Mantelzorger Fatima Bouhajra: ‘Drie maanden lang sliep ik bij papa in het ziekenhuis’

AURÉLIE GEURTS © National
Ann Peuteman
Ann Peuteman Redactrice bij Knack

Wassen, poetsen, rondrijden: ze doen het met liefde. Drie weken lang brengt Knack hulde aan de stille helpers van de zorg. Tot slot: Fatima Bouhajra (46), die na haar vader ook haar moeder verzorgt.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

‘Bij ons thuis zijn we met tienen. Ik ben het enige meisje. Een echt papa’s kindje. Zo vreemd is het dus niet dat ik als eerste merkte dat er iets mis was met mijn papa. Hij gedroeg zich al een tijdje vreemd. Zo verloor hij geregeld geld zonder dat we goed wisten hoe dat kwam. Tegenover mijn moeder was hij erg achterdochtig. Zonder enige reden dacht hij dat ze hem niet meer wou of zelfs een ander had. Hij wilde ook niet meer douchen. Pas toen ik ermee dreigde dat ík hem zou wassen, ging hij onder de douche staan. Voor mij was er geen twijfel meer over dat hij dementie had.

Elke ochtend voor mijn werk reed ik naar mijn ouders toe om te checken of ze iets nodig hadden. Anders zou mijn papa zelf de deur willen uitgaan om brood of iets anders te kopen. Veel te gevaarlijk. Zodra ik klaar was met werken, ging ik weer bij hen langs. Gemakkelijk was dat natuurlijk niet. Ik had zelf ook een gezin om voor te zorgen en naast mijn job was ik nog met een studie gezinswetenschappen begonnen. Toch wilde ik de zorg voor mijn papa niet uit handen geven. Ook niet aan mijn broers.

Ik heb papa verzorgd als een koning.

Een paar jaar geleden kreeg hij een beroerte. Dat gebeurde in de neurokliniek, waar hij voor onderzoeken was opgenomen. Daarna kon hij niets meer zelf. Drie maanden lang heb ik toen in zijn ziekenhuiskamer geslapen. Overdag ging ik naar mijn werk, maar verder was ik zo veel mogelijk bij mijn papa. Hij kon niet meer praten, maar ik begreep meestal wel wat hij bedoelde. Dat legde ik dan aan de verpleegkundigen uit. Omgekeerd vertaalde ik hun woorden in het Berbers. Omdat hij niet toeliet dat het personeel hem water gaf of zijn mond schoonmaakte, deed ik dat voor hem. In Vlaamse ziekenhuizen zijn ze nog niet echt gewoon aan patiënten met dementie die een migratieachtergrond hebben. De verpleegkundigen wisten ook niet goed hoe ze moesten omgaan met de vele familieleden die de hele tijd op bezoek kwamen en uitleg vroegen over papa’s gezondheidstoestand. Zij brachten ook allerlei gerechten voor hem mee terwijl hij helemaal niet mocht eten. Ik heb me toen echt als een soort waakhond moeten opstellen.’

Kusjes en knuffels

‘Na vier maanden mocht hij weer naar huis. Hij had ook naar een woonzorgcentrum kunnen verhuizen, maar dat was voor mij totaal geen optie. Zijn hele leven had hij heel hard gewerkt en voor zijn gezin gezorgd. Hij verdiende het om in zijn laatste momenten als een koning te worden verzorgd. Er kwam drie keer per dag een thuisverpleegkundige, maar toch bleef ik zelf nog veel voor hem doen. In die periode nam ik een dag per week palliatief verlof op. Daardoor verdiende ik elke maand wel een kleine 300 euro minder, maar het gaf me wel wat meer ademruimte.

Alles deed ik voor hem. Ik controleerde zijn medicatie, bestelde zijn sondevoeding, ging met hem naar de dokter. Als de thuisverpleging er niet was, waste ik hem of verschoonde ik zijn luier. Dan legde ik altijd een handdoekje over zijn gezicht zodat hij niet zou merken dat ik het was. Dat zou hij te vernederend hebben gevonden. Verder probeerde ik zo veel mogelijk bij hem te zijn. Hij genoot er zichtbaar van als ik hem knuffelde of kusjes gaf. En ikzelf ook. Bij mij werd hij altijd weer rustig.

Begin vorig jaar is mijn papa overleden. Ik ben heel blij dat ik hem tot het eind thuis heb kunnen verzorgen. Pas toen hij er niet meer was, besefte ik dat mijn eigen leven vier jaar lang had stilgestaan. Daarom heb ik psychologische hulp gezocht. Tijdens de groepssessies heb ik vooral geleerd dat ik mezelf een beetje meer moet beschermen. Mijn mama is de laatste tijd erg achteruitgegaan. Ik heb haar voorgesteld om bij mij in te trekken, maar dat wil ze niet. Wel ga ik om de dag naar haar toe. Ook al zou zij liever willen dat ik er elke dag ben.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content