Mannelijke artsen vinden dat vrouwelijke artsen evenveel carrièremogelijkheden hebben als zijzelf. Hun vrouwelijke collega's zijn het daarmee overwegend oneens. Bijna 40% kreeg de afgelopen tien jaar seksuele grappen van patiënten te verwerken. Het zijn enkele in het oog springende resultaten uit de enquête van Artsenkrant en Le Journal du Médecin over de werkomstandigheden van artsen. De resp...

Mannelijke artsen vinden dat vrouwelijke artsen evenveel carrièremogelijkheden hebben als zijzelf. Hun vrouwelijke collega's zijn het daarmee overwegend oneens. Bijna 40% kreeg de afgelopen tien jaar seksuele grappen van patiënten te verwerken. Het zijn enkele in het oog springende resultaten uit de enquête van Artsenkrant en Le Journal du Médecin over de werkomstandigheden van artsen. De respons lag met meer 1.800 antwoorden erg hoog. De resultaten zijn dan ook representatief. Ongeacht het geslacht zijn de meeste artsen het ermee eens dat flexibele werkuren de belangrijkste maatregel zijn om werk en privéleven beter op elkaar af te stemmen. Bijna de helft van de vrouwelijke artsen vindt wel dat de bestaande mogelijkheden onvoldoende zijn om de werkorganisatie aan te passen tijdens de zwangerschap.De geslachten kijken ook anders naar carrièremogelijkheden. Volgens twee derde van de mannelijke artsen zijn de kansen gelijk. Bij de vrouwen vindt twee derde dan weer dat ze minder kans hebben om een carrière uit te bouwen of een verantwoordelijke functie op te nemen. Vrouwen zijn ook vaker van oordeel dat het geslacht impact heeft op het inkomen, al is het verschil met de mening van de mannen hier minder uitgesproken.Slechts de helft van de vrouwelijke respondenten ziet gelijkwaardige academische mogelijkheden voor mannen en vrouwen. Bij de mannen is dat 84,4%.Bijna vier op de tien artsen werden de voorbije tien jaar al geconfronteerd met dubbelzinnige of flirterige opmerkingen of opmerkingen over hun uiterlijk, persoonlijke vragen over liefdesleven of seksualiteit, seksuele grappen enzovoort. Bij vrouwen is dit de helft. Hoe ouder de arts, hoe beter hij/zij weet om te gaan met seksueel ongewenst gedrag. Slechts een op de tien artsen dient een officiële klacht in; vrouwen doen dit (iets) vaker dan mannen. Een ruime meerderheid van artsen denkt echter dat officiële of officieuze klachten over seksueel ongewenst gedrag niet altijd serieus worden genomen.