Als je dan die enorme verkiezingsuitslag haalt, ga je ervoor. De kiezers gaven me bijna rechtstreeks een ministerportefeuille. Ik had dat totaal niet verwacht.Verwilghen: Op een bepaald moment in die verkiezingsperiode dacht ik zelfs dat mijn droom voorbij was. Ik had net voor de verkiezingen woorden gehad met mijn partijvoorzitter (Guy Verhofstadt, nvdr). Hij wilde dat ik toen al akkoord ging om Justitieminister te worden. Ik wilde de uitslag afwachten voor ik wat dan ook besliste. Ik denk dat mijn voorzitter toen dacht dat ik méér wilde dan een ministerportefeuille. (grijnst)Verwilghen: Dat heeft geen seconde in m'n achterhoofd gespeeld. Zelfs toen ik als tweede op de Senaatslijst meer stemmen haalde dan mijn partijvoorzitter als lijsttrekker, dacht ik daar niet aan. Ik heb hem dat ook met zoveel woorden gezegd. Misschien geloofde hij me niet. Op 11 juli waren we op het strand nogal stevig aan het vieren dat mijn twee zonen geslaagd waren aan de universiteit, toen ik een telefoontje kreeg dat ik 's anderendaags de eed moest gaan afleggen als minister. Ik moest zelf vragen als minister van wat? Tijdens die eedaflegging stonden de zweetdruppels op m'n gezicht. Dat had niets te maken met stress of het plechtige moment, maar alles met ons strandfeestje de avond voordien. (lacht)Na de eedaflegging zei ik dat ik een studieperiode zou inlassen. Een journalist antwoordde: 'Wat u moet doen, is toch nu al klaar en duidelijk?' Ik praatte met mijn voorgangers die me uitlegden welke hervormingen ze allemaal in de steigers hadden gezet. Ik moest daar wel op voortwerken, want als ik die steigers wegnam, stortte zowat het hele justitiegebouw in. Verwilghen: Ik voelde dat vrij snel aan. Over onderwerpen zoals de bijzondere opsporingsmethoden en de bescherming van bedreigde getuigen, deed de PS meteen lastig. Het ene was zogezegd een beperking van de menselijke vrijheden, en het andere zou ervoor zorgen dat mensen als Olivier Trusgnach (hij beschuldigde Elio Di Rupo onterecht van pedofilie, nvdr) vrij baan kregen. Terwijl in de wetteksten expliciet was voorzien dat zoiets niet kon gebeuren. De PS stuurde een medewerkster die er helemaal niets van begreep naar mijn kabinetswerkgroep. Ze kwam van de Raad van State, een administratief rechtscollege, geen strafrechtbank. Het was daardoor heel erg moeilijk onderhandelen.Verwilghen: Die aanbevelingen waren unaniem door alle partijen goedgekeurd. Ik kan aannemen dat er onenigheden ontstaan over details maar de PS stelde de principes opnieuw ter discussie. Waarom? Ik denk dat het vooral een politieke zaak was. De PS was niet van plan om me die hervormingen op een gouden blaadje te gunnen. Verwilghen: Dat moet u aan hen vragen. Ik heb één keer op een ministerraad aan vicepremier Laurette Onkelinx gevraagd wat aan de basis lag van hun tegenwerking. Haar enige reactie was een monkellachje. Toen ben ik razend naar buiten gelopen en heb ik met de deur gegooid. Verwilghen: Dat was naar aanleiding van de ontsnapping van 28 gedetineerden uit de gevangenis van Dendermonde. Onkelinx was toen minister van Justitie, en ik had gezegd dat haar partij een andere visie op strafuitvoering had waardoor plannen om gevangenissen te moderniseren geblokkeerd raakten. Het kot was toen te klein en ik mocht er van Verhofstadt niets meer over zeggen. Ik had eigenlijk geen kritiek op mijn opvolger moeten uiten.Verwilghen: Collega-ministers als Luc Van den Bossche (SP.A) en Louis Michel (MR) hebben me weleens raad gegeven hoe ik discussies vlot kon trekken, ja. Maar er was nooit een dossier dat zonder problemen passeerde op de ministerraad. Altijd was er nog een kleinigheid of een 'ja, maar' waarover gediscussieerd moest worden. Het bleef maar duren.Verwilghen: Ik lag niet in de bovenste la van mijn voorzitter (toen Karel De Gucht, nvdr). En dat is een understatement. We waren concurrenten in hetzelfde kiesdistrict van Dendermonde. Dat had er zeker mee te maken. En zoals u weet is De Gucht nogal onverzettelijk. In 2003 ben ik verhuisd naar West-Vlaanderen. De pers schreef dat de partij me daartoe had gedwongen. Complete onzin, maar mijn beslissing werd door Verhofstadt wel hartelijk verwelkomd. (lacht)Verwilghen: Ja, met de steun van mijn premier en mijn partijvoorzitter was ik zeker verder geraakt. Maar zo werkt de politieke wereld: je hebt vijanden, aartsvijanden en in de overtreffende trap politieke vrienden. Die boutade klopt wel.Verwilghen: Ik zeg het relativerend omdat ik het cynisch bedoel. Mensen mogen weten hoe toppolitiek werkt.Verwilghen: Dat is zo: ik dacht dat ik de voorstellen van de commissie-Dutroux in twee jaar tijd zou kunnen uitvoeren. Maar dat was dus buiten de waard gerekend. Enfin, er doken toen plots heel veel waarden op. (lacht) Het bewijst alleen maar dat ik geen echt politiek dier ben.Verwilghen: Ik geef u één voorbeeldje: de snel-Belgwet. Ik kon dat zeer moeilijk accepteren. Ik had al vaker gezegd dat met de Belgische nationaliteit gegooid werd, en die wet zou alles nóg eenvoudiger maken. Het was een duidelijk PS-manoeuvre. Die partij hoopte dat die nieuwe Belgen haar daarvoor in het stemhokje erkentelijk zouden zijn. Die wet heeft de PS inderdaad geen windeieren gelegd. Zeker in Brussel. Ik sprak er toen over met Verhofstadt. De snel-Belgwet ging in tegen wat hij in zijn burgermanifesten had geschreven en wat in ons VLD-veiligheidsplan stond, zei ik. 'Toen zaten we nog in de oppositie', antwoordde hij. Die wet moest en zou met de hoogste prioriteit worden goedgekeurd. En hij voegde eraan toe dat als ik het daar niet mee eens was, niets mij belette om ontslag te nemen.Verwilghen: (laconiek) Die eerste maanden waren ook de moeilijkste.Verwilghen: Ja. Maar Maggie kreeg ook in haar moeilijkste periode als staatsecretaris van Asiel en Migratie de steun van haar partijvoorzitter. Ik heb het idee dat Gwendolyn Rutten vandaag haar equipe beter in de hand heeft en dat ze hechter samenwerken. In mijn tijd werd de partij geleid door het triumviraat Verhofstadt, De Gucht en Dewael. Iedereen wist dat het niet altijd boterde tussen hen, maar dat ze 'divide et impera' speelden. Na de slechte verkiezingsuitslag van 2007 heb ik in een interview gezegd dat ze de partij verstikten. Bart Tommelein dreigde er meteen mee om mij het ondervoorzitterschap van de Senaat af te nemen. Ach, allemaal voltooid verleden tijd.Verwilghen: Dat weet ik niet. Misschien lag het ook aan mij. Ik ben ook een individualist die liefst zijn eigen zin doet.Verwilghen: Er is altijd een spanningsveld tussen de verschillende machten. Maar de rechterlijke macht eist niet alleen onafhankelijkheid als ze rechtspreekt, maar ook als het puur over haar organisatie en middelen gaat. De parketten wilden nog meewerken, maar de zittende magistratuur wilde absoluut nergens verantwoording over afleggen. Van een werklastmeting zoals in de buurlanden, kon geen sprake zijn. Bij de administratieve diensten ging het ook zo. Ik vind nog altijd niet de juiste woorden om te beschrijven hoe sommigen mij daar stokken in de wielen hebben gestoken. Terwijl een administratiedienst er net is om de politieke lijn van de minister loyaal uit te voeren.Verwilghen: Nee. Ik heb dingen verwezenlijkt. Het federaal parket is er. De Hoge Raad voor Justitie is er. De bijzondere opsporingsmethoden worden gebruikt. Het Europees arrestatiebevel is er. Als een kind vermist wordt, kan men bij Childfocus terecht, enzovoort. Twee zaken waar ik bijzonder veel belang aan hechtte - de informatisering van justitie en de snellere rechtsgang in burgerlijke zaken - zijn helaas niet helemaal gelukt.Verwilghen: Ja, mijn opvolgers kampen dus met dezelfde moeilijkheden als ik. Ik heb veel waardering voor de inspanningen die Koen Geens vandaag levert, maar hij zal wellicht ook niet slagen. Justitie is nooit een prioriteit voor een regering. Als men in justitie evenveel geld had geïnvesteerd als in de politiehervorming, stonden we er vandaag veel beter voor.Verwilghen: Ik heb met veel interesse het recente Knack-dossier over justitie gelezen: daar stonden koeien van waarheden in. Mijn opvolgers zijn inderdaad ook niet in de watten gelegd. Als men echt werk wil maken van de broodnodige informatisering, waar blijft dan het budget? Ik had een afspraak met toenmalig minister van Begroting Johan Vande Lanotte: als ik de werklastmeting doorgevoerd kreeg, zou hij middelen voor informatisering vrijmaken.Verwilghen: Dat kun je bij hem niet uitsluiten. (lacht)Verwilghen: Er zijn zeker voorstellen die verbetering betekenen, maar ik merk vooral dat het de rechtzoekende steeds moeilijker wordt gemaakt. Voor mensen die btw kunnen aftrekken zal die recent ingevoerde 21 procent op de factuur van hun advocaat geen enkel probleem zijn. Voor particulieren die zo al moeilijk een advocatenrekening kunnen betalen, wordt de toegang tot justitie extra bemoeilijkt. Ook het formalisme neemt toe: wie wil procederen is verplicht om eerst een verklaring over de waarde van zijn vordering in te dienen. Er worden dus steeds meer drempels opgeworpen. Is dat de democratisering van het gerecht?Verwilghen: Maar wie zal nog kunnen procederen? Of moet justitie enkel toegankelijk zijn voor wie het zich financieel kan permitteren? Die politieke keuze wordt vandaag blijkbaar gemaakt.Verwilghen: Dat was ongetwijfeld een troostprijs, ja. Maar ik heb daar een mooie tijd beleefd. Ik zei altijd: als minister van Justitie ben je zwartepiet, als minister van Ontwikkelingssamenwerking sinterklaas. Het is echt een warm departement, en niet alleen omdat je als minister vaak warmere oorden bezoekt. Ik heb er enorm veel bijgeleerd. Nadien ben ik ook nog minister van Economie, Energie, Wetenschapsbeleid en Buitenlandse Handel geweest. Daar hebben ze vandaag vier excellenties voor.Verwilghen: Het is een symbolische titel, maar er spreekt wel een zekere waardering uit. De partij beslist wie ze voordraagt voor die eretitel. U moet dus in de Melsensstraat navragen waarom ik nooit minister van Staat ben geworden, want ik weet het niet. (lacht)Jan Lippens & Peter Casteels